Er sneuvelen tegenwoordig halve wouden om de wereld te behoeden voor een nieuwe zware financiële crisis. Papierverspilling of niet, de lijst met aanbevelingen hoe het voortaan anders moet, is intussen zo lang dat een mens zich afvraagt hoe het financiële systeem zo lang in de lucht wist te blijven. De nieuwe wijsheid stamt van rapporten uit alle hoeken: op wereldschaal (G20), Europees niveau (De Larosière) of Belgisch niveau (Lamfalussy en de parlementaire bankencommissie).
...

Er sneuvelen tegenwoordig halve wouden om de wereld te behoeden voor een nieuwe zware financiële crisis. Papierverspilling of niet, de lijst met aanbevelingen hoe het voortaan anders moet, is intussen zo lang dat een mens zich afvraagt hoe het financiële systeem zo lang in de lucht wist te blijven. De nieuwe wijsheid stamt van rapporten uit alle hoeken: op wereldschaal (G20), Europees niveau (De Larosière) of Belgisch niveau (Lamfalussy en de parlementaire bankencommissie). "Al die rapporten tonen aan dat de bewustwording heel groot is. Dit zou in een nieuw sluitend kader moeten uitmonden. Maar nu moet het vlug gaan, niet alleen om de verlammende onzekerheid uit de wereld te helpen, maar ook omdat de banken met de rug tegen de muur staan. Zodra de crisis voorbij is, zal de lobbymacht van de banken zich snel herstellen", zegt Rudi Vander Vennet, professor financiële economie aan de Universiteit Gent. De vaststellingen van de bijzondere parlementaire bankencommissie is een van de rapporten die de nieuwe bakens uitzet. "Het is een verfrissend rapport, want het parlement durft man en paard te noemen. Het is duidelijk dat onze bankiers geen onschuldig slachtoffer zijn van een Amerikaanse crisis, maar zelf veel te veel risico's hebben genomen. Vandaag overleven de voorzichtige banken, terwijl wie Russische roulette speelde, vecht voor zijn bestaan. We moeten dus niet bang zijn om onze banken eventueel meer te reguleren dan het buitenland van plan is", zegt Ivan Van de Cloot, hoofdeconoom van Itinera Institute. Rechtkrabbelen en gewoon weer voortdoen als vanouds, dat zit er voor de bankiers niet meer in. Daarvoor hebben ze het deze keer té bont gemaakt. Zelfs als maar een minderheid van alle aanbevelingen op het terrein realiteit wordt, zal het banklandschap er morgen totaal anders uitzien. Op alle vlakken: het toezicht en regelgevende kader, het bestuur en management, de aandeelhoudersstructuur, de behandeling van de spaarder, de kredietverlening, de winstgevendheid, enzovoort. Alles staat ter discussie. De architecten zitten nog aan de tekentafel, maar de contouren van het nieuwe bankgebouw tekenen zich stilaan af (zie illustratie). Toch waarschuwen heel wat economen ook dat de nieuwe geboden het oude geloof niet helemaal mogen verketteren. Dirk Heremans, emeritus professor van de KULeuven: "Na de Grote Depressie van de jaren dertig is er structureel gereguleerd en werden de universele banken in stukken opgesneden. Vooral de voorbije decennia heeft deregulering de terugkeer van de universele bank mogelijk gemaakt, en die liberalisering heeft veel welvaart gebracht. Er is overdreven, dat klopt, maar de klok helemaal terugdraaien is ook niet wenselijk. Vooral het prudentieel toezicht (het voorzorgstoezicht dat een crisis van het financiële stelsel moet vermijden, nvdr) moet nu veel beter om dat financiële systeem in goede banen te houden." Het toezicht heeft schromelijk gefaald, maar dat ligt niet alleen aan de kwaliteit van dat toezicht, zo merkt het rapport van de parlementaire bankencommissie op. Neen, aanbevelingen en aanmaningen waren er genoeg, maar de meeste bankiers legden ze gewoon naast zich neer. Hun voornaamste kopzorg was immers om minstens evenveel winst te maken als de concurrenten, en vervelende regeltjes stonden dat doel alleen maar in de weg. De toezichthouders willen er daarom in de eerste plaats voor zorgen dat hun oordelen meer afdwingbaar worden. Of hoe een scheidsrechter maar geloofwaardig is als hij kaarten kan trekken, niet alleen op het niveau van de individuele instellingen maar ook op een macro-economisch niveau. Want het heeft geen zin om de kwaliteit van de individuele zandkastelen op het strand te bewaken als men ook de aanrollende macro-economische golven niet in de gaten houdt. Op Europees niveau moet een nieuwe instelling, mogelijk in de schoot van de Europese Centrale Bank, dat macroprudentieel toezicht verzorgen. Het moet een ultieme scheidsrechter worden die bijvoorbeeld de kredietverlening