Een straatbeeld uit New York in 1900. Eén auto tussen tientallen paarden en karren. Dezelfde straat in 1913. Eén kar tussen tientallen auto's. "Zelfs in die tijd kon het snel gaan", lacht Jan Leuridan, de senior vice-president van de 'simulatie en test'-softwaredivisie van Siemens PLM Software. De collage is een favoriet beeld voor hem. "Vijf jaar geleden was de zelfrijdende auto een embryo. Vandaag staat hij vol op de agenda", schetst Leuridan het tempo van verandering.
...

Een straatbeeld uit New York in 1900. Eén auto tussen tientallen paarden en karren. Dezelfde straat in 1913. Eén kar tussen tientallen auto's. "Zelfs in die tijd kon het snel gaan", lacht Jan Leuridan, de senior vice-president van de 'simulatie en test'-softwaredivisie van Siemens PLM Software. De collage is een favoriet beeld voor hem. "Vijf jaar geleden was de zelfrijdende auto een embryo. Vandaag staat hij vol op de agenda", schetst Leuridan het tempo van verandering. Vijf jaar geleden was Jan Leuridan nog de rechterhand van Urbain Vandeurzen bij LMS International. Leuridan was er verantwoordelijk voor onderzoek & ontwikkeling en technologie sinds 1984, direct na zijn doctoraat aan de universiteit van Cincinnati. Al snel was hij er ook aandeelhouder geworden. Hij had 18 procent van LMS toen Siemens in november 2012 LMS overnam voor 680 miljoen euro. De prijs was ongeveer 3,5 keer de omzet. Op 3 januari 2013 was de overname een feit. "Ik heb mijn droom, LMS, losgelaten om het technologiebedrijf in de schoot van Siemens het best mogelijke perspectief te bieden voor een vervolg op ons unieke succesverhaal", verdedigde hoofdaandeelhouder Urbain Vandeurzen de controversiële verkoop. Zijn criteria bij de selectie van de overnemer waren volgens hem "een gelijklopende visie op langetermijnstrategie en ambitie voor wereldleiderschap; continuïteit van businessmodel en jobs en aansturing door het managementteam vanuit Haasrode; en een financiële slagkracht die de investeringen van de klanten moest veiligstellen". Siemens scoorde het best voor dat verlanglijstje, vond Vandeurzen. Hoe staat het daarmee, vijf jaar later? Als senior vice-president van de Simulation & Test Solutions-afdeling leidt Jan Leuridan een van de negen bedrijfssegmenten van Siemens PLM Software, de 20.000 man sterke softwaretak van Siemens. Simulation & Test telt ongeveer 3000 werknemers. 2000 van hen werken in O&O en productontwikkeling, het domein van Leuridan. De overige 1000 draaien mee in de commerciële organisatie. Leuridan: "Bij de overname hadden we met LMS net geen 200 miljoen euro omzet, vandaag meer dan het drievoudige. Simulation & Test is significant uitgebouwd. Een deel van die groei is organisch, een deel komt van overnames." Siemens stapte pas tien jaar geleden serieus in software via de overname van UGS, een maker van Computer Aided Design/Computer Aided Manufacturing-software (CAD/CAM) met veel klanten in automobiel en luchtvaart. LMS was de tweede grote overname. De Leuvenaren waren dertig jaar voordien gestart met het testen van machines op kwaliteiten als trillingen, geluid, stijfheid en vermoeiing. Fysiek testen werd geleidelijk aangevuld met simulaties op computer. Een hele reeks acquisities zorgde voor een rijke portefeuille tegen de tijd dat Siemens LMS overnam. De testsoftware en terreinervaring van de LMS-ingenieurs vulden een belangrijke lacune bij Siemens, dat met de overname naar de derde plaats in simulatie en test opschoof, na Ansys en Dassault Systèmes. "De overname maakt van Siemens het eerste softwarebedrijf dat een gesloten kring voor productontwikkeling kan leveren, tot en met geïntegreerd testbeheer", juichte de Duitse gigant indertijd. In het jargon heet dat product life cycle management (PLM). Die cirkel van testresultaten om simulaties te verfijnen en van simulaties om efficiënter te testen, is vandaag actueler dan ooit, vindt Leuridan. "De ontwikkelingscentra van de automobielindustrie blijft voor ons een belangrijke markt. Die verandert enorm. Het verbruik moet omlaag, auto's moeten elektrisch worden en er is de evolutie naar autonoom rijdende voertuigen. Vorig jaar zei de CEO van Toyota dat hij ongeveer 14 miljard kilometer testritten nodig had om al zijn auto's zelfrijdend te maken. Tegen 40 km per uur betekent dat 100 prototypes 400 jaar lang continu op de baan. Dat kan gewoon niet." Het voorspellen van de gedragingen van materialen en systemen is de oplossing. Leuridan: "Wij maken digitale tweelingen.We moeten alle karakteristieken van producten kunnen voorstellen via simulatie. We proberen zo veel mogelijk zaken zo vroeg mogelijk in de ontwikkelingscyclus te verifiëren, om te vermijden dat er laat in de