Het leedvermaak over de neergang van de cryptobeurs FTX kon niet op bij de sceptici. Hun argumenten in het kort: crypto is een zeepbel, de media hebben ze mee opgeblazen, cryptogeld is er enkel voor criminelen en cryptobeleggers zijn in het beste geval goedgelovige dommeriken, in het slechtste geval geldbeluste oplichters. Maar die...

Het leedvermaak over de neergang van de cryptobeurs FTX kon niet op bij de sceptici. Hun argumenten in het kort: crypto is een zeepbel, de media hebben ze mee opgeblazen, cryptogeld is er enkel voor criminelen en cryptobeleggers zijn in het beste geval goedgelovige dommeriken, in het slechtste geval geldbeluste oplichters. Maar die kritiek geeft enkel blijk van intellectuele gemakzucht. Wel zijn er meer kennis en een efficiëntere regelgeving nodig om de groeipijnen waar de cryptosector onder lijdt te beheersen. De sector bestond vijftien jaar geleden nog niet. Het verwijt dat die nog kampt met wantoestanden die zelfs in de eeuwenoude reguliere financiële sector nog schering en inslag zijn, is te gemakkelijk. En over het zogenaamde criminele gebruik van crypto: 0,15 procent van alle cryptotransacties hebben een link met illegale activiteiten. In de reguliere financiële sector is dat 1 tot zelfs 20 procent. Het FTX-debacle is wel een zoveelste bewijs dat meer regelgeving hoogdringend is. Beleggers en consumenten moeten beter beschermd worden. Maar de hele sector op de schop doen is overdreven en voorbarig. Daarmee gaan ook de beloftes van de onderliggende blockchaintechnologie onterecht in de prullenmand. Een goed werkende blockchain vergt netwerkdeelnemers om het te doen draaien, wat dan weer cryptomunten vergt. Zonder zal niet gaan. Crypto wordt te snel gelijkgesteld met de enkelingen die de boel belazeren, terwijl talloze, soms wereldvermaarde academici in computerwetenschappen en cryptografie de sector ook mee vormgeven en bouwen aan blockchainoplossingen die veel sectoren, niet alleen de financiële, drastisch zouden kunnen verbeteren.