Het was niet zijn eerste wapenfeit als chief executive officer van het farmaconcern Pfizer, maar de recente wereldwijde personeelsinkrimping met 10.000 werknemers - zowat 10 % van het personeelsbestand - zal toch een mijlpaal onder zijn bewind blijven. Nochtans was de reputatie van Jeffrey B. Kindler veeleer die van een luisterende topman. Toen hij afgelopen zomer de fakkel overnam van Henry McKinnel, heette het dat de nieuwe baas minder arrogant zou zijn.
...

Het was niet zijn eerste wapenfeit als chief executive officer van het farmaconcern Pfizer, maar de recente wereldwijde personeelsinkrimping met 10.000 werknemers - zowat 10 % van het personeelsbestand - zal toch een mijlpaal onder zijn bewind blijven. Nochtans was de reputatie van Jeffrey B. Kindler veeleer die van een luisterende topman. Toen hij afgelopen zomer de fakkel overnam van Henry McKinnel, heette het dat de nieuwe baas minder arrogant zou zijn. Kindler zat bovendien minder lang bij Pfizer dan zijn twee concurrenten, David L. Shedlarz en Karen L. Katen, die allebei ook klaar stonden om McKinnel op te volgen. Dat speelde in zijn voordeel, omdat de aandeelhouders hem daarom minder verantwoordelijk achtten voor de slabakkende resultaten van 's werelds grootste farmagroep. Hoewel, zo slecht waren die ook weer niet. Kindler snoeit banen weg terwijl het concern alleen al in het vierde kwartaal van 2006 goed was voor 9,45 miljard dollar nettowinst. Dat is viermaal meer dan een jaar eerder. De stijging is echter grotendeels te wijten aan de verkoop van de divisie consumentenproducten aan concurrent Johnson & Johnson. Maar ook in 2005 boekte de groep 8 miljard dollar winst op een omzet van 51 miljard dollar. De jongste tijd heeft het concern echter problemen om dat plaatje voor de komende jaren te beloven. Dat komt omdat het bedrijf er niet in slaagt om voldoende nieuwe kaskrakers te puren uit zijn onderzoek, dat 7 miljard euro per jaar kost. Het schoentje wringt dus bij de aandeelhouders, die hun vertrouwen in de toekomst zien wankelen. Sinds 2001 ging de aandelenkoers van Pfizer bijna met 50 % naar beneden, terwijl de sector gemiddeld 'slechts' een kwart van zijn waarde moest prijsgeven. Of dat de topman het slaafje van de beurskoers maakt, valt nog af te wachten. Zeker is dat het concern ook voor Kindler koos vanwege zijn juridische achtergrond. Kindler is jurist en dat geeft hem betere papieren om een groep als Pfizer door de uitdagingen te loodsen die tegenwoordig de farmamarkt beheersen. Voor hij in 2002 de overstap maakte, was Kindler aan de slag bij McDonald's, waar hij het dochterbedrijf Boston Market Corporation leidde. Het biedt hem het voordeel dat hij weet hoe hij moet omgaan met moeilijke consumenten die rechtzaken aanspannen tegen de leveranciers van hun lievelingsproducten. Een evolutie waar ook de geneesmiddelenbedrijven aan ten prooi vallen. De kwaliteiten van de topman, die op 1 februari McKinnel ook opvolgt als voorzitter van de raad van bestuur, staan buiten kijf. Hij haalde zijn diploma aan de Harvard Law School in 1980. Daarna werkte hij eerst enkele jaren voor diverse rechtbanken in de VS, om zich in de jaren tachtig als partner van het advocatenbureau Williams & Connolly te vestigen. Begin jaren negentig deed de jurist echter zijn intrede in de bedrijfswereld. Eerst als juridisch raadgever en later als vice-president van General Electric. In 1996 stapte hij over naar McDonald's. Zijn voormalige baas, Jack Welch, roemt Kindler als een crisismanager en een leidersfiguur. Tijdens zijn carrière vond Jeff Kindler ook erkenning voor zijn engagement voor diversiteit en corporate social responsibility. De topman bekleedt ook verschillende mandaten in bestuursorganen van onder meer de Tufts University, het John F. Kennedy Center for the Performing Arts, de Manhattan Theatre Club en de New York Philharmonic. Bovendien is hij voorzitter van de US-Japan Business Council. Na minder dan een jaar op de stoel van CEO krijgt Kindler alvast goede punten van de beurs: de koers trok na de aankondiging van het besparingsplan opnieuw aan. Aandeelhouders van Pfizer waarderen blijkbaar de bereidheid om stevig te besparen en Kindlers onconventionele visie over hoe een topspeler in de farmawereld moet worden geleid. Het neemt niet weg dat Pfizer moet afrekenen met een aantal hardnekkige problemen. Niet alleen heeft het antidepressivum Zoloft last van generische competitie, het bedrijf moet de tests met de nieuwe cholesterolverlager Torcetrapib afblazen. Die moest het succesproduct Lipitor - goed voor een omzet van 13 miljard dollar per jaar - opvolgen zodra het octrooi vervalt. Bovendien steeg het aantal rechtszaken tegen de firma vanwege de mogelijke nevenwerkingen van pijnstiller Celebrex of cholesterolverlager Lipitor. De grotere juridische last is een typisch, maar relatief recent fenomeen in de farmawereld. Geen wonder dat de board van 's werelds grootste geneesmiddelenproducent een jurist als topman wou. Dat legde Kindler alvast geen windeieren. Volgens het Amerikaanse zakenblad Forbes verdiende de huidige topman in 2005 al een salaris van 900.000 dollar. Inclusief bonussen en extra's kwam hij op ruim 3 miljoen dollar uit in 2005. Toen was de man bovendien nog geen CEO. Desondanks is een van de belangrijkste taken voor deze man van 3 miljoen, het besparen op de kosten. In de eerste plaats lijkt dat te gebeuren door het knippen in de loonkosten van anderen. Roeland Byl