"Ondernemen is niet leuk meer," zucht Ignace De Brabandere, eigenaar van brouwerij Bavik uit Bavikhove. "De overheid ziet je voortdurend op de vingers en vraagt soms uitleg over de meest onnozele details." Gelukkig hoeft De Brabandere zich nog weinig zorgen te maken over de inplanting van zijn bedrijf: enkele jaren geleden kreeg hij een zogenaamde regularisatie.
...

"Ondernemen is niet leuk meer," zucht Ignace De Brabandere, eigenaar van brouwerij Bavik uit Bavikhove. "De overheid ziet je voortdurend op de vingers en vraagt soms uitleg over de meest onnozele details." Gelukkig hoeft De Brabandere zich nog weinig zorgen te maken over de inplanting van zijn bedrijf: enkele jaren geleden kreeg hij een zogenaamde regularisatie. Nauwelijks één kilometer verder, op de grens tussen Bavikhove en Hulste, ligt Agristo. Dat aardappelverwerkende bedrijf staat er veel slechter voor dan Bavik: de onderneming kreeg van de Bestendige Deputatie een milieuvergunning tot 19 december 2004. Het management van Agristo weet maar al te goed dat overleven op die locatie geen makkie wordt. Omwonenden, het Harelbeekse schepencollege en de Vlaamse Milieumaatschappij hebben het niet zo begrepen op Agristo. Niet alleen wegens de inplanting op agrarisch gebied, maar ook wegens de geur- en lawaaihinder en de verkeersoverlast. En dat het nog erger kan, heeft Interlin uit Beveren-Leie mogen ondervinden. Het spaanplatenbedrijf dat al sinds jaar en dag in de dorpskom ligt, besliste om de boeken te sluiten nadat minister van Leefmilieu Vera Dua (Agalev) een nieuwe exploitatievergunning weigerde. Veel West-Vlaamse bedrijven stellen zich dan ook luidop de vraag of ze nog probleemloos een nieuwe vestiging zullen kunnen neerpoten. Het antwoord is anno 2003 ontnuchterend: straks is er in deze provincie nog amper ruimte voor bedrijven. "Het is vijf ná twaalf!"Bernard Maenhoudt, stafmedewerker van de West-Vlaamse Kamer voor Handel en Nijverheid, heeft die stelling met cijfers onderbouwd. Hij houdt zich al jaren bezig met de vestigingsproblematiek van bedrijven. "De problemen worden steeds acuter," zegt Maenhoudt. "Als er niets gebeurt, stevenen we op een drama af. Naar mijn gevoel is het nu al vijf ná twaalf." Bij de Gom West-Vlaanderen staat de klok van topman Jan Callens op exact hetzelfde uur. "Tot voor kort hielden we nog vast aan een behoefte van 320 tot 370 hectare voor de periode 2002-2007," zegt hij, "Maar dat cijfer is nu al totaal achterhaald. Dat geven zelfs Vlaams minister van Ruimtelijke Ordening Dirk Van Mechelen en minister van Economie Jaak Gabriëls toe." Eerst en vooral geldt de berekening voor de provincie in haar geheel: de redenering gaat ervan uit dat een 'overschot' in één regio kan worden gebruikt om het tekort in een andere regio aan te vullen. "Dat is niet realistisch," aldus Callens. "Het aanbod moet over de hele provincie zijn verspreid. Ten tweede moeten zoekende ondernemers ook de keuzemogelijkheid behouden. En dan heb ik het nog niet over de wijze waarop de overheid terreinen diversifieert: er zijn lokale zones, regionale zones, watergebonden gebieden, dienstenzones enzovoort. Hoe meer soorten zones, hoe meer oppervlakte er klaar moet worden gehouden. Ten slotte zijn er in het recente verleden activiteiten tot ontwikkeling gekomen die op bedrijventerreinen thuishoren maar niet of nauwelijks bestonden bij de voorbereiding van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Ik