Een oude beleggerswijsheid zegt dat je moet kopen bij kanongebulder, omdat het slechte nieuws dan al in de koersen zit. Maar misschien is het tijd om ook een nieuwe beleggerswijsheid te lanceren: staat het verhaal vooraan, dan is dit beleggingsverhaal gedaan.
...

Een oude beleggerswijsheid zegt dat je moet kopen bij kanongebulder, omdat het slechte nieuws dan al in de koersen zit. Maar misschien is het tijd om ook een nieuwe beleggerswijsheid te lanceren: staat het verhaal vooraan, dan is dit beleggingsverhaal gedaan. "Wh om the gods would destroy, they first put on the cover of Business Week." In 2001 ging het Amerikaanse energiebedrijf Enron over de kop. De bekende econoom Paul Krugman merkte fijntjes op dat je het onheil kon zien aankomen omdat Jeffrey Skilling, de Enrontopman, enkele maanden eerder op de cover van het blad Business Week had gestaan. Enron is geen alleenstaand verhaal. Er lijkt een vloek te rusten op de eerste bladzijde van weekbladen. Een ander bekend voorbeeld is The Economist, dat in 1999 de titel 'Verzuipend in de olie' vooraan zette. De olieprijs stond toen op 10 dollar per vat, en het artikel voorspelde een prijs van 5 dollar in de toekomst. Voor een vat ruwe olie betaal je vandaag... 70 dollar. In 1979 pakte Business Week dan weer uit met de cover 'De dood van aandelen'. Precies op het dieptepunt van een lange berenmarkt. Het blad deed die stunt midden 2003 nog eens dunnetjes over. De Amerikaanse huizenmarkt kreeg zelfs een drievoudige cover in 2005: bij Fortune, Time Magazine én Business Week. Een coververhaal blijkt dus een perfect tegendraads signaal: als de media het verhaal uitvergroten vooraan, is het verhaal voor de belegger gedaan. Verkoop als het goede nieuws op de cover staat. Een recente studie (1) geeft een wetenschappelijke onderbouw aan die stelling. Bedrijven die op de cover staan, presteren daarna significant slechter. Ondernemingen die negatief in het nieuws komen, doen het na de publicatie van het verhaal weer beter. Uit datzelfde onderzoek bleek ook dat journalisten veel meer positieve verhalen brengen dan negatieve (de verhouding bedraagt 3 op 1). Reporters zouden met andere woorden goede aandelen verkopers zijn. Tussen haakjes: ook beurshuizen brengen veel meer positieve dan negatieve adviezen. Journalisten hebben nog iets anders gemeen met beleggers. Beiden hebben de neiging om overdreven veel belang te hechten aan het recente verleden. En ze maken de fout om dit te extrapoleren naar de toekomst. Aandelenhandelaren hebben eveneens de neiging om aandelen aan te prijzen die het recent goed hebben gedaan. Op die manier ontstaan hypes, of overdrijvingen, parallel op de beurs en in de media. De positieve verhalen komen op de cover nadat ze het 43 % beter hebben gedaan dan de beursindex. De negatieve verhalen deden het tot dan 35 % slechter. Het goede of slechte nieuws zat daardoor al volledig in de koers. Het coververhaal doet alleen de laatste non-believers nog van mening veranderen. En vanaf dat moment doen de mediakneusjes het... 12 % beter dan de beurs. Positieve mediaverhalen luiden het einde in van een betere aandelenprestatie, negatieve het einde van een slechte prestatie. Dit betekent geenszins dat journalisten consistent slechte beleggingsadviezen promoten. Hun job bestaat erin om net die informatie te brengen die hun lezers op dat moment het meest vragen. Goede magazines willen hoge oplages halen en hebben een goede neus voor wat leeft bij de massa. Bijgevolg spelen ze altijd in op de hype van het moment. Dat die hype intussen al ruimschoots verdisconteerd zit in de koersen, is niet de schuld van de journalisten. Wel van de beleggers. Er zijn per definitie maar zeer weinig tegendraadse beleggers. Slechts een kleine minderheid heeft een tegendraadse visie op de algemeen verspreide overtuiging en tendens. Een weekblad dat echter mikt op tegendraadse berichtgeving, bereikt niet de massa, maar de minderheid. Het zal vroeg of laat te weinig lezers hebben om te overleven. Deze bladen zouden zich natuurlijk kunnen specialiseren in beleggingsadvies, maar dan moeten ze weer opletten dat ze geen al te grote oplagecijfers halen. Verkoop als de CEO op de cover staat. Het is dus helemaal niet leuk dat een bedrijf uit uw aandelenportefeuille op de cover staat. Eén ding is nóg erger: dat de CEO op de cover staat, of dat hij een belangrijke onderscheiding krijgt. Recent (2) werd voor het eerst een wetenschappelijke basis gegeven voor wat in onze contreien de vloek van de Manager van het Jaar wordt genoemd. De aandelen van de 'Superstar CEO's' deden het na een onderscheiding maar liefst 4 % per jaar slechter dan de andere. Het winnen van de prijs bleek voor de topman zelf echter wél winstgevend: hij of zij kreeg naderhand een hogere vergoeding dan andere bedrijfsleiders. Winnende CEO's schrijven vooral meer boeken, krijgen meer nieuwe mandaten, en geven meer speeches. Goed voor het ego, maar niet voor het bedrijf. Media-aandacht is een belangrijk tegendraads signaal voor beleggers. Hol dus niet achter aandelen van bedrijven die te veel positieve media-aandacht krijgen. Wees opgelucht als slecht nieuws op de frontpagina staat. En onthoud dat uiteindelijk alleen de topmanagers beter worden van de media-aandacht. Hun aandeelhouders niet. De auteur is hoofdeconoom van Petercam Vermogensbeheer. Reacties: visienoels@trends.be (1) 'Are cover stories effective contrarian indicators?' Tom Arnold ea, mei 2007, www.cfapubs.org (2) The Superstar CEO curse, MIT Sloan Management review, zomer 2007Geert Noels