Drie kenmerken lopen door Marx' leven en werk: hij was een dichter, een journalist en een moralist. Kopieën van veertig gedichten bestaan en daarin overheerst zwart pessimisme over de mensheid en een fascinatie voor geweld, zelfmoordpacten en akkoordjes met de duivel (dat deelde hij met hyperromantische tijdgenoten). Het denken en vrezen over het einde der tijden waren tot aan zijn dood metgezellen. Zijn doemsdagscenario was poëtisch bepaald en onwetenschappelijk.
...

Drie kenmerken lopen door Marx' leven en werk: hij was een dichter, een journalist en een moralist. Kopieën van veertig gedichten bestaan en daarin overheerst zwart pessimisme over de mensheid en een fascinatie voor geweld, zelfmoordpacten en akkoordjes met de duivel (dat deelde hij met hyperromantische tijdgenoten). Het denken en vrezen over het einde der tijden waren tot aan zijn dood metgezellen. Zijn doemsdagscenario was poëtisch bepaald en onwetenschappelijk. Marx had journalistiek talent, schreef snel en goed en excelleerde in commentaren en korte teksten. Kenners noemen Das Kapital een collage van verhandelingen die een logische lijn mist. Jargon met een hoog snoefgehalte verpletterde de hoofdstukken. Het was Marx' talent om de brei af en toe te besprenkelen met scherpe, beklijvende zinnen die zijn loodzware werken beschermden tegen de vergetelheid. Karl Marx was een mislukte academicus, een verbitterde gelegenheidsdocent die een superfilosofie wilde vinden om rivalen als Hegel te kloppen. Hij zat gekluisterd aan zijn lessenaar en zijn boeken. Een kamertjesgeleerde. Werken in de traditionele zin van het woord heeft hij nooit gedaan, zijn kring was de semi-intellectueel. Een arbeider was voor Marx een bewoner van een vreemde planeet. Das Kapital is even weinig werkelijkheidsgetrouw als de almanak van een sterrenwichelaar. De verdraaiingen van Marx vallen onder drie hoofdingen, schrijft Paul Johnson in Intellectuals (mijn editie is van 1996). Ten eerste, hij gebruikt verouderde feiten omdat het nieuwste materiaal zelden of nooit zijn stellingen bevestigt. Ten tweede, hij selecteert de sectoren waar het het allerslechtst aan toe gaat als kenschetsend voor de hele markteconomie. Die sectoren lijden vaker onder een gebrek aan kapitaal en kapitalisme dan onder een sterke greep van de kapitalisten (bijvoorbeeld de toenmalige bakkerijbranche met haar voorkapitalistische werkwijzen). Ten derde, hij citeert uitvoerig uit de verslagen van de arbeidsinspectie en neemt de misstanden daarin als de norm. De inspecteurs en de overheid gebruikten die rapporten om de kankerplekken in de jonge industrie weg te snijden. Bizar dus, Marx valt het kapitalisme aan, ontzegt het elke morele norm en mogelijkheid tot correctie en misbruikt wetgevingen als de Factory Acts en de inspanningen van de staat (vrederechters, gerechtshoven, toezichthouders) om de uitwassen weg te krijgen. Zonder deze doorgedreven en publieke zelfcorrectie, en de verslagen daarrond, zou Karl Marx nooit splijtstof hebben gevonden voor zijn antikapitalistische atoombommen.