Te midden van de eurocrisis eisen de Zuid-Europese landen, en Griekenland in het bijzonder, alle aandacht van de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Europese Raad van regeringsleiders op. Maar de EU telt naast Griekenland nog een andere lidstaat die stilaan het predicaat van paria krijgt: Hongarije. Het land kampt al een tijd met financiële problemen.
...

Te midden van de eurocrisis eisen de Zuid-Europese landen, en Griekenland in het bijzonder, alle aandacht van de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Europese Raad van regeringsleiders op. Maar de EU telt naast Griekenland nog een andere lidstaat die stilaan het predicaat van paria krijgt: Hongarije. Het land kampt al een tijd met financiële problemen. Vorige week nog raakte bekend dat Hongarije financiële steun nodig heeft van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) om de ratio van de vreemde valutaschuld tegenover de schuld in forinten te verlagen. Het Oost-Europese land zou uit voorzorg een kredietlijn van 15 miljard euro willen opzetten met het IMF en de Europese Unie. Maar de gesprekken tussen Hongarije enerzijds en IMF en EU anderzijds verlopen zeer stroef. Dat heeft alles te maken met de Hongaarse regering van Viktor Orban, die meer en meer autoritaire trekjes begint te vertonen en zijn kritiek op Brussel niet spaart. Orban verwijt de Commissie en co een gecentraliseerd 'Europees Rijk' te willen uitbouwen. In eigen land beschikt de conservatief over een tweederde meerderheid en heeft hij wetten laten goedkeuren om de oppositie aan banden te leggen. De media en het gerecht komen meer en meer onder overheidscontrole te staan. Het Hongaarse nationalisme staat sterker dan ooit. Miklos Horty, de leider van Hongarije van 1920 tot 1944 die ook met nazi-Duitsland collaboreerde, wordt op verschillende plaatsen van het land gerehabiliteerd door er straten en pleinen naar te vernoemen. Hoe komt het dat iemand als Viktor Orban, die jaren gevochten heeft tegen het totalitaire communisme, zelf autoritaire trekjes begint te krijgen? Paul Lendvai geeft een antwoord in Hungary: Between Democracy and Authoritarianism. De auteur is zelf niet onomstreden. Hij ontvluchtte Hongarije na de mislukte anticommunistische opstand van 1956 en werkte als correspondent van de Financial Times in Wenen en voor de Oostenrijkse staatstelevisie. Achteraf raakte bekend dat hij in de jaren vijftig voor de Russische geheime dienst informatie doorsluisde naar de Sovjet-Unie. In het boek is Lendvai fair en objectief. Hij bekritiseert de Hongaarse regering zonder Orban te diaboliseren en plaatst alles in historisch perspectief. Volgens Lendvai is Orban een opportunist eerste klas. Aanvankelijk als een progressieve liberaal besefte de premier al snel dat zijn politieke beweging een minderheidsstroming is in Hongarije. Het rechts-conservatieve electoraat is numeriek veel belangrijker. Vandaar dat Orban besloot om met zijn Fidesz-partij die bevolkingsgroep aan te spreken. Het gros van de Hongaren ziet geen graten in een autoritair regime. Volgens Lendvai is de populariteit van Orban ook te verklaren door het wanbeleid van zijn socialistische voorgangers die incompetent en corrupt waren. De auteur heeft kritiek op het Hongaarse nationalisme dat Hongaarse minderheden in buurlanden Slowakije en Roemenië ophitst. Maar hij benadrukt dat dit nationalisme in zijn historische context moet worden geplaatst. Na de Eerste Wereldoorlog verloor Hongarije met het Verdrag van Trianon een belangrijk deel van zijn territorium. Een vernedering die veel Hongaren nog altijd niet te boven zijn gekomen. Vandaar dat ze sterk vatbaar zijn voor nationalisme. Paul Lendvai, Hungary: Between Democracy and Authoritarianism, C. Hurst, 2012, 288 blz., 30 euro ALAIN MOUTON