"De meeste mensen zien wandelen zo: we gaan eens een frisse neus halen en lopen een blokje om. Dat is niet mijn soort wandelen. Essentieel voor mij is dat ik de omgeving op me kan laten inwerken. Ik heb veel trektochten gemaakt, soms wekenlang, in de Pyreneeën, de Alpen. Met alles wat je je daarbij voorstelt: 's avonds de tent opslaan op een col, koken in de openlucht, de nacht doorbrengen in totale verlatenheid. Het is ook in orde eens goed uitgeregend te worden, of de koude te trotseren. Dan pas voel je de confrontatie met de natuurelementen.
...

"De meeste mensen zien wandelen zo: we gaan eens een frisse neus halen en lopen een blokje om. Dat is niet mijn soort wandelen. Essentieel voor mij is dat ik de omgeving op me kan laten inwerken. Ik heb veel trektochten gemaakt, soms wekenlang, in de Pyreneeën, de Alpen. Met alles wat je je daarbij voorstelt: 's avonds de tent opslaan op een col, koken in de openlucht, de nacht doorbrengen in totale verlatenheid. Het is ook in orde eens goed uitgeregend te worden, of de koude te trotseren. Dan pas voel je de confrontatie met de natuurelementen. "Ik deed zulke tochten ook samen met mijn echtgenote, die ik heb leren kennen via het wandelen. Maar sinds we kinderen hebben, ligt die periode wat achter ons. Nu gaan we vaker naar Engeland. Wat je in de Alpen ervaart op tweeduizend meter en hoger, kun je daar op sommige plaatsen al op enkele honderden meters hoogte beleven, de Pennines bijvoorbeeld. Daar kunnen we wandelingen maken die meer op een kindermaat gesneden zijn. In Ierland en Noord-Ierland zijn er ook wondermooie bergen, al blijkt daar nauwelijks iemand te trekken. De vaste wandeltrajecten lopen er rondom en tussendoor, over asfaltwegen. "Dat merk ik ook bij ons. Gemeenten willen een wandelroute, geven een ambtenaar de taak er een uit te stippelen, en dat wordt dan een lus rondom de kerk, langs wat lelijke huizen. Zo krijg je geen connectie met de natuur. Maar in andere dorpen voel je: ja, hier hebben ze iemand aan het werk gezet die zelf een wandelaar is." "Ik houd van de eenvoud van het wandelen. Mensen vergalopperen zich gemakkelijk in fetisjisme. Ze gaan fietsen, en kopen dan om de twee jaar een dure fiets en nog wat accessoires. Gaat het dan nog om het fietsen? Bij wandelen is eenvoud de essentie. De ene voet voor de andere zetten. Dat is alles. "Ik besef dat velen geen enkele voeling hebben met wandelen zoals ik dat beleef. Als ze de deur uitstappen, is dat om ergens naartoe te gaan. Stappen is dan de tijd die ze verliezen om van punt A naar punt B te geraken. Maar de clou van wandelen is het onderweg zijn. Confucius zei: 'De afgelegde weg is het doel.' "Ik denk dat sommigen meer behoefte hebben aan wandelen dan ze beseffen. Wandelen is een manier om los te komen van de hustle and bustle van alledag. De mens heeft tienduizenden jaren lang dagelijks door de natuur gestapt, en tegenwoordig brengt hij al zijn tijd door tussen beton en plastic. Dat moet toch een impact hebben op onze psyche? "Vroeger was je in de bergen alleen op jezelf aangewezen. Nu zie je er mensen rondlopen met een gsm, waarvan niet eens zeker is of hij er bereik heeft. In de Zwitserse Alpen zag ik een soort telefoonpalen, te vergelijken met de praatpalen langs de autosnelweg. Daaraan zie je: mensen willen almaar meer zekerheden inbouwen." "Voor mij is wandelen geen sport. Wandeldagen trekken veel volk, en de deelnemers doen dertig of vijftig kilometer, met als neusje van de zalm de Dodentocht: honderd kilometer! Dat ligt allemaal heel ver van mijn beleving. Want zo gaat het om prestaties en competitie. "Op zaterdagen ga ik weleens met de hond op stap. Dat is een beagle, een Brits hondenras. Hij werd in Engeland veel gebruikt voor de vossenjacht en wordt er nog altijd gekoesterd. Voor Britten is de hond een verlengstuk van het gezin, niet zozeer een waakbeest. Ik houd van die ingesteldheid. Op die zaterdagwandelingen gaan soms twee kameraden mee, ook filosoof-economen. Dat is een zalige gelegenheid om door te drammen over wat die hond betekent voor ons samenzijn. Wij noemen dat: de beagletocht." FILIP HUYSEGEMS, FOTOGRAFIE JONAS LAMPENS