denk aan afvalverwerking, mestverwerking en bepaalde dienstverlenende activiteiten." Bernard Maenhoudt heeft voorgerekend dat slechts 3,2% van het West-Vlaamse grondgebied voor industriedoeleinden is bestemd. Geen enkele andere Vlaamse provincie doet slechter. Het Vlaams gemiddelde bedraagt 4,2%. Automobilisten die de ring rond Kortrijk (de as Kortrijk-Gent) of Brugge (vooral richting Zeebrugge) oprijden, zien nochtans overal bedrijven staan. "Dat is nu net het probleem," zegt Bernard Maenhoudt. "Bepaalde regio's, zoals Kortrijk en Brugge, kennen een grote economische activiteit. Startende ondernemingen of firma's die er willen uitbreiden, komen in de problemen omdat ze vaak in landbouwgebied liggen, en dus zonevreemd zijn. Maar er bestaat voor hen geen alternatief, want er zijn onvoldoende nieuwe bedrijventerreinen. Het onevenwicht in West-Vlaanderen - zowel inzake de bestaande activiteiten als inzake nieuwe terreinen - is schrijnend. Als er geen nieuwe initiatieven komen, telt de provincie in 2007 geen vierkante meter vrije industriegrond meer."Planologen hebben het graag over een ijzeren voorraad nieuwe terreinen. De bedrijfswereld schreeuwt om zo'n ijzeren voorraad. Maar het blijft roepen in de woestijn: West-Vlaanderen heeft er geen. Bovendien blijft de overheid zowat doof voor het geschreeuw. Bernard Maenhoudt: "Als een bedrijf in de knoei zit en daar iets aan wil doen, wordt steevast verwezen naar structuurplannen een uitvoeringsplannen. Alleen is het nog jaren wachten voor die zullen worden goedgekeurd. Vroeger kenden we de zogenaamde bierkaartjeseconomie: na de zondagsmis maakten burgemeester en ondernemer snel een afspraak op papier, met goed gevolg nadien. Ik pleit niet voor een terugkeer naar die tijd. Maar wat we nu meemaken, is ook niet normaal. Een dovemansgesprek, beter kan ik het niet omschrijven." Brengt Oostende redding?Maenhoudt ergert zich vooral aan de tegenwerking van de administratie: "Het primaat ligt niet langer bij de politiek, maar bij de administratie." Meer dan 90% van de West-Vlaamse bedrijven mag dan al behoorlijk vergund of zone-eigen zijn, daarmee zijn de dieperliggende problemen niet van de baan. "Wat ontbreekt, is de garantie om op langere termijn te kunnen doorgaan," zegt Maenhoudt. "Wanneer de bestemming wordt gewijzigd, kunnen sommige bedrijven plots niet meer uitbreiden. Een groot probleem ook zijn de milieuvergunningen: die worden steeds opnieuw aangevraagd. Maar zonevreemde ondernemingen krijgen er geen."Momenteel telt West-Vlaanderen 5000 zonevreemde bedrijven. Op het grondgebied van de gemeente Meulebeke stonden er in 2001 maar liefst 250. Binnen de provincie zien we wel grote verschillen: in Roeselare-Tielt is 9% tot 10% zonevreemd. In Kortrijk slechts 4%, maar in Diksmuide dan weer 7% tot 8%. De hamvraag blijft zowel voor volwassen ondernemingen als voor start-ups dezelfde: waar moeten ze naar toe? Een helikoptervlucht boven de provincie geeft een ontnuchterend antwoord. In de driehoek Waregem-Deerlijk-Anzegem is momenteel geen morzel industriegrond meer te krijgen. In het nabijgelegen Harelbeke al evenmin. En ook boven Roeselare-Tielt, bekend voor zijn sterke endogene groei, vind je nog amper nieuwe industriezones.Wel is er nog plaats in het havengebied rond Brugge, maar dan alleen voor specifieke haven- of watergebonden activiteiten. Pech dus. In de Diksmuidse regio is het