De Europese ploeg onder leiding van de Schot Sam Torrance heeft op indrukwekkende wijze de Ryder Cup veroverd. Het was de vijfde keer dat het Oude Continent het haalde, hoewel weinigen bij het begin van de laatste wedstrijddag nog een cent gaven voor de Europese winstkansen. Na twee dagen doubles stond het toen 8-8. En in de singles zijn de Amerikanen onklopbaar. Zoals blijkt uit de statistieken: pas in 1995 konden de Europeanen voor het eerst de ...

De Europese ploeg onder leiding van de Schot Sam Torrance heeft op indrukwekkende wijze de Ryder Cup veroverd. Het was de vijfde keer dat het Oude Continent het haalde, hoewel weinigen bij het begin van de laatste wedstrijddag nog een cent gaven voor de Europese winstkansen. Na twee dagen doubles stond het toen 8-8. En in de singles zijn de Amerikanen onklopbaar. Zoals blijkt uit de statistieken: pas in 1995 konden de Europeanen voor het eerst de one to one winnen. En in 1999, in Brookline, Massachusetts, stonden de Europeanen de laatste dag zelfs vier punten voor, maar toch verloren ze het toernooi. Deze keer liep het dus anders. Europa begon met winst in de eerste drie singles, dankzij Colin Montgomerie, Padraig Harrington en Bernhard Langer, die respectievelijk Scott Hoch, Hal Sutton en Mark Calcavecchia opzijzetten. Sergio Garcia verloor zijn partij tegen David Toms, maar Darren Clarke bleef overeind tegen David Duval. Thomas Bjorn was de meerdere van Stewart Cink en de Amerikaan Scott Verplanck haalde het van Lee Westwood. Er waren drie onbesliste partijen: Nicla Fasth-Paul Azinger, Paul McGinley-Jim Furyk en Pierre Fulke-Davis Love III. Phillip Price was sterker dan Phil Mickelson, tweede speler van de wereld, terwijl Jesper Parnevik gelijkspeelde tegen Tiger Woods, de nummer één van de wereld. Een Woods die ondervond dat golf ook een ploegsport kan zijn. Europa won uiteindelijk met 15,5 tegen 12,5 in wat een sensationele wedstrijd was geweest. Een sportieve wedstrijd waarin ook de mindere goden een rol van betekenis speelden. Zoals de Welshman Price, die het dit seizoen zo moeilijk had dat hij meer dan eens overwoog een punt achter zijn carrière te zetten. Maar nu is Price een held in zijn land, hij is even populair als zijn collega Ian Woosnam. Nu kamperen televisieploegen en journalisten voor de woning van de 119de speler in de wereld. "Ik was een beetje paranoïde geworden," zegt hij. "Ik had de indruk dat de pers alleen maar naar de wedstrijden kwam om me te zien verliezen. Wekenlang speelde ik op een bedenkelijk niveau, op zoek naar mezelf. In het laatste toernooi voor de Ryder Cup raakte ik zelfs niet voorbij de cut. Vandaar dat ik overwoog om af te zeggen voor de Belfry." Price is altijd een twijfelaar geweest. De getuige bij zijn huwelijk was trouwens ook zijn sportpsycholoog, ene Alan Fine. "Zijn probleem is dat hij heel vaak heeft moeten horen dat hij niet goed genoeg is om een toernooi te winnen," zegt Fine. Maar net voor zijn duel met Mickelson fluisterde Torrance hem toe dat hij de Amerikaan kon kloppen. De Kelt begon te spelen alsof zijn leven ervan afhing en klopte Phil op de zestiende hole. John Baete [{ssquf}]