Een authentieke vervalsing heeft Luc Tuymans (1958) zijn schilderij Flemish Village genoemd. Op het eerste gezicht is het een wat vlug en naïef werk van een zondagsschilder, die zich liet vertederen door de idyllische dorpskom van het West-Vlaamse Lissewege. De idylle houdt niet bijster lang stand. Een kille vuilgroene lucht en vlakke witte huizen verstoren de dorpse sereniteit. Pas bij het zoeken naar een uitleg van die kilte vallen verontrustende details op, zoals de kunstmatige craquelures. Het verhaal zit achter het schilderij. Tuymans tro...

Een authentieke vervalsing heeft Luc Tuymans (1958) zijn schilderij Flemish Village genoemd. Op het eerste gezicht is het een wat vlug en naïef werk van een zondagsschilder, die zich liet vertederen door de idyllische dorpskom van het West-Vlaamse Lissewege. De idylle houdt niet bijster lang stand. Een kille vuilgroene lucht en vlakke witte huizen verstoren de dorpse sereniteit. Pas bij het zoeken naar een uitleg van die kilte vallen verontrustende details op, zoals de kunstmatige craquelures. Het verhaal zit achter het schilderij. Tuymans trok niet naar Lissewege en schilderde niet naar de natuur, maar naar een tijdschriftfoto van een aquarel van een onbekende Vlaamse zondagsschilder. Zo wordt zijn uitleg duidelijk: het schilderij is slechts een dun afkooksel van een reële situatie. Het schilderij uit 1995 en de beknopte maar verhelderende uitleg erover vinden we in Het Belgisch kunstboek, een monumentale verzameling van 500 topwerken uit de rijke geschiedenis van de Belgische kunst. Elke periode, elke school is vertegenwoordigd - van de vroege Vlaamse primitieven, via een barokmeester als Rubens tot surrealisten als Magritte. Tuymans blijkt de ster van de hedendaagse periode. Van hem werden twee werken opgenomen en die eer is alleen voor de allergrootsten weggelegd. Van de absolute top, zoals Pieter Bruegel de Oude en Rubens, krijgen we vier werken. Helaas kozen de samenstellers voor een brave alfabetische volgorde. Dat maakt het opzoeken weliswaar comfortabel, maar verliest de meerwaarde van een chronologisch overzicht, dat de stromingen en stijlbreuken spontaan ontsluiert. "Een collectie van 500 meest relevante werken is even virtueel als utopisch. Behalve een ambitieuze uitgeversonderneming, vormt dit boek dan ook een interessante denkoefening over een ideaal museum van Belgische kunst," schrijft de Antwerpse kunsthistoricus Johan Pas in de inleiding. Uiteraard kaart hij ook de selectie aan, al waagt hij zich niet aan precieze selectiecriteria. Samensteller Joost De Geest heeft zich trouwens nog een belangrijke beperking opgelegd: alle werken bevinden zich in Belgische collecties. "Bij elk opgenomen werk kunnen (en zullen) er vraagtekens geplaatst worden over de relevantie van het kunstwerk of de kunstenaar," beseft Johan Pas. Ongetwijfeld vindt u ook enkele werken die onder de relevantiedrempel duiken, terwijl anderen deze poging tot kunstcanon niet haalden. De altijd in het oog springende Wim Delvoye (1965) bereikte dit artistieke pantheon met Panem et CircensesI, maar voor schilder Sam Dillemans (1965) bleven de deuren gesloten. Bij een volgende editie wordt de keuze wellicht alweer een stuk moeilijker, want net nu gooit een nieuwe generatie Belgische schilders hoge ogen op de internationale kunstmarkt - in het spoor van Luc Tuymans. Joost De Geest (red.), Het Belgisch kunstboek - 500 kunstwerken van Van Eyck tot Tuymans. Lannoo, 510 blz., 49,95 euro.Luc De Decker