aan banden kan leggen als de vastgoedmarkt oververhit raakt. Ook het toezicht op de grensoverschrijdende systeembelangrijke banken zou minstens op Europees niveau moeten worden georganiseerd. Heikel punt is bovendien de grensoverschrij-dende samenwerking als een instelling genre Fortis in de problemen komt. De toezichthouders kunnen op voorhand al wel afspraken gemaakt hebben, maar als het brandt zijn het de ministers van Financiën die belastinggeld op tafel moeten leggen. En dan is het ieder voor zich en God voor allen, zoals België en Nederland aantoonden in het dossier-Fortis. Ook op Belgisch niveau wordt gezocht om de toezichthouder meer macht te geven en beter te organiseren. Maar of de huidige toezichthouder, de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen (CBFA) de eerste viool mag blijven spelen? Gezien het toenemende belang van het macro-economische toezicht ligt de Nationale Bank op vinkenslag om het toezicht te verenigen onder haar dak. Maar er is ook een compromis mogelijk door de bevoegdheden van het Comité voor Financiële Stabiliteit - vandaag de brug tussen de Nationale Bank en de CBFA - uit te breiden. Wat ook de structuur wordt, van tel is vooral een vlotte informatiedoorstroming en constructieve samenwerking tussen de betrokken personen. Want vooral daar liep het wel eens mis. Miljardenwinsten en rendementen van 20 procent of meer op het eigen vermogen: de aandeelhouder wil niet liever, maar dat zet de bank op ramkoers met de belangen van de samenleving. Want geen extra rendement zonder extra risico's, en wie deelt in de brokken als het mis gaat? Juist, de spaarder, de belastingbetaler of zelfs de hele samenleving als - zoals nu - een vertrouwenscrisis de echte economie onderuit haalt. De aandeelhouder moet daarom inbinden. "Moet een algemene vergadering en een raad van bestuur uitsluitend handelen in het belang van de aandeelhouders? Niet volgens moderne opvattingen. De raad van bestuur en aandeelhouders moeten ook rekening houden met andere stakeholders. Slechts één meester dienen, is niet meer van deze tijd", stelt het parlement in zijn rapport. Vooral systeembelangrijke banken moeten rekening houden met de belangen van de spaarders, werknemers en de hele economie. De herverdeling van de macht kan op verschillende manieren afgedwongen worden. De toezichthouder zou bijvoorbeeld kunnen nakijken of bestuurders voldoende risicogevoelig of 'samenlevingsgevoelig' zijn. Nog verregaander zou zijn om de banken van de beurs te halen. "Is het systeem wel schokbestendig en leefbaar?", vraagt het parlement zich af. "De vraag rijst of een bank die grote depositovolumes aanhoudt nog wel beursgenoteerd kan blijven. Een beursnotering vereist hoge rendementen, waardoor risico's moeten worden genomen. Die zijn onverantwoord met het oog op de belangen van de depositohouder. Deze belangen met elkaar verzoenen, kan een uitermate hachelijke onderneming zijn tegen de achtergrond van een woelige markt." Vooral de druk op banken met een gespreid aandeelhoudersschap, zoals Fortis, is groot. "Deze aandeelhouders kunnen hun risico spreiden over andere beleggingen, en hebben dus de neiging om meer risico's op individuele posities te nemen. Een referentieaandeelhouder die op lange termijn denkt, is beter voor de stabiliteit", zegt Dirk Heremans. Als het goed gaat, verdienen bankiers geld als slijk (via vette bonussen), maar als het mis gaat draait de samenleving op voor de kosten (de bankier komt vaak nog weg met een gouden parachute). Meer nog dan de omvang van de bonus ligt deze asymmetrie in de bonusstructuur aan de basis van het roekeloze risicogedrag. "De samenleving heeft de bankiers een gratis optie gegeven: ze krijgen de winst, maar delen niet in het verlies. Daarom worden de bankiers gemotiveerd om grote risico's te nemen. En gaat het mis, dan kunnen ze de schuld steken op een 'crisis' of een 'zwarte zwaan', om daarna opnieuw te beginnen. Vertrouw geld nooit toe aan iemand die een bonus kan verdienen. "De samenleving moet die gratis optie terugvragen van de bankiers", schreef Nassim Nicolas Taleb, auteur van de bestseller The Black Swan, in februari in de Financial Times. De oplossing ligt voor de hand. Naast een drastische verlaging van de variabele verloning, moet ook de asymmetrie aangepakt worden. Dat kan door verdiende bonussen eerst enkele jaren te bevriezen, en pas uit te keren als de strategie inderdaad succesvol bleek. Maar zoals veel van de nieuwe geboden, worden