De algemene inflatie zal de komende jaren hoger dan verwacht zijn, en hoger dan de centrale banken wensen. Ik verwacht geen uitbraak, maar de 4 % inflatie waar de VS of Nieuw-Zeeland mee kampen, zal hardnekkig zijn en ook elders in de industriële wereld opduiken," voorspelt Willem Buiter, gereputeerd monetair econoom van de London School of Economics.
...

De algemene inflatie zal de komende jaren hoger dan verwacht zijn, en hoger dan de centrale banken wensen. Ik verwacht geen uitbraak, maar de 4 % inflatie waar de VS of Nieuw-Zeeland mee kampen, zal hardnekkig zijn en ook elders in de industriële wereld opduiken," voorspelt Willem Buiter, gereputeerd monetair econoom van de London School of Economics. Herhaaldelijk en onverwacht slecht nieuws van het inflatiefront, het zou een trendbreuk zijn. Want inflatie, wie was daar nog bang voor? Geloofwaardige centrale banken waakten over de koopkracht van uw centen, waarbij de ayatollahs van het geld de steun kregen van de deflatoire wind van de globalisatie (zie ook grafiek: Trendbreuk in de globale inflatie?). De inflatie verpieterde en in dat zog daalde de langetermijnrente de voorbije jaren naar historische laagtes. Maar de wind is gekeerd. Sinds begin 2007 zit de langetermijnrente stevig in de lift. De sterke wereldeconomie én een hernieuwde angst voor inflatie heeft een bres geslagen in het jarenoude dalende trendkanaal waarin de rente gevat zat. Steeds meer beleggers delen de mening van Buiter, want ze eisen een hogere rente als compensatie voor de hoger ingeschatte inflatierisico's. De stijgende rente is slecht nieuws voor de beurzen. In de lente van 2006 lokte inflatievrees al een stevige correctie uit op de aandelenmarkten. Maar ook voor obligatiehouders zou een bij tijd en wijle onverwacht hogere inflatie een serieuze streep door de rekening zijn. Wie vergat een rentevergoeding te vragen voor de eventueel hogere inflatie, zal zijn obligatie snel in waarde zien dalen, zodra de inflatie ook daadwerkelijk de kop opsteekt. Lange tijd gebeurde het omgekeerde: obligatiehouders waren sinds de jaren negentig aan het feest, omdat ze vergoed werden voor een verwachte inflatie die in realiteit veel lager uitviel. Vorige week deed hernieuwde rente- en inflatievrees daarom de financiële markten daveren. Het is mogelijk de geboorte van een nieuwe trend. Er spannen immers krachten samen die de kans op een inflatie en renteoprisping groter maken. De stijgende rente is een luxeprobleem, in die zin dat de renteopmars ook een gevolg is van een sterke wereldeconomie. Europa verrast vriend en vijand met stevige groeicijfers van 2,5 % à 3 %. In de VS neemt de kans toe dat de crisis op de huizenmarkt slechts voor een milde en tijdelijke vertraging zorgt. In Azië is het business as usual, met het onvermoeibare China dat de kar trekt (zie ook Focus, blz. 51). Japan doet het goed, en heel wat groeilanden spinnen garen van de hoge grondstoffenprijzen. Het is met een vergrootglas speuren naar een crisis in de wereld. De wereldeconomie zou de komende jaren moeten doorstomen tegen een groeiritme van om en bij de 5 %. Het ingezette kapitaal rendeert dus en vraagt daarom de vergoeding die het verdient. Die vergoeding is de reële economische groei bovenop de inflatie. In Europa maakt dat een inflatie van 2 % à 2,5 % plus een groei van 2,5 % à 3 %. Dat geeft een langetermijnrente van 4,5 % à 5,5 %. De rente heeft vorige week nog maar de onderkant van deze vork bereikt. De aanhoudend sterke groei van de wereldeconomie heeft de overcapaciteit uit het globale productiesysteem geperst. Dat betekent dat als de wereldeconomie nog een versnelling hoger schakelt, inflatoire spanningen onvermijdelijk worden. Was de globalisatie de voorbije jaren vooral een producent van lagere prijzen en kosten, dan kan er de komende jaren ook af en toe milde inflatie van de band rollen. Vandaar de stijgende rente. Zelfs de Europese economie zou bij het huidige groeiritme tegen 2008 op volle productiecapaciteit draaien. De werkloosheid in de eurozone is in twintig jaar niet zo laag geweest, en overal duiken knelpunten op de arbeidsmarkt op. Loonstijgingen staan in de sterren geschreven, wat heel wat bedrijven zal inspireren om de hogere kosten door te rekenen. Zo wordt inflatie geboren. De wereld kampt ook met schaarste wat betreft de productie van grondstoffen én sinds kort ook wat betreft voeding als gevolg van onder meer de biodieselhype - de strijd tegen opwarming van de aarde riskeert op lange termijn een inflatoire kracht te zijn. De rente stijgt ook omdat de centrale bankiers de geldkraan, die jarenlang wagenwijd openstond, aan het dichtdraaien zijn. De Europese Centrale Bank (ECB) verhoogde vorige week de beleidsrente tot 4 % en is nog niet klaar met zijn huiswerk. De nog altijd sterke groei van de geldhoeveelheid, de krappere arbeidsmarkten, de sterke groei en de hoge grondstoffenprijzen zullen de ECB inspireren om de rente op te trekken naar 4,5 %. Of misschien wel meer, klinkt het steeds vaker. De ECB houdt daarbij, ondanks de toenemende kritiek, koppig vast aan de groei van de geldhoeveelheid als leidraad voor het beleid. De ECB is er nog altijd rotsvast van overtuigd dat te veel geld in omloop op langere termijn onvermijdelijk uitmondt in inflatie. Ook de Amerikaanse centrale bank, de Fed, houdt het inflatiespook onder schot. Vorige week rijpte het besef dat de Fed dit jaar haar beleidsrente misschien niet meer verlaagt, wat een schokgolf door de markten joeg. De kans op globale inflatieoprispingen neemt dus toe, maar een ontsporing is weinig waarschijnlijk, omdat de krachten die de rente eerst zo laag geduwd hebben, niet plots verdwenen zijn. De vergrijzing, bijvoorbeeld, weegt op de rente, omdat pensioenfondsen massaal overheidspapier moeten komen om aan hun verplichtingen te kunnen voldoen. Ook de globalisatie is nog lang niet uitgespeeld, omdat er in de groeilanden nog honderden miljoenen mensen staan te drummen die voor een laag loon willen werken. Een hogere rente is ook zelfvernietigend, omdat stijgende rentevoeten zeker in de rentegevoelige westerse vermogenseconomieën, vrij snel een groeivertraging uitlokken, wat de inflatiedruk van de ketel haalt. De beurs hoeft ook niet de dieperik in, omdat de rente nu en dan een sprongetje maakt. De bedrijfswinsten blijven uitstekend en bieden nog altijd een aantrekkelijk extra rendement boven een overheidsobligatie. Het einde is dus niet nabij, maar schrik niet als het inflatiespook boe roept. Zie ook blz. 26, de visie van Noels, en blz. 51: focus over China. Daan Killemaes