Amper drie jaar nadat Crédit Agricole de overname van Centea door zijn Belgische dochter Landbouwkrediet financieel mogelijk heeft gemaakt, keert de Franse bankgroep de Belgische markt de rug toe. Begin 2011 heette de overname van Centea nochtans cruciaal te zijn om een bank met voldoende schaalgrootte op te bouwen. En dat was wat de ambitieuze Fransen kregen met Crelan Groep, de fusie van Centea en Landbouwkrediet Groep: een middelgrote Belgische bank met een balanstotaal van 22,7 miljard euro, 1,2 miljoen klanten en meer dan 800 kantoren. Het nummer zes of zeven op de markt, na de vier grootbanken en runner-up Argenta.
...

Amper drie jaar nadat Crédit Agricole de overname van Centea door zijn Belgische dochter Landbouwkrediet financieel mogelijk heeft gemaakt, keert de Franse bankgroep de Belgische markt de rug toe. Begin 2011 heette de overname van Centea nochtans cruciaal te zijn om een bank met voldoende schaalgrootte op te bouwen. En dat was wat de ambitieuze Fransen kregen met Crelan Groep, de fusie van Centea en Landbouwkrediet Groep: een middelgrote Belgische bank met een balanstotaal van 22,7 miljard euro, 1,2 miljoen klanten en meer dan 800 kantoren. Het nummer zes of zeven op de markt, na de vier grootbanken en runner-up Argenta. Wat is sindsdien veranderd? Het heeft na de financiële crisis misschien even geduurd, maar de regelgevers zijn de voorbije jaren zeer actief geworden. Bazel III legt de banken strenge kapitaalvereisten op, waaraan ze tegen eind 2018 moeten voldoen. En daar wringt het schoentje bij Crédit Agricole. De groep mag dan een van de grootste banken van Frankrijk zijn, ze heeft tevens een zeer complexe structuur en de kapitaalbasis is verre van sterk. Zeker als de leverage ratio (verhouding kapitaal op balanstotaal, los van het risicogewicht van de activa) in overweging wordt genomen. Onder Bazel III moeten banken tegen eind 2018 een leverage ratio van minimaal 3 procent halen. Trends publiceerde vorig jaar, in samenwerking met de denktank Ceps, een overzicht van de kapitaalratio's van de belangrijkste banken in Europa. Crédit Agricole kwam daar heel slecht uit: de bank liet de slechtste leverage ratio van alle Europese grootbanken optekenen. Ze ging in 2008 de financiële crisis in met een verhouding eigen middelen op balanstotaal van amper 0,1 procent. Doordat de Franse bank zware verliezen moest nemen op haar activiteiten in Griekenland (in totaal 9 miljard euro) slaagde ze er aanvankelijk niet in haar kapitaalbasis substantieel te versterken. Eind 2012 bedroeg de leverage ratio van de bank nog altijd maar 0,5 procent. Daarbij komt nu de overdracht van het bankentoezicht van Parijs aan Frankfurt, die voor Crédit Agricole een uitdaging vormt. De Franse bank heeft altijd aangevoerd dat haar solvabiliteit sterk genoeg was, maar dan wel op het niveau van de niet-genoteerde holding Crédit Agricole Group en van de regionale, mutualistische kassen. Dat de beursgenoteerde werkmaatschappij Crédit Agricole SA achterbleef, heette een detail te zijn. De Franse toezichthouder zag nooit graten in het model. De vraag is welke houding de ECB dit jaar aanneemt tijdens de uitvoering van de balansdoorlichting en de daaropvolgende stresstests. Om zijn kapitaalratio's te verstevigen tegen 2018 is Crédit Agricole gestart met de afbouw en de verkoop van bepaalde activiteiten. De bank stapte grotendeels uit de aandelenhandel en verkocht haar resterende deelneming van 7,6 procent in de Spaanse bank Bankinter. Eerder al was de noodlijdende Griekse bank Emporiki voor een symbolische euro van de hand gedaan. Crédit Agricole wil focussen op het bank-verzekeren voor particulieren, landbouwers en bedrijven en lijkt zich daarbij terug te plooien op de Franse thuismarkt. Dat nu ook de 50 procent in de Belgische bank Crelan in de etalage geplaatst wordt, komt niettemin als een verrassing. De Belgische markt sluit aan op de Noord-Franse thuismarkt van de kassen die in Crelan participeren, CA Nord de France (Rijsel) en CA Nord Est (Reims). De wortels van Crelan liggen bovendien, net als die van Crédit Agricole, in