ze best op Europees of zelfs wereldniveau afgekondigd, zodat iedereen met dezelfde wapens kan strijden. De laatste jaren verdienden de banken relatief weinig aan het traditionele bankieren. Vrij grote concurrentie, lage marges en een duur kantorennet roomden het vet van de soep. Voor de banken was dat een bijkomende reden om nieuwe inkomstenbronnen aan te boren en meer risico's te nemen. Zolang de muziek speelde, werd de klant ook niet slechter van bijvoorbeeld vette bankwinsten in de beleggingsportefeuille, want de banken voelden minder de noodzaak om de krediet-marges op te trekken. Nu de winstgevendheid een ongelooflijke klap heeft gekregen, hebben de banken de keuze: of ze slikken de bittere pil door, of ze verdedigen de winst door de marges op te trekken. "Ook het strakkere regulerende kader verhoogt de kapitaalkosten voor de banken, en dat zullen de banken willen doorrekenen in de krediettarieven. De samenleving moet dus een afweging maken tussen meer regulering of goedkoper krediet", zegt Rudi Vander Vennet. Met het braaf verzamelen van deposito's en geven van klassieke kredieten kon een bank de jongste jaren de concurrentie niet kloppen, noch de aandeelhouder verwennen. De banken vonden echter een winstturbo door op grote schaal te investeren in een beleggingsportefeuille, waarvan ze helaas pas achteraf ontdekten dat het extra rendement niet in verhouding stond tot de risico's. Vooral Fortis en Dexia ontpopten zich tot drukke bezoekers van dit casino. De ingenomen posities bedroegen een veelvoud van het eigen vermogen, waardoor een kleine wijziging in de waarde van deze activa een desastreuze impact kon hebben op het eigen vermogen en dus de waarde van de bank. Om het vertrouwen van de markt te herwinnen, komen de banken nu trouwens zelf terug op deze strategie. De deuren van de casino's in de banken gaan dicht. De volatiliteit werd nog versterkt door de IFRS-boekhoudnormen, die de banken verplichten om hun portefeuille tegen marktwaarde te boeken. Dat versterkt de winst in goede tijden, maar vergroot de verliezen in crisistijd. IFRS introduceerde dus onzekerheid in een sector die leeft van vertrouwen. De bankiers komen weliswaar aandragen met het argument dat de afboekingen overdreven zijn, maar het parlement merkt op: "Het is paradoxaal om vast te stellen dat het precies de banken zelf waren die elkaar geen vertrouwen meer schonken." Al te vaak hebben de bankiers zich trouwens bezondigd aan positieve berichtgeving terwijl hun schip serieus water maakte. Dat heeft mee een klimaat van wantrouwen gevoed dat dodelijk bleek voor de banksector. Het IMF vreest dat de kredietcrisis finaal een gat van 3100 miljard euro slaat in het eigen vermogen van de financiële instellingen. Er is al heel wat vers kapitaal opgehaald, maar volgens het IMF is er nog eens 675 miljard euro nodig om alle schade te herstellen. De zware verliezen laten de sector met een existentiële vraag worstelen: welke bank is levensvatbaar en welke niet? Tot op de dag van vandaag blijft dat vaak een mysterie, en dat tegenpartijrisico blijft verlammend werken voor het financiële systeem en dus de wereldeconomie. Een volledige escalatie en een nieuwe Grote Depressie is voorkomen door het optreden van de overheden die systeembelangrijke instellingen hebben gered van de ondergang via kapitaalinjecties (zoals voor Fortis, Dexia en KBC). Dat de overheid moest ingrijpen, noemt het parlement ronduit 'verderfelijk'. Ze waarschuwt ook dat de overheidssteun niet eindeloos mag duren. "De Europese Unie is gebouwd op een systeem van onvervalste mededinging en de Europese Commissie zal geen eindeloos geduld uitoefenen. Ook de schatkist kan een voortdurende steun niet blijven dragen." Om die dodelijke vragen te vermijden in de toekomst, zal van de banken geëist worden om een grotere buffer eigen vermogen aan te leggen om schokken te kunnen opvangen. De akkoorden van Basel II probeerden dat al te doen, maar de kapitaalvereisten waren gebouwd op risicomodellen die compleet de mist zijn ingegaan. Eigenlijk bepaalden de banken zelf hoeveel kapitaal ze opzij zetten. "Houd het eenvoudig", is een principe dat opgang maakt om te voorkomen dat banken uitgroeien tot heuse hefboomfondsen. De suggestie is om het balanstotaal te plafonneren op een beperkt veelvoud van het eigen vermogen. Of de verhouding tussen de vreemde middelen (de hefboom) en het eigen vermogen moet voortaan binnen de perken blijven. De toekomst kan soms in het verleden