Het invoeren van een CO2-taks als
...

Het invoeren van een CO2-taks alseen alternatief financieringsmiddel voor de sociale zekerheid lijkt op het eerste gezicht zowel een ekologisch als sociaal verantwoorde maatregel. Maaris dit wel zo ?Heffingen of belastingen worden dikwijls als middel naar voren geschoven om milieubelastende produktiewijzen en het verspreiden van dito produkten op zijn minst af te remmen, en op die manier het milieu te sparen. Een CO2-taks kan bijvoorbeeld een middel zijn om de CO2-uitstoot in de geïndustrializeerde landen met meer dan 50 % sommigen spreken zelfs van 80 % te reduceren. Ook al kan men akkoord gaan met het opzet van een heffingenbeleid, toch kan men zich afvragen of een zuiver verbod op sommige produktiewijzen en op sommige produkten niet veel effektiever en efficiënter zou zijn. Zo bleek bijvoorbeeld de fiskale voorkeursbehandeling van loodvrije benzine vele mensen niet te overtuigen om deze benzine te tanken. Zou een konsekwent milieubeleid niet eerder erin bestaan om een verbod, desnoods met een afbouwscenario, in te stellen op het verder op de markt brengen van loodhoudende benzine ?PATRONALE BIJDRAGEN EN TEWERKSTELLING ?Problematischer wordt het nog wanneer men een CO2-taks invoert als alternatief financieringsmiddel voor de sociale zekerheid. Deze taks zou het afschaffen van de patronale bijdragen tot de sociale zekerheid (mede) moeten kompenseren. Men verantwoordt dit met het argument dat een reduktie van de loonkosten de patroons in staat zou stellen meer konkurrentieel te produceren en zo werkgelegenheid te behouden en zelfs te creëren. Het is echter twijfelachtig of dit wel het geval zal zijn. Trouwens Jean-Luc Dehaene, die de invoering van een CO2-taks verdedigt, geeft dit zelf toe : "(...) Wie beweert dat een verlaging van de patronale bijdrage met bijvoorbeeld 10 % automatisch en onmiddellijk bijkomende tewerkstelling zal tot stand brengen, gelooft nog in Sinterklaas. " (Sleutels voor morgen, p. 63). Niet alleen onze premier stelt dit, uit verschillende hoeken wordt dit bevestigd. Zo beweert de Leuvense ekonoom en VLD'er Paul De Grauwe dat een vermindering van patronale lasten gefinancierd door hogere direkte en/of indirekte belastingen de loonkosten op korte termijn wel kan verlagen, maar dat dit slechts tijdelijk werkt. Daarenboven wijst hij ook op het feit dat de groei van de globale tewerkstelling in Nederland tussen 1991 en 1994 groter was dan in België, ondanks hogere sociale-zekerheidsbijdragen bij onze noorderburen (zie Trends, 18 mei 1995, blz. 37). Een afschaffing van de patronale bijdragen en de daarvan verwachte verbetering van de internationale konkurrentiepositie zou wel eens weinig effekt kunnen hebben op de tewerkstellingsgraad. Filip Misplon (ABVV-textiel) stelt bijvoorbeeld : "De verbeterde konkurrentiepositie heeft alleen effekt op de tewerkstelling in exportgerichte sektoren. In de meer beschermde sektoren van de ekonomie (distributie, financiële sektor en andere dienstensektoren) komt de SZB (nvdr besparing op de sociale-zekerheidsbijdrage) neer op een eenvoudige kostenbesparing en zullen de effekten op (het behoud van) de tewerkstelling heel wat lager liggen. Ook in de meest kapitaalintensieve sektoren zal een daling van de lasten op arbeid nauwelijks of geen tewerkstellingseffekten hebben. Of denkt er iemand dat men in de petrochemie plots anders zou gaan werken, omwille van een beperkte daling van de loonkost ? " (Samenleving en politiek, jaargang 2 - 1995, nr. 4, blz. 17). Als de tewerkstelling alleen maar stijgt door de verbeterde konkurrentiepositie in de exportgerichte sektoren, dan betekent dit toch dat bij de buitenlandse bedrijven die door ons weggekonkurreerd worden, meer werkloosheid zal ontstaan. Men kan ook sterk betwijfelen of de voorgestelde loonkostenvermindering wel voldoende hoog zal zijn om een konkurrentieel voordeel op te leveren tegenover de lage-lonenlanden. Wordt het mogelijke positieve tewerkstellingseffekt van dergelijke maatregelen niet geneutralizeerd door gelijkaardige maatregelen bij de konkurrenten ? Komt de afschaffing