2012 zou het einde moeten betekenen voor heel wat prominente Indiase politici. Het land oogt bepaald gerontocratisch. Presidente Pratibha Patil wordt 78 in 2012. Haar ambtstermijn loopt in juli ten einde. Er zijn zeker jongere, betere alternatieven.
...

2012 zou het einde moeten betekenen voor heel wat prominente Indiase politici. Het land oogt bepaald gerontocratisch. Presidente Pratibha Patil wordt 78 in 2012. Haar ambtstermijn loopt in juli ten einde. Er zijn zeker jongere, betere alternatieven. Veel belangrijk is echter de rol van de eerste minister, Manmohan Singh. Het is alsof hij er altijd al geweest is (twintig jaar geleden al liberaliseerde hij als minister van Financiën de economie). Maar ook de goedaardige Singh, die in 2012 tachtig wordt, zou binnenkort beter aan zijn pensioen denken. Het voorbije jaar belaagden corruptieschandalen zijn regering. Het leverde hem het imago van een zwak en wereldvreemd figuur op. Hij liet ministers hun gang gaan zonder dat er van enige grote hervorming sprake was. Eén ding is wel verwezenlijkt: de welzijnsbestedingen zijn sterk gestegen, vooral in de landelijke gebieden. Dat heeft bijgedragen tot een beter inkomen voor de dorpsbewoners. Maar de economie lijdt onder de hoge inflatie, afglijdende investeringen en zwakkere groei. Sombere analisten gewagen van een Indiase groei van minder dan 8 procent in 2012. Het resultaat is dat nog meer op Singh geschoten wordt. De plattelandsbevolking is er misschien beter aan toe, maar de stedelijke middenklasse wordt humeuriger. Zijn waarde voor de partij taant. Dat is vrij vervelend, vooral omdat het land voor een reeks belangrijke verkiezingen staat en omdat de Congrespartij nadenkt over haar kandidaat voor het premierschap. De beslissing ligt bij Sonia Gandhi, het echte machtscentrum. Maar ook haar - politieke en persoonlijke - macht is onzeker. In augustus was ze plots afwezig wegens een ernstige, niet nader genoemde ziekte. Naar verluidt, onderging ze in een ziekenhuis in New York een behandeling tegen kanker. Het ziet ernaar uit dat de twijfels alleen maar toenemen, tenzij er een officiële uitleg komt over wat haar precies mankeert. Het gevolg is dat er meer druk komt op haar zoon, Rahul Gandhi, om zich op te maken voor een grotere rol, misschien als partijchef of eerste minister en wellicht beide. Om geloofwaardig te zijn, moet Rahul echter zelfverzekerder overkomen. Hij is persschuw en komt in het parlement schuchter over. Hij houdt zich liever bezig met de moeizame reorganisatie van de partij en met ervoor te zorgen dat in de deelstaten jonge kandidaten verkozen worden. Tot dusver zijn de resultaten mager. Theoretisch kan Gandhi in 2012 voor een ommekeer zorgen: op hem rust de taak de povere resultaten van de Congrespartij op te krikken in de noordelijke staat Uttar Pradesh. Tegelijk kiezen nog zes staten in 2012 een nieuwe assemblee, waaronder ook de noordelijke staten Punjab, Gujarat en Uttarakhand. Daar staat de oppositiepartij BJP sterk. Als ze het goed doet, kan ze snoeven dat ze sterke bondgenootschappen kan aangaan voor de echte algemene verkiezingen in 2014. Maar eerst moet de BJP haar eigen probleem van verouderd leiderschap aanpakken. Haar bonzen dingen allemaal naar de kandidatuur voor eerste minister. Nu is ook de veteraan L.K. Advani een pelgrimstocht begonnen tegen de corruptie in UP. Ook hij hunkert naar een laatste kans om eerste minister te worden. Maar hem laten kandideren, zou de beste manier zijn om de leiders van de Congrespartij er weer jeugdig te doen uitzien. In 2012 wordt Advani 85. De auteur is correspondent van The Economist in New Delhi.ADAM ROBERTSIn 2012 krijgt Rahul Gandhi de kans om voor een ommekeer te zorgen.