Innovatie is hot, een hype. Het heeft een verblindende uitstraling in het hedendaagse bedrijfsmilieu. Maar wie voorbij de oppervlakkige glans kijkt, merkt spoedig dat het vaak een dun laagje vernis is. Of vindt ú het normaal dat het globale budget voor onderzoek en ontwikkeling (O&O) in België tussen 2001 en 2003 zakte van 1,32 % tot 1,14 % van het bruto binnenlands product?
...

Innovatie is hot, een hype. Het heeft een verblindende uitstraling in het hedendaagse bedrijfsmilieu. Maar wie voorbij de oppervlakkige glans kijkt, merkt spoedig dat het vaak een dun laagje vernis is. Of vindt ú het normaal dat het globale budget voor onderzoek en ontwikkeling (O&O) in België tussen 2001 en 2003 zakte van 1,32 % tot 1,14 % van het bruto binnenlands product? Akkoord, de daling was geen uniek Belgisch gegeven en weerspiegelt deels de conjunctuurvertraging die Europa in die periode doormaakte. In 2005 zouden de O&O-uitgaven met 5,3 % zijn toegenomen, en ook in ons land zou die stijging zich manifesteren. Wat de link tussen economische groei en de O&O-inspanningen nog maar eens scherp stelt. Maar dan nog blijft België met een besteding van 1,90 % van het bbp net onder het Europese gemiddelde (1,92 %). En dus nog ver verwijderd van de Lissabonnorm, die voorschrijft dat de Europese landen tegen 2010 3 % van hun bbp moeten besteden aan O&O. Maar wat betekenen al die cijfers concreet op de werkvloer? Trends onderzocht hoe innovatief Vlaamse ondernemers zijn. We vroegen onder meer welk bedrijf ze als sterk innovatief beschouwen. In het lijstje dat daaruit voortsproot wed-ijveren internationale kleppers zoals Microsoft, Google en Nokia met lokale helden zoals Option en Metris. Maar op de eerste plaats schuift ondernemend Vlaanderen ex aequo Apple, Janssen Pharmaceutica en Barco naar voren als innovatiekampioenen. Wat leert dat lijstje ons vooral? Dat innovatie ingebed moet zitten in de bedrijfscultuur. Bij Barco wordt er een actief patentenbeleid gevoerd, met financiële bonussen voor wie innovatieve ideeën aanbrengt. Dat zien we ook bij Janssen Pharmaceutica en Apple. Samenwerking over de bedrijfsmuren heen is nog zo'n sterkhouder voor innovatieve bedrijven. Al te vaak zit de lokale kmo'er op zijn eiland te zwoegen, terwijl zijn buurman een (technologische of productie-) oplossing voorhanden heeft. Samenwerken is géén synoniem van intellectuele eigendommen op straat gooien. Het gemiddelde Belgische industriële bedrijf spendeert jaarlijks 4,9 % van zijn omzet aan O&O. Bij de bedrijven die naar voren komen als innovatiekleppers, ligt dat al snel in de grootteorde van 10 à 15 %. Bij onze bevraging stelde 12 % van de bedrijven dat er geen O&O-budget is, terwijl nog eens 18 % geen flauw idee heeft van het budget. Dat illustreert welk belang er aan innovatie wordt gehecht. Al is enige voorzichtigheid geboden: niet alles wat als innovatief wordt beschouwd komt bij de gemiddelde kmo in een apart kostenplaatje terecht, en omgekeerd. Innovatie wordt door de ondernemers voornamelijk gelijkgesteld met productontwikkeling. 62 % geeft dat namelijk als antwoord op onze vraag hoe men innovatie in de eigen onderneming zou omschrijven. Innovatie is dus vooral het omzetten van onderzoek in (nieuwe) commerciële producten (of diensten). Het betekent ook het vrijwaren van de concurrentiepositie (88 %). Daarbij zit ondernemend Vlaanderen verrassend dicht bij de stelling van Robert D. Austin (Harvard Business School). Austin vindt dat de enige innovatie die ertoe doet, de vernieuwing is waar klanten voor willen betalen. Afhankelijk van de sector stijgt de omzet door het creëren van nieuwe producten met 3,6 tot 7,4 %. Het concurrentievermogen hangt dus in grote mate af van het vermogen van ondernemingen om hun innovatieprojecten om te zetten in concrete toepassingen en producten. Dat loopt echter niet altijd van een leien dakje. 38 % zegt dat ze moeite hebben met het overzetten van ideeën naar concrete maatregelen. Nochtans zit Vlaanderen met 159 patentaanvragen - een indicator van innovatie - per miljoen inwoners in het Europese peloton. Wel opvallend is dat onze directe buurlanden beter scoren. Dat toont aan dat de concurrentie dichter bij huis zit dan we soms wel denken. En het zijn de dochterbedrijven van grote buitenlandse ondernemingen die tekenen voor het leeuwendeel van de Belgische patentaanvragen. Een van de grootste obstakels bij innovatie is het tijdsaspect. De gemiddelde ontwikkelingstijd ligt tussen zes maanden en één jaar, en dat is te lang, vindt ruim 53 %. Een andere vaak gehoorde klacht: bij innovatie ben je vaak een pionier en draag je de grootste ontwikkelingskosten. Zeker voor een jong bedrijf is dat niet altijd makkelijk. Lieven Desmet