Frankrijk: bij de kredietverlening aan landbouwers. De Belgische bank is wel geëvolueerd naar een instelling met een vrij volledig aanbod, inclusief verzekeringen, vermogensbeheer, een internetbank (Keytrade) en een belangrijke activiteit consumentenkrediet (Europabank). De overige 50 procent van Crelan zit bij twee Belgische coöperatieve landbouwkassen: Lanbokas en Agricaisse. Zij tellen samen 245.000 coöperanten, die klant zijn bij Crelan. Eind vorig jaar liep de aandeelhoudersovereenkomst tussen de Belgen en de Fransen af. Crédit Agricole, dat verplicht is Crelan te consolideren, stuurde aan op een volledige overname. Maar dat zagen de Belgische landbouwkassen niet zitten. Lanbokas en Agricaisse haalden de voorbije jaren 250 miljoen euro vers coöperatief kapitaal op. Daarmee betaalden ze hun deel van de overnamesom van 527 miljoen euro voor Centea. Maar de operatie versterkte ook hun greep op het kapitaal van Crelan. Daardoor zitten zij in een sterke positie. Naar verluidt, is er een princiepsovereenkomst gesloten over een stapsgewijze exit van Crédit Agricole uit het kapitaal van Crelan. Ook de toezichthouders zouden daarvoor al het groene licht hebben gegeven. Volgens verschillende bronnen rekenen de Belgische landbouwkassen op nieuwe uitgiftes van coöperatieve aandelen om de geleidelijke overname van het pakket van Crédit Agricole te financieren. Doordat het belang van de Fransen in het kapitaal gedaald is, wordt gewag gemaakt van een haalbare operatie. Naar schatting enkele honderden miljoenen euro's zouden volstaan om Crédit Agricole uit te kopen. Terzelfder tijd werken de Belgische landbouwkassen aan 'een Belgische oplossing', waarbij ze Crelan-aandelen doorverkopen aan geïnteresseerde Belgische investeerders, die op termijn de plaats van Crédit Agricole kunnen innemen. Het feit dat de kwaliteit van de kredietportefeuille en de solvabiliteit van Crelan heel goed zijn, kunnen een dergelijke instap vergemakkelijken. In elk geval wil Crelan zich in de toekomst opwerpen als een 100 procent Belgische retailbank. Het wordt interessant om zien welke investeerders blijk geven van een herwonnen geloof in de financiële sector. De Belgische banksector kampt volgens veel insiders met een structurele overcapaciteit. Door de hevige concurrentie zijn de marges en de rendabiliteit laag. De grootbanken proberen daar iets aan te doen door het mes te zetten in hun organisatie, netwerk en personeelsbestand. Kleinere instellingen zoals Delta Lloyd Bank, Banca Monte dei Paschi en (heel waarschijnlijk) AXA Bank belandden in de etalage. "De Belgische bankenmarkt heeft nood aan een interne consolidatie", liet Luc Coene, de gouverneur van de centrale bank, zich in december ontvallen. Als banken met elkaar samengaan, kunnen ze kosten schrappen en de concurrentie inperken, waardoor de marges verbeteren. Maar van een consolidatie van de Belgische banksector is voorlopig geen sprake. Het probleem is dat niemand zich geroepen voelt om de rol van consolidator op zich te nemen. De meeste grootbanken likken nog hun wonden van de financiële crisis. Van de grootbanken die in België actief zijn, heeft BNP Paribas zich het best hersteld. De Franse bank heeft vandaag al hogere kapitaalbuffers dan de Bazel III-normen vanaf 2019 voorschrijven. Ze kan zich dus overnames permitteren, zoals de acquisitie van het resterende belang van 25 procent in BNP Paribas Fortis eind vorig jaar bewees. Ook KBC heeft zijn kapitaalratio's met het oog op Bazel III op orde, maar die bank moet nog 2 miljard euro steun (plus 1 miljard boetepremie) terugbetalen aan de Vlaamse overheid. Hetzelfde geldt voor ING, dat nog een deel van de gekregen overheidssteun aan de Nederlandse staat moet terugbetalen. Daardoor kunnen beide banken niet zomaar overnames doen. Belfius ten slotte zit nog in het stadium van winstopbouw en -reservering om op een organische manier de kapitaalbuffers te versterken. Bovendien is de kans groot dat de Belgische overheid op termijn de staatsbank te gelde maakt. PATRICK CLAERHOUTDe Belgische banksector kampt met een structurele overcapaciteit.