van de patronale bijdragen niet louter neer op een kostenbesparing voor het patronaat zonder noemenswaardige verbetering van de tewerkstellingsgraad ? Sommige auteurs verwachten grotere tewerkstellingsresultaten door de verlaging van de indirekte arbeidskosten voor ongeschoolde arbeiders. Maar gaat het hier niet hoofdzakelijk over eenvoudige routine-arbeid die gemakkelijk op een goedkopere manier te automatizeren is ? Men kan dus sterk twijfelen over het sociale en ekonomische nut van een al of niet volledige reduktie van de patronale bijdragen tot de sociale zekerheid. Dit is echter niet het enige probleem.ALTERNATIEVE OF BIJKOMENDE FINANCIERING ?Het meest dringende probleem bij de financiering van de sociale zekerheid is echter niet het vinden van alternatieve financiering voor het mogelijks terugschroeven van de patronale bijdragen. Het meest dringende probleem is, tenzij men beslist tot verdere antisociale maatregelen, het vinden van bijkomende financiering voor het tekort in de sociale zekerheid. "Vast staat in elk geval dat de regering voor 1996 110 miljard moet vinden om het tekort in de sociale zekerheid teniet te doen, " stelt Agalev'er Filip Delmotte (Agora, jaargang I, 1995 nr 4, p. 8). Maar is de CO2-taks daarvoor wel een goed middel ?De CO2-taks kombineert zeker niet de mogelijkheden voor het aanboren van nieuwe middelen voor de sociale zekerheid en een aktief tewerkstellingsbeleid, met de strijd tegen het broeikaseffekt en de bevordering van een rationeel energieverbruik (REG), zoals ten onrechte in het Vlaamse regeerprogramma wordt gesteld. Het gebruiken van een CO2-taks als financieringsmiddel voor de sociale zekerheid komt in feite neer op : Hoe meer vervuiling, hoe meer sociale welvaart. Walter De Jonge van Greenpeace merkt daarover terecht op dat de overheid meer inkomsten haalt uit energieheffingen, naarmate zij meer nalatig is inzake REG-beleid (Greenpeace Belgium : Stop wasting energy. Energieheffing stopt verspilling). De best binnen de milieubeweging gewenste, en voor de overleving van de mensen vereiste, reduktie van de CO2-uitstoot betekent dan een afbraak van de sociale zekerheid. Een CO2-taks moet voor de Groenen een uitdovend of toch tenminste dalend karakter hebben (IPE, De losgeslagen tijger bedwingen, 1995, p. 44). Deze taks is niet op de eerste plaats een financieringsinstrument, maar een regulerend instrument een middel om de uitstoot te reduceren. Met de koppeling van een CO2-taks aan de sociale zekerheid zou men onder andere de milieu- en de vakbeweging tegenover elkaar stellen. Men kan zich hierbij ook nog afvragen of het patronaat deze taks slechts aanvaardt omdat het weet heeft van mogelijkheden om de uitstoot te verminderen, en zodoende de taks in grote mate te ontlopen.TAKS OP CO2-UITSTOOT OF ENERGIEVERBRUIK ?Men verantwoordt de invoering van zo'n taks ook door te wijzen op de binnen de bedrijven plaatsgrijpende vervanging van arbeiders door machines. Wanneer men het invoeren en het gebruik van meer machines zwaar zou belasten, dan zouden bedrijven niet zo snel overgaan tot deze vervanging en zou er meer werkgelegenheid gevrijwaard blijven. Als men dit zou willen bereiken, dan is het korrekter een taks te heffen op het machine- en energieverbruik in plaats van op de CO2-uitstoot. Ook het invoeren van werkvernietigende produktieprocessen waarbij geen fossiele brandstoffen worden verbruikt, zou op die manier worden afgeremd. Een wrange, misplaatste grap is echter dat men zelfs al bij een CO2-taks hoort spreken over een vrijstelling ervan voor energie-intensieve bedrijven. De CO2-taks zou dan voornamelijk neerkomen op een lastenverhoging voor de gezinnen en de kleine verbruikers. Ook al klinkt een CO2-taks mooi, zowel de milieubeweging als de verdedigers van de sociale zekerheid, moeten op hun ganzen letten, als de vos de passie preekt.GUY QUINTELIER Guy Quintelier is filozoof, publicist en vormingswerker.Een kortere versie van deze tekst is verschenen in EcoGroen.AUTOVERVUILING Autovervuiling terugdringen, kan sociale zekerheid in gevaar brengen.JEAN-LUC DEHAENE Verdediger van CO2-taks.