We kunnen dagen- of jarenlang gefocust zoeken naar de oplossing van een taai probleem om het dan plots, in een fractie van een seconde, haast moeiteloos in een flits opgelost te zien. Creativiteitsgoeroes weten hoe het moet. Zij leggen geduldig uit dat u eerst lang op het probleem moet focussen, dan afstand nemen van het probleem, desnoods op geforceerde wijze verbindingen zoeken en dan maar hopen op een aha-ervaring. Maar hebben ze wel gelijk?
...

We kunnen dagen- of jarenlang gefocust zoeken naar de oplossing van een taai probleem om het dan plots, in een fractie van een seconde, haast moeiteloos in een flits opgelost te zien. Creativiteitsgoeroes weten hoe het moet. Zij leggen geduldig uit dat u eerst lang op het probleem moet focussen, dan afstand nemen van het probleem, desnoods op geforceerde wijze verbindingen zoeken en dan maar hopen op een aha-ervaring. Maar hebben ze wel gelijk? Verschillende disciplines hebben zich al gebogen over het probleem. Creativiteit is het werk van een muze, een kenmerk van een open persoonlijkheid, een gevolg van lijden, een gave gods. Veronderstel dat de creatieve geest een goed bewaard geheim is in een schatkamer midden in een berg. Overal graven teams tunnels naar het geheim. De meeste graven niet rechtdoor. Zonder het goed te beseffen graven ze in een bocht en komen ze wat verder, helemaal tevreden want ze hebben het licht gezien, weer aan de oppervlakte. Eén discipline blijft echter altijd maar rechtdoor graven en ruimt haar puin netjes op: de breinkunde. Zij ontrafelt het geheim, millimeter na millimeter. Aan de schatkamer is dat team nog niet, maar misschien heeft het al wel een camera kunnen plaatsen die foto's doorstuurt van het creatieve brein in actie. De moderne breinkunde heeft gebroken met het idee van een vaste plaats voor alles in onze hersenen, en bestudeert het brein als een samenhangende verzameling van complexe netwerken. Verschillende, vaak ver uit elkaar gelegen, centra 'vuren' tegelijkertijd, heel synchroon. Als uw brein dat niet kan, zit u in grote problemen: u bent misschien schizofreen, u hebt waarschijnlijk slaapproblemen, of u bent depressief. Uw cognitieve mogelijkheden zijn waarschijnlijk aangetast, hopelijk tijdelijk, zoals bij kankerpatiënten na chemotherapie. Relevant voor ons onderwerp zijn twee aandachtsnetwerken, voornamelijk in ons bewuste brein, die in de moderne breinkunde opvallend veel aandacht krijgen. Vooral de game-industrie manipuleert deze netwerken om de speler maximaal in het spel onder te dompelen en zo een verdienmodel op te bouwen. Moraalridders, motivatiepsychologen of managementexperts werken echter nog altijd met verouderde beelden van het brein, en doen een beroep op wilskracht, het stimuleren van hersenhelften of het vurige gebed. Het Default Mode Network (DMN) is actief als we mijmeren, nadenken over een ver verleden of over een verre toekomst, als we fantaseren, in rondjes draaien ('rumineren'), vrij associëren; het is de bedrading voor een 'wandering mind'. Als DMN actief is, staan we open voor allerlei suggesties en kunnen we echt creatief zijn. Maar hebben we daarmee het geheim van de creativiteit ontrafeld? Helaas niet. We dreigen gewoon een modernere versie van de lokalisatietheorie te hebben gevonden, geen vaste plaats, maar een netwerk. We hebben inzicht in een andere netwerk nodig en vooral de manier waarop die twee netwerken interageren. Het Central Executive Network (CEN) is actief bij specifieke externe taken: een puzzel oplossen, een belastingbrief invullen, een recept uittesten, een moeilijke tekst analyseren of vertalen, voor het eerst met een auto rijden. Dat netwerk vermoeit ons meer dan het DMN, we zijn heel weinig beïnvloedbaar en we zijn niet echt creatief. Dit netwerk is actief als we problemen oplossen (hoe geraak ik thuis, nu het openbaar vervoer staakt?) en sommigen noemen die oplossingen ook 'creatief', maar dat is een misleidend woordgebruik. Het CEN op zich is helemaal niet creatief, het helpt vooral om goed omschreven problemen oplossen. Het DMN en het CEN onderdrukken elkaar wederzijds. Als u verdiept bent in een boek, hoort u bijna niets meer, omgekeerd kunt u niet mijmeren terwijl u een taai probleem aanpakt. Omdat diepe creativiteit een erg actief DMN veronderstelt, is het vooral belangrijk dat u daar door allerlei externe prikkels niet al te snel uitgekegeld wordt. Dat is echter net wat al die alarmsignalen op uw smartphone doen. We geraken steeds meer verslaafd aan de stroompjes dopamine die ons belonen vlak voor we een berichtje openen. Breinexperts beseffen steeds scherper dat creativiteit zich afspeelt op het raakpunt tussen beide circuits, tijdens een unieke dialoog tussen het mijmerende en het gefocuste systeem. Het eureka-moment ontstaat wel degelijk in uw bad, als u even niet nadenkt over uw probleem. De diepste creativiteit bereikt u pas op het snijpunt van de twee systemen op hun scherpst: hyper- en hypofrontaliteit. Enkele jaren geleden is al aangetoond dat een sterk verminderde prefrontale kwab, een essentieel onderdeel van een actief CEN, noodzakelijk is voor creativiteit. Alle goeroes zullen u uitnodigen het kritische denken uit te schakelen. Als die prefrontale kwab haast volledig is uitgeschakeld, spreekt men over hypofrontaliteit, dan is er plaats voor het DMN en... voor beelden; diepe creativiteit is visueel. Als u supergeconcentreerd zoekt, in een soort overdrive, spreekt men van hyperfrontaliteit. Diepe creativiteit ontstaat pas bij de intense afwisseling van beide netwerken. De meest recente analyse van ons werkend brein geven de creativiteitsgoeroes over de hele lijn gelijk. Dat is goed nieuws voor beide kampen. U kunt dus met een gerust gemoed de volgende adviezen volgen. Bestudeer het probleem langdurig, analyseer het technisch en zo volledig mogelijk. Beschrijf het probleem in heldere, duidelijke termen (zet uw CEN aan het werk, zet het langdurig aan het werk, zorg voor hyperfrontaliteit, pauzeer regelmatig om niet te vermoeid te worden, niet om creatief te zijn). Verwijder u van het probleem. Doe iets anders, of geef eenvoudige problemen aan uw CEN, of voer wat sociale babbels. Stimuleer dan uw DMN: mijmer, fantaseer, dagdroom. Hoe verder u kunt en durft, hoe beter. Zoek hypofrontaliteit. Wat zeker helpt is schetsen, uw visuele brein stimuleren. Maar waarschijnlijk zijn alle activiteiten die hypofrontaliteit bevorderen aangewezen: lange wandelingen, dansen, zingen, mediteren. Exploreer in de 'schemerzone' de samenhang tussen de twee systemen, focus weer met mate op uw probleem, los een analoog probleem op. En wacht op de creatieve vonk. Panikeer niet.