Rond de tijdbom Brussel ligt een economisch paradijs. Vlaams-Brabant heeft de laagste werkloosheidsgraad van Vlaanderen (6,4 %), het hoogste gemiddelde inkomen per inwoner (29.509 euro), de hoogste stijging qua investeringen en de hoogste tewerkstelling in de dienstensector (82 %).
...

Rond de tijdbom Brussel ligt een economisch paradijs. Vlaams-Brabant heeft de laagste werkloosheidsgraad van Vlaanderen (6,4 %), het hoogste gemiddelde inkomen per inwoner (29.509 euro), de hoogste stijging qua investeringen en de hoogste tewerkstelling in de dienstensector (82 %). Niet verwonderlijk dat onze Ambassadeurs uit Vlaams-Brabant - gekozen uit honderd Gazellen bij de grote bedrijven, 75 bij de middelgrote bedrijven en 25 bij de kleine (zie kader: Hoe gingen we te werk? ) - dienstverleners zijn. Alarmen over delokalisatie ten spijt is er nog geen contradictie tussen sterke activiteiten in diensten en een sterke economie. De 200 Gazellen uit Vlaams-Brabant hebben tussen 1998 en 2002 hun tewerkstelling met 15.700 banen uitgebreid, van ruwweg 27.400 jobs naar bijna 43.100. Dat is een toename met 57 %. De cijfers steken fel af bij de amechtige jobdynamiek in de rest van de economie. Vooral de kleine Gazellen, overwegend in minder productieve diensten, groeien in personeel, met een stijging van 147 % in vijf jaar, van 325 banen in 1998 naar 802 in 2002. De groeiers springen niet alleen op het gebied van de creatie van jobs in het oog. De gemiddelde grote Gazelle is een stuk rendabeler dan de gemiddelde Belg. Daartegenover staat dat de typische Gazelle merkelijk minder solvabel is. Onze lievelingen zijn dus kwetsbaarder voor tegenslagen, maar tonen dat ze het extra vreemd vermogen dat ze opnemen succesvol weten te gebruiken voor hun groei. Het zijn vooral de middelgrote Gazellen die een spectaculaire vooruitgang neerzetten (+202 %), hoewel ook de kleintjes fel groeiden in die periode (181 %). De omzet van de 175 grootste Gazellen (zonder de kleintjes) steeg met 72 %: van 8,4 miljard euro in 1998 naar ruim 14,5 miljard euro in 2002. Diensten vergen doorgaans beperktere investeringen in vaste activa. Dat leidt bij winst sneller tot een degelijke rentabiliteit op het gewoonlijk bescheiden eigen vermogen. De mediaan van de honderd grote Gazellen lag qua rentabiliteit op 13,52 % (dat betekent dat de helft beter scoort en de helft slechter scoort dan 13,52 %.) Daarmee vergeleken haalde de mediaan van alle Belgische grote ondernemingen in 2001 een rentabiliteit van een goede 6 % (het jaar waarin de grote Gazellen 14,13 % haalden als mediaan). Driekwart van de honderd grote Gazellen scoort beter dan 6 %. Uitschieter was Microsoft met liefst 7223 % rendement op eigen vermogen (19.960 % in 2001), een curiosum. De middelgrote Gazellen doen het nog beter. Zij zetten niet alleen de snelste groei neer, maar zijn ook nog het meest rendabel. De mediaan ligt hier op 16,49 %. En ondanks hun lagere productiviteit komen de kleintjes nog uit op een mediaan van 15,08 %, wat dus nog duidelijk beter is dan de 13,52 % van de grote Gazellen. De Ambassadeurs tonen dat ze op dit punt hun strepen verdienen. Elektroketen Krëfel haalt een rentabiliteit op eigen vermogen van 25,44 %, IT-consultant Aprico Consultants 39,7 %. Het advocatenkantoor Lawfort stelt ons hier voor problemen. Sinds 2001 schrijft Lawfort geen winst meer in de boeken. Wat er aan winst zou geweest zijn, wordt nu direct vertaald in de vergoeding aan de partnerships, in plaats van uitgekeerd te worden in de vorm van een dividend. De staat wrijft zich overigens in de handen bij het zien van onze 200 Gazellen. Tussen 1998 en 2002 steeg hun gezamenlijke nettowinst met 156 % van 166 naar ongeveer 426 miljoen euro. De stijging is onder meer een gevolg van een verhoogde productiviteit. De toegevoegde waarde ging in vijf jaar met 89 % omhoog tot 3,46 miljard euro, terwijl het aantal personeelsleden maar met 57 % toenam. Per personeelslid geeft dat anno 2002 een toegevoegde waarde van ongeveer 80.400 euro, met een enorm verschil tussen de kleine gazellen (50.800 euro) en de grote (81.600 euro). De meeste groeiers doen het weerom een stukje beter dan het typische Belgische bedrijf. De mediaan van de grote Gazellen haalde een toegevoegde waarde van 86.800 euro per werknemer in 2002. De gemiddelde Belgische onderneming moest tevreden zijn met 51.000 euro per werknemer. Maar het valt op dat de 25 kleine Gazellen met hun mediaan van 49.400 euro ook op die meetlat lager uitkomen. De reden ligt ongetwijfeld in de personeelsintensieve dienstensectoren waarin deze kleine Gazellen zich situeren: vervoer, kleinhandel, persoonlijke diensten (verzorgingstehuizen) en de bouw. Opmerkelijk is dat de Gazellen zowel in cashflow als in nettowinst al sterk hernemen in 2002, na de zwakkere jaren 2000 en 2001. In andere provincies zagen we al dat de Gazellen iets minder solvabel waren omdat ze hun groei nu eenmaal typisch met vreemd vermogen financieren. In Vlaams-Brabant is dat zeer duidelijk. De mediaan van de honderd grote Gazellen lag voor de solvabiliteit op 21,49 % in 2002. De kleine gazellen hebben zelfs maar 19,87 % als mediaan. De gemiddelde Belgische onderneming haalt hier 30 %. Banken en leveranciers zullen daar bezorgd over zijn, maar slimme ondernemers bekijken dat natuurlijk van de positieve kant. Zij maximaliseren op die manier hun rendement op eigen vermogen. Bruno LeijnseDe 200 Vlaams-Brabantse Gazellen dikten hun tewerkstelling tussen 1998 en 2002 met 15.700 banen aan. Deze Gazellen scoren ook prima op het stuk van rentabiliteit. Uitschieter is Microsoft met liefst 7223% rendement op eigen vermogen. De Gazellen zijn kwetsbaarder voor tegenslagen, maar weten het extra vreemd vermogen dat ze opnemen succesvol te gebruiken voor hun groei. Opmerkelijk is dat de Gazellen zowel in cashflow als in nettowinst al sterk hernemen in 2002, na de zwakkere jaren 2000 en 2001.