cyclus problemen opduiken, wanneer het duur en tijdrovend wordt om ze op te lossen." Met overnames heeft Siemens de jongste jaren zijn capaciteiten in simulatie en test aanzienlijk uitgebouwd. Vorig jaar nam het voor 970 miljoen dollar het Amerikaanse CD-adapco over na het overlijden van de stichter. CD-adapco leverde simulatiesoftware aan veertien van de vijftien grootste autofabrikanten en aan de top tien in de luchtvaart. "Het was sterk in de simulatie van stromingen. Om de aerodynamica van een wagen of de koeling van een motor in detail te bestuderen heb je dat soort toepassingen nodig. Wij hadden ze niet", commentarieert Leuridan. Nog spectaculairder was de overname in maart voor 4,5 miljard dollar van Mentor Graphics, het nummer drie in electronic design automation (EDA). Dat is software om halfgeleiders en elektronische systemen te ontwerpen. Ook van die overname komt een deel in de groep van Leuridan terecht. Het past in de trend naar elektrificatie, nu auto's computers op wielen zijn geworden. "Zo kunnen we alles rond elektronisch ontwerp combineren met mechanisch ontwerp", legt Leuridan uit. Siemens gaf sinds 2007 meer dan 10 miljard dollar uit aan acquisities. In augustus kwam er nog het Nederlandse TASS International bij. Dat onderzoekt personenletsels in crashscenario's, en specialiseerde zich in simulaties voor zelfrijdende wagens. Leuridan: "Een autonoom rijdende wagen kan je niet op zichzelf bekijken. Je moet zien hoe hij werkt in de wereld. Ook dat moet allemaal gesimuleerd worden. Het verhoogt heel sterk de complexiteit van wat we doen. Acquisities zijn essentieel om de trends te volgen. Met Siemens als aandeelhouder hebben we de nodige investeringscapaciteit." De verschillende producten zijn geïntegreerd onder de noemer Simcenter, een suite van toepassingen die niet enkel in Siemens-omgevingen kan draaien, maar ook kunnen samenwerken met de software van concurrenten zoals Dassault of PTC. "Met de huidige complexiteit kan het niet meer dat alle toepassingen van één bedrijf komen. Je moet inzetten op standaarden en openheid", wijst Leuridan. Het internet van de dingen zet een extra turbo op al het voorgaande. Ontwikkelaars kunnen gegevens over hun producten bijeenbrengen op het MindSphere-platform van Siemens en daar dan analyses op doen. "Ook weer iets waarvoor we Siemens als hefboom kunnen gebruiken. De prestaties van je product tijdens het gebruik, zijn meteen ook testinformatie om je simulatie opnieuw te verbeteren", zegt Leuridan. De acquisities onder Siemens hebben zijn leven niet vereenvoudigd. Met de overname van CD-adapco heeft hij nu een grote ontwikkelingsgroep in de VS, naast de kernen in Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië, Nederland, India en Roemenië. Zijn klanten - hoofdzakelijk de ontwikkelingsgroepen van de auto- en vliegtuigindustrie - zijn internationaal. China "loopt als een trein". Siemens is er niet alleen betrokken bij de snelgroeiende autobouw, maar ook bij Comac, de aankomende Chinese concurrent van Boeing en Airbus. "Het is meer reizen", bevestigt Leuridan. "Als je bedrijven koopt in dit soort business, ben je afhankelijk van mensen en competenties. Het is niet zoals een productie, die je kunt verplaatsen. Je kijkt waar de competenties zitten en je bouwt daarop bij." Het management in Leuven is merkwaardig stabiel gebleven, leert een check op LinkedIn. Het aantal medewerkers is er over de afgelopen vijf jaar met meer dan 20 procent gestegen tot ruim 360, rekent Leuridan voor. De lagere sociale bijdragen voor onderzoekers zijn een steun, net zoals de samenwerking met Flanders Make, met de Belgische universiteiten en met Europese programma's zoals ITEA (precompetitief onderzoek naar software-intensieve systemen) of de Marie Sk?odowska-Curie Actions (uitwisseling van onderzoekers). Leuridan: "We halen zo tientallen hooggeschoolde mensen naar hier, gewoonlijk voor een bepaalde duur. Dat helpt om onze groepen structureel uit te bouwen." Ook voor de universiteiten is de integratie van LMS in Siemens een goede zaak, vindt professor Wim Desmet, hoofd van de onderzoeksgroep van de KU Leuven waaruit LMS is ontstaan. "Via het mondiale Siemens-netwerk krijgt ons onderzoek extra aandacht en voelen we de polsslag van de industrie." Denkt Leuridan op zijn 61ste nog niet aan pensioen? "Neen. De jongste vijf jaar hebben zeer veel voldoening gegeven. Die waren zeer motiverend. Wij groeien en met Siemens als aandeelhouder hebben we de capaciteit om gewoon op dat traject door te gaan." De marktonderzoeker CIMdata ziet nog "belangrijke kansen voor nieuwe oplossingen en groei" in de sector van simulatie & analyse. "Er komen nog fusies en overnames."