eveneens huilen met de pet op: naast de IJzertoren is men volop bezig met de ontwikkeling van een bedrijventerrein (15 hectare), maar ook dat terrein loopt binnen de kortste keren vol. Van Diksmuide naar Veurne is geen reusachtige afstand. Maar ook daar zijn er geen industriegronden te koop. Hetzelfde geldt voor de rest van de Westhoek. Poperinge: problematisch of, beter nog, dramatisch. In het Ieperse ligt momenteel 15 tot 20 hectare te wachten op gebruik, maar het is een habbekrats als je de behoeften kent. Een uitzondering vormt het Oostendse industrieterrein Plassendale (150 hectare onontgonnen), maar jammer genoeg ligt dat in een toeristische regio met weinig endogende groei of industrie. Wachten op GodotAlle experts zijn het er roerend over eens: het dieper liggende probleem heet de overheid. Jan Callens van de Gom West-Vlaanderen vindt dat de overheid in de goede tijden (eind de jaren negentig) veel te passief is blijven toekijken. "Toen had er eens goed moeten worden nagedacht over de ruimtebalans in de provincie," zegt Callens. "Een behoefteraming was zeker op zijn plaats geweest. De ondernemers dringen genoeg aan, maar er gebeurt zo weinig."Sinds midden de jaren negentig vonden weliswaar een reeks gewestwijzigingen plaats - zodat er nieuwe industrieterreinen ontstonden - maar nog steeds is er geen evenwicht tussen vraag en aanbod. Elders in Vlaanderen worden de door de overheid toegekende contingenten nooit helemaal ingevuld. In West-Vlaanderen zijn diezelfde contingenten in een handomdraai opgebruikt. In een officieel rapport geven de ministers Gabriëls en Van Mechelen het probleem toe: "Om aan de vraag tot 2007 te voldoen, zullen er in West-Vlaanderen extra bedrijventerreinen moeten worden bestemd, boven op het lot dat werd toegekend naar aanleiding van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen."Een nieuwe en liefst ook snelle wijziging van het Structuurplan is noodzakelijk. Maar dat vergt tijd en de vraag rijst of de West-Vlaamse ondernemers daar nog het geduld voor zullen opbrengen. Het lijkt immers wachten op Godot. Voor een eenvoudige wijziging in het Bijzonder Plan van Aanleg mag je al snel op een jaar rekenen. Terwijl het leeuwendeel van de BPA-aanvragen niet eens betwiste materie vormt. "Niet-ondernemers snappen niet dat voor ondernemers tijd geld is," zegt Bernard Maenhoudt. Als ze vandaag geen passende locatie en infrastructuur hebben, zijn ze misschien morgen hun markt kwijt. In de praktijk kan geen enkele ondernemer jaren op een vergunning blijven wachten. Alleen al een regularisatie kost tijd en geld, en het gaat dan nog niet eens om een productie-investering. Hoe kan je dan cashflow genereren?"Kortom: het ontbreekt veel West-Vlaamse ondernemingen aan zekerheid om te kunnen ondernemen. Bernard Maenhoudt: "Geen enkele ondernemer zal ooit het tegensprekelijke karakter én de noodzakelijke procedure van een vergunningsbeleid aanvallen. Ondernemers streven sowieso naar duurzaamheid. Alleen blijft de vraag: waarom moet dat drie tot vijf jaar duren? Die tijd hebben ondernemers niet. Waarom kan de overheid niet meer oplossingsgericht werken?"Producten? Of diensten?Een oplossingsgericht beleid is dringend nodig want het West-Vlaamse industriële landschap staat op een kruispunt. West-Vlamingen zijn altijd doeners en entrepreneurs geweest. Maar nu evolueert de provincie stilaan in de richting van een diensteneconomie. Jan