En u dacht dat de Belgen traag tot een akkoord komen. Volgt u dan vandaag en morgen eens de onderhandelingen in Lissabon die onze Europese vertegenwoordigers daar moeten voeren. Zij hebben de (ondankbare) taak het Hervormingsverdrag te finaliseren. Nog niets over dit verdrag gehoord? U bent ongetwijfeld niet de enige. Het Hervormingsverdrag maakt bitter weinig los bij de Europese burger. Wat merkwaardig is. Want vele specialisten, althans zij die erin slagen het document te doorworstelen, bestempelen het verdrag als een door elkaar geklutste kopij van het vroegere ontwerp van een Europese grondwet.
...

En u dacht dat de Belgen traag tot een akkoord komen. Volgt u dan vandaag en morgen eens de onderhandelingen in Lissabon die onze Europese vertegenwoordigers daar moeten voeren. Zij hebben de (ondankbare) taak het Hervormingsverdrag te finaliseren. Nog niets over dit verdrag gehoord? U bent ongetwijfeld niet de enige. Het Hervormingsverdrag maakt bitter weinig los bij de Europese burger. Wat merkwaardig is. Want vele specialisten, althans zij die erin slagen het document te doorworstelen, bestempelen het verdrag als een door elkaar geklutste kopij van het vroegere ontwerp van een Europese grondwet. Frankrijk en Nederland schoten twee jaar geleden via referenda deze Europese grondwet af. Vandaag staan er nog geen referenda op het programma om het Hervormingsverdrag door de burger te laten ratificeren. De schrik zit er danig in dat ook deze tekst niet door het publiek gesmaakt zou worden. En de tegenstanders van het verdrag mogen ongerust zijn. Hoewel stemmen opgaan die zeggen dat het verdrag inhoudelijke wijzigingen inhoudt ten opzichte van de eerdere grondwet en dat belangrijke nuances in het verdrag een wereld van verschil maken, duiken de meeste knelpunten in het verdrag weer op. Gewoon onder een andere naam of op een andere plaats, of op een ander tijdstip. Neem de gecontesteerde minister van Buitenlandse Zaken die de grondwet wilde installeren. Hij (of zij) is ver-dwenen. In het nieuwe verdrag blijft de functie evenwel behouden, maar onder de titulatuur 'Hoge vertegenwoordiger voor het Buitenlands- en Veiligheidsbeleid van de Unie'. Deze aanpassing is zelfs niet creatief. Het Hervormingsverdrag is verre van transparant en bevat diverse uitzonderingssituaties of uitgestelde beslissingen. De stemmethode van dubbele meerderheid wordt pas toegepast vanaf 2017; Groot-Brittannië krijgt een opt-outprocedure op justitieel vlak en er zijn nog andere uitzonderingssituaties. Het Hervormingsverdrag houdt ook gevaren in. Europese bankiers vrezen voor de toekomstige onafhankelijkheid van de Europese Centrale Bank, die in de tekst als een EU-instelling wordt gedefinieerd en niet als een apart orgaan. Het verdrag is het resultaat van een ongelooflijke koehandel tussen de diverse landen en partijen en niets of niemand garandeert dat een finale versie ooit zal worden goedgekeurd. Maar ondanks al zijn gebreken, heeft de EU nood aan dat verdrag. De speeltijd heeft lang genoeg geduurd. Landen hebben zich om sociaaleconomische redenen, in hun voordeel natuurlijk, geëngageerd om lid te worden van de Europese Unie. De politieke moed om ook daarvan de eventuele negatieve kantjes te moeten slikken, mag niet achterblijven. Europa zal omwille van culturele redenen altijd een lappendeken zijn, maar mag dat niet op sociaaleconomisch vlak blijven. Elk land moet zijn eigen uitdagingen kunnen aangaan, maar mag de gemeenschappelijke basis van de EU niet fnuiken. Het wordt afgezaagd te stellen dat de EU en vele van haar landen, dringend de motor moeten versnellen om het wereldwijde economische groeiproces bij te benen en/of in te halen. Het verdrag mag middelmatig en compromisvol zijn omdat het een belangrijke stap vooruit is. Zodra deze beslissingen zijn genomen, kan worden begonnen met het echte veldwerk. De groeifase van de Europese Unie is nog jong en pril, en laat nog veel ruimte om de waarschijnlijk noodzakelijke veranderingen aan het verdrag aan te brengen. In deze is de symboolwaarde bijna groter dan de inhoud ervan. De ontwikkelingen op Europees en Belgisch niveau vertonen veel gelijkenissen, hebben hetzelfde doel, maar zitten in een ander stadium. België zit niet meer in een prille groeifase, maar nadert het tijdperk waarin de organische groei van zijn deelstaten moet uitmonden in een definitief en stabiel pact. Wij zijn het stadium voorbij waarin compromissen akkoorden mogen domineren. Vele waarnemers kijken met een steeds rozere bril naar de regeringsonderhandelingen. Het land is gered want de oranje-blauwen zitten weer aan tafel en bereikten akkoorden. Het gefaseerd behandelen van de staatshervorming wordt als intelligent beschouwd. Maar waar blijven de sociaaleconomische besprekingen? Bewust of onbewust, de onderhandelaars schuiven ook deze superhete hangijzers naar achter. Tot nu toe zijn er weinig woorden vuil gemaakt aan wat in het begin van de onderhandelingen nog veel commotie en geruzie opleverde: belastingen, werk, werkactivering, uitkeringen, ... Niet dat de politici de economie kunnen redden, maar een goede omkadering is noodzakelijk. Velen zijn blij dat het communautaire misschien geen spelbreker zal zijn. Maar zolang de oranje-blauwen niet over de economie spreken, is het gevaar voor mislukken niet geweken. En in tegenstelling tot de communautaire kwesties, kan Leterme dit niet blijven uitstellen tot 2009. an goovaerts adjunct-hoofdredacteur