Meer produceren met minder middelen. Dat is in essentie het recept voor economische groei. Computers en het internet hebben de voorbije decennia een revolutie veroorzaakt en voor productiviteitswinsten gezorgd in bijna alle sectoren van de economie. Toch verbleekt die vooruitgang met wat er in de jaren dertig is gebeurd, in het bijzonder in de Verenigde Staten.
...

Meer produceren met minder middelen. Dat is in essentie het recept voor economische groei. Computers en het internet hebben de voorbije decennia een revolutie veroorzaakt en voor productiviteitswinsten gezorgd in bijna alle sectoren van de economie. Toch verbleekt die vooruitgang met wat er in de jaren dertig is gebeurd, in het bijzonder in de Verenigde Staten. De groei van de productiviteit lag toen jarenlang enorm hoog. Die piek is sindsdien nooit meer geëvenaard. Maar er was meer aan de hand dan een diepe sanering die minder productieve werknemers en minder efficiënte bedrijven wegvaagde. Het was vooral een periode waarin bedrijven tal van technologische innovaties op grote schaal toepasten en waarin grote infrastructuurwerken de economie van de VS transformeerden. Dat is de analyse die de Amerikaanse economische historicus Alexander Field maakt in zijn jongste boek, A Great Leap Forward: 1930s Depression and U.S. Economic Growth. Het wordt vaak gezegd dat crisissen nodig zijn om mensen en bedrijven wakker te schudden, waarop ze met creatieve oplossingen op de proppen komen. En dat de positieve gevolgen van een crisis op lange termijn het leed op korte termijn meer dan compenseren. "We mogen die stelling absoluut niet veralgemenen", vindt Field. "Iedereen reageert anders op het verlies van zijn baan, de dood van een geliefde of andere tegenslagen. Sommigen vinden zichzelf opnieuw uit. Maar anderen worden depressief of ziek en zitten de hele dag voor de televisie. In de economie is het net hetzelfde. In moeilijke tijden plooien sommige bedrijven zich terug op zichzelf, terwijl andere op een nieuwe en betere manier gaan ondernemen. Het spoorwezen is tijdens de jaren dertig veel efficiënter geworden doordat de maatschappijen zich door de crisis anders moesten organiseren. Maar de stelling dat noodzaak de moeder is van vele uitvindingen, is slechts een gedeeltelijke verklaring voor de enorme productiviteitswinsten in die periode." De groei van de productiviteit schrijft Field vooral toe aan twee andere processen die al lang aan de gang waren en ook zonder Grote Depressie de economie grondig zouden hebben hertekend. Een daarvan is dat bedrijven tal van innovaties omarmden. Aan het einde van de negentiende eeuw waren de verbrandingsmotor en de elektriciteit al uitgevonden, maar het zou nog decennia duren vooraleer ze een rol van betekenis zouden spelen. Technologieën moeten voldoende ontwikkeld zijn. En dan gaat het niet altijd over baanbrekende innovaties. De eerste auto's hadden bijvoorbeeld stalen of houten wielen. Vlakke, geplaveide wegen waren een uitzondering, waardoor wagens na verloop van tijd letterlijk uit elkaar vielen door al het gerammel. Het was wachten op de eerste schokdempers en luchtbanden om dat probleem te verhelpen. Maar zelfs tot aan de jaren dertig reden er nog voertuigen rond met massieve wielen. "Vaak deden industrieën er dertig jaar over om nieuwe technologieën te implementeren", verduidelijkt Field. "Aan het begin van de twintigste eeuw bouwde men fabrieken nog altijd in de hoogte, om alle machines in de fabriek te laten aandrijven door dezelfde grote stoomketel via een complex systeem van tandwielen en lederen riemen. Pas in de jaren twintig werden fabrieken meer en meer uitgerust met elektrische motoren, die een veel efficiëntere aandrijving mogelijk maakten." "De afgelopen decennia zijn de productiviteitswinsten grotendeels geboekt dankzij ICT, computers en het internet", gaat Field verder. "Tijdens de Depressie waren er veel meer innovaties, zodat het moeilijk is een bepaalde technologie of sector naar voren te schuiven. Dankzij allerlei nieuwe toepassingen was er een grote vooruitgang in energie, transport, industrie, materialen enzovoort. Voornamelijk grote bedrijven hadden al tientallen jaren fors geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling. Van al dat werk plukten ze de vruchtenin de jaren dertig, meer dan in andere periodes. Tijdens de crisis werden die private onderzoekscentra overigens nog uitgebreid." Bovendien investeerde de Amerikaanse overheid tijdens de Depressie massaal in infrastructuurprojecten om de tewerkstelling aan te zwengelen. Het grootste effect had de uitbouw van het wegennetwerk. Dat heeft ervoor gezorgd dat de privésector veel efficiënter kon werken. "Net voor de beurscrash van 1929 had de autoproductie de capaciteit van het bestaande wegennetwerk overtroffen", zegt Field. "Eigenlijk waren er enkel goede wegen in de regio's rond grote steden. De rest van de VS moest het zonder geplaveide wegen stellen. Daardoor waren de meeste gebieden slechts enkele maanden per jaar goed toegankelijk: als het weer het toeliet. De bekende grote snelwegen in de VS zijn aangelegd onder de naoorlogse president Eisenhower, maar de expansie van het netwerk tussen de twee wereldoorlogen had een veel grotere impact omdat daardoor veel gebieden voor het eerst werden ontsloten. Het economisch belang daarvan kan is moeilijk te onderschatten." Uit het onderzoek van Field blijkt ook dat de productiviteitsgroei - die dan al aanzienlijk was verslapt - verder terugviel vanaf de jaren zeventig. Net op het moment dat de snelwegen van Eisenhower bijna allemaal voltooid waren. Maar dat is volgens Field geen pleidooi om in het wilde weg infrastructuur neer te poten. "In Amerika ligt dat politiek gevoelig, maar de overheid speelt hierin een cruciale rol. Zij moet die grote infrastructuurwerken financieren en opzetten", besluit Field. "Een en ander moet wel gericht en doordacht gebeuren. De uitbouw van de wegen was noodzakelijk. Nu zomaar extra tunnels en bruggen bouwen zou weinig meerwaarde scheppen. In de VS woedt nu de discussie dat de overheid moet investeren in nieuwe infrastructuren: hogesnelheidstreinen, breedbandinternet, smart grids. Of die ook zo'n grote en langdurige impact zullen hebben als de eerste verharde wegen of de elektrificatie van de industrie, is een andere vraag. Dat is moeilijk te voorspellen." STIJN FOCKEDEY"Grote bedrijven hadden al tientallen jaren fors geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling. Van al dat werk plukten ze de vruchten in de jaren dertig" Alexander Field