liggen. Vroeger konden spaarders die op beide oren wilden slapen, hun geld deponeren bij specifieke spaarbanken die de vergaarde spaargelden heel conservatief belegden, en dus beschermd waren tegen de grillen van de financiële markten. Het parlement wil de spaarder opnieuw die mogelijkheid aanbieden en adviseert om de depositoactiviteit af te splitsen en over te hevelen naar een aparte juridische entiteit met een apart statuut van depositobank. Maar of zo'n stap terug in de tijd realistisch is? Deze kleinere spaarbanken zullen op de Belgische markt moeten optornen tegen internationale groepen. Het Belgische bankenlegioen dreigt van het ene uiterste in het andere uiterste te vervallen: van een verzameling te grote systeembanken naar een handvol spaarbanken die het nooit ver kunnen schoppen. De spaarder moet ook beseffen dat bij strak gereglementeerde spaarbanken de spaarrente karig zal blijven, terwijl niemand een garantie op nulrisico kan geven. Daarvoor zijn al te veel spaarbanken over de kop gegaan. Heel wat waarnemers zien er trouwens geen probleem in dat spaarbanken ook activiteiten mogen ontwikkelen die weinig risico's inhouden en waarvoor geen kapitaal moet opzij gezet worden, zoals het vermogensbeheer. Bovendien wordt de soep hoogstwaarschijnlijk minder heet gegeten dan ze nu wordt opgediend. Intussen hebben de (nog universele) banken de spaarder herontdekt als een stabiele bron van financiering en liquiditeit. De omvang van de depositobasis zal opnieuw een van de belangrijkste perimeters worden voor de bankactiviteiten. De nieuwe spaarrichtlijn is er trouwens vooral gekomen om spaargeld nog honkvaster te maken en het shoppende gedrag van de spaarder in te perken. Eind september beleefden de bankiers de verrassing van hun leven. Ze kregen van elkaar weinig of geen krediet meer, en met die calamiteit hadden ze gewoon geen rekening gehouden. De interbankenmarkt was nog nooit opgedroogd, ook niet tijdens vorige zware crises. De banken wisten nochtans heel goed dat hun balans scheef zat, zoals bij Fortis en Dexia voor tientallen miljarden euro's het geval was. De beleggingsposities op lange termijn werden te veel gefinancierd met kortetermijnleningen. Er werden stresstesten uitgevoerd, maar geen enkele bank hield rekening met het volledig opdrogen van de interbankenmarkt. Liquiditeit kreeg het etiket vanzelfsprekend en bijna gratis te zijn. Dat is niet langer het geval, en de banken beseffen dat ze de interbankenmarkt niet meer als stok kunnen gebruiken om verder te springen dan hun eigen middelen eigenlijk toelaten. Ook deze hefboom is gebroken. Mocht iemand er nog aan twijfelen, de winsten die de banken in de aanloop naar deze crisis boekten, zijn voltooid verleden tijd. Het nieuwe reglementaire kader zal de winsten plafonneren, maar ze wel opnieuw meer voorspelbaar maken. Dit nieuwe kader legt ook de groei- en overnamemogelijkheden van de banken aan banden, terwijl groei, groei en nog eens groei een van de belangrijkste strategische doelstellingen was de voorbije jaren van de Belgische grootbanken. Dat liet immers toe om synergie- en schaalvoordelen los te weken, medewerkers te motiveren en een verdedigingsstrategie tegen (vijandige) overnames op poten te zetten. De slinger keert nu echter terug. Specialisatie en 'een maatje kleiner' zijn de nieuwe leidmotieven. Zodra het ergste van de crisis achter de rug ligt, zal in menige bestuurskamer de strategie herbekeken moeten worden. Een nieuwe regulering kan maar succesvol zijn als de achterpoortjes zoveel mogelijk gesloten worden. Waterdicht zal het systeem nooit zijn, maar de voorbije jaren hadden de banken een parallel systeem opgezet. Precies om de reglementeringen te omzeilen en grotere hefbomen mogelijk te maken via het opzetten en financieren van buitenbalansvehikels en hefboomfondsen. Dat schaduwbanksysteem was even groot geworden als het gereguleerde systeem. Het is de implosie van dit omvangrijke schaduwsysteem dat het voor de beleidsmakers zo moeilijk maakt om de globale economie te behoeden voor krediet-schaarste. Er is op mondiaal vlak dus een hele kluif aan om het hele financiële systeem onder dezelfde regelgevende paraplu te brengen. Daarnaast is er een internationaal besef dat belastingparadijzen de hel zijn voor overheden. Dat kost hun niet alleen belastinginkomsten, overheden die de duimschroeven aandraaien, riskeren kapitaalvlucht zolang er vrijhavens bestaan die god noch gebod kennen.(T) Door Daan Killemaes/Illustratie: Hanz