Callens van de Gom West-Vlaanderen: "Naarmate de activiteiten in en rond de Franse stad Rijsel groeien, en naarmate ook Oost-Europa groeit, zal de behoefte ontstaan aan een nabije, of zelfs verderop gelegen diensteneconomie als ruggensteun. Dit is een historische kans voor onze provincie, die vier grote dienstenzones naar voor zou moeten schuiven: een in Kortrijk ( Kennedypark), een in Roeselare ( Accent Business Park), een in Brugge (nog in te vullen) en een in Oostende ( Plassendale). In drie van de vier gevallen ligt de basis er al. Maar nu moet de actieradius worden uitgebreid. Veertig hectare per stad lijkt me een noodzaak en dat cijfer is ook haalbaar. De dienstensector is de groeisector van de toekomst. Outsourcing blijft in. Of men dat nu graag hoort of niet." Jan Callens vindt dat de term diensten breed moet worden opgevat: de administratie van bedrijven, maar ook van banken hoort er in thuis, en hetzelfde geldt voor allerlei vormen van logistieke hulp. Of hij daarmee de roots (produceren, produceren, produceren...) van ondernemend West-Vlaanderen afzweert? "Natuurlijk niet," zegt Callens. "Een mix van lichte industrie en diensten zou het ideaal zijn. We moeten ook realistisch genoeg zijn om te beseffen dat de zware industrie West-Vlaanderen niet opzoekt. Vroeger niet en vermoedelijk ook in de toekomst niet. Je kan betreuren dat Toyota naar Valenciennes trekt, maar het is niet anders. We zullen nooit op kunnen tegen de voordelen die ze daar bieden. Maar Toyota is een goed voorbeeld van hoe het kán. De Japanse autofabrikant heeft in Zeebrugge zijn wereldwijde dispatchingcentrum gevestigd. Zie je: dat versta ik nu net onder diensten." Nogal wat traditionele West-Vlaamse productiebedrijven hebben al hun horizon verruimd. Denk maar aan de dienstverlening waarop het Picanol van Jan Coene zich wil oriënteren. Of aan de reconversie die plaatsvond bij Siemens Oostkamp, nog steeds een van de grotere werkgevers uit het Brugse. Maar wie meer diensten wil aantrekken, zal ook meer mensen moeten vinden. Wringt daar niet het West-Vlaamse schoentje? West-Vlaanderen, dat graag prat gaat op zijn hoge actieve bevolking en zijn geringe aantal werklozen? Jan Callens ziet er geen graten in: "Vlakbij hebben we voldoende rekruteringsmogelijkheden: kijk maar naar de duizenden Fransen die in de West-Vlaamse textielsector aan de slag zijn. En ook in Wallonië kunnen we nog een aardig arbeidspotentieel aanspreken."Karel Cambien, Alain Mouton [{ssquf}]alain.mouton@trends.beDe Trends Gazellen Awards voor de provincie West-Vlaanderen werden gisteren in Brugge uitgereikt. De volgende Trends Gazellenevenementen vinden plaats op woensdag 26 februari in Hasselt (Limburg), woensdag 19 maart in Leuven (Vlaams-Brabant), woensdag 26 maart in Antwerpen en donderdag 3 april in Rijsel (Euro Gazelle 2003).Voor meer informatie kunt u bellen naar 051 26 64 13 of mailen naar trendsgazellen@roularta.beDe groepercentages (omzet, personeel en cashflow) van de 200 snelst groeiende West-Vlaamse bedrijven."Als er geen nieuwe initiatieven komen, telt West-Vlaanderen in 2007 geen vierkante meter vrije industriegrond meer."Momenteel telt West-Vlaanderen 5000 zonevreemde bedrijven. In een gemeente als Meulebeke waren er in 2001 maar liefst 250 zonevreemd.Een nieuwe wijziging van het Structuurplan dringt zich op. Maar dat vergt tijd. Kunnen West-Vlaamse ondernemers daar nog geduld voor opbrengen?