De Belgische regering had ze al tegen maart 2009 moeten omzetten in Belgisch recht. Tot nu toe is er echter nog geen tekst van het voorontwerp van wet ingediend bij de Kamer of de Senaat. De enige publieke versie dateert uit 2008, toen de telecomregulator een enquête organiseerde onder telecomdienstverleners.
...

De Belgische regering had ze al tegen maart 2009 moeten omzetten in Belgisch recht. Tot nu toe is er echter nog geen tekst van het voorontwerp van wet ingediend bij de Kamer of de Senaat. De enige publieke versie dateert uit 2008, toen de telecomregulator een enquête organiseerde onder telecomdienstverleners. Niet de inhoud van de communicaties. Wel de persoonsgegevens en bankgegevens van de deelnemers aan de communicatie, het tijdstip en de plaats, de methode van communiceren (sms, bellen, e-mail, gebruikte technologie) en de duur of omvang van de communicatie. Dit gaat veel verder dan de gegevens die de operatoren nu al bewaren voor hun commerciële dienstverlening. De Europese richtlijn laat de keuze binnen een vork van 6 tot 24 maanden. De minister van Justitie wou in België oorspronkelijk 24 maanden. De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer wou een maximum van 12 maanden, dezelfde bewaarduur als in Duitsland, Frankrijk en Nederland. De regering ging daarmee akkoord. Fundamenteel holt de richtlijn het recht op privacy uit. Nochtans ligt die vast in het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens, het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie en in de Belgische Grondwet. In plaats van te handelen op grond van verdenkingen, probeert de overheid alle mogelijke informatie te verzamelen, "voor het geval dat". De burger is dus een verdachte in spe. Dat gaat in tegen het rechtsprincipe dat hij onschuldig is tot het tegendeel is bewezen. Het is die attitude die de basis vormt voor een autoritaire staat. De maatregel tast ook het beroepsgeheim aan van artsen, advocaten, journalisten en geestelijken. Voorts luidt de kritiek dat de maatregel niet proportioneel is. Er is een reëel risico dat de gigantische databases vroeg of laat misbruikt worden om gebruikers te profileren of in handen vallen van de georganiseerde misdaad. Vraag is ook of de lange bewaartijd gewettigd is. Uit gegevens van de operatoren blijkt dat de politie slechts in 8,1 procent van de gevallen gegevens opvraagt die ouder zijn dan zes maanden. Criminelen met informatica-expertise kunnen de maatregelen ontwijken. Encryptie verbergt niet wie met wie mailt, maar versleutelde boodschappen kunnen wel 'getunneld' worden naar 'veilige' servers buiten de EU en vandaar naar de echte bestemmeling. Volgens encryptie-expert Bart Preneel van de KULeuven bestaat er ook publieke software die uw surfgedrag geheim houdt en uw e-mailverkeer zodanig distribueert, dat het moeilijk opspoorbaar is. Bovendien kunnen boodschappen met steganografie verstopt worden in onschuldig ogende data, zoals foto's. Bart Preneel noemt die methodes "redelijk effectief". Voorts zijn er ontwijkingsmogelijkheden via publieke hotspots met anonieme toegang, internetcafés, buitenlandse prepaidkaarten en gedeelde verbindingen (zoals in bedrijfsnetwerken). Ook universiteiten vallen buiten de richtlijn. De investeringen zijn vooral hoog in het eerste jaar. Een Nederlands onderzoek komt daar tot 8,71 euro per gebruiker. Voor België gaat het dan over ongeveer 87 miljoen euro. De Belgische organisatie van internetserviceproviders schat de kosten op kruissnelheid rond 1,91 euro per gebruiker. Het Europese Hof van Justitie kan de richtlijn alsnog onwettig verklaren. Het Duitse grondwettelijke hof in Karlsruhe heeft het Europese Hof gevraagd zich erover uit te spreken. Door Bruno LeijnseFundamenteel holt de richtlijn het recht op privacy uit. Nochtans ligt dat vast in de Belgische Grondwet.