In de oude fabriek van The Antwerp Telephone and Electric Works in de Coveliersstraat in Berchem bloeit nieuwe technologie. Cmosis heeft er met geld van Capital-E, Vinnof en ING een clean room gebouwd en ontwikkelt beeldsensoren. De eerste producten waren in november te zien op Vision 2009 in Stuttgart, de referentiebeurs voor machinevisie. Dat is een technologie waarmee machines een geautomatiseerd productieproces bewaken. Beeldsensoren zijn de 'ogen' van de machines.
...

In de oude fabriek van The Antwerp Telephone and Electric Works in de Coveliersstraat in Berchem bloeit nieuwe technologie. Cmosis heeft er met geld van Capital-E, Vinnof en ING een clean room gebouwd en ontwikkelt beeldsensoren. De eerste producten waren in november te zien op Vision 2009 in Stuttgart, de referentiebeurs voor machinevisie. Dat is een technologie waarmee machines een geautomatiseerd productieproces bewaken. Beeldsensoren zijn de 'ogen' van de machines. Oprichters Guy Meynants, Jan Bogaerts, Tim Baeyens, Gérald Lepage en Lou Hermans hebben dit al eens eerder gedaan. Zij zijn allemaal oudgedienden van FillFactory, de spin-off van Imec die in 2004 voor 82,6 miljoen euro aan het Amerikaanse Cypress Semiconductor is verkocht. Dat was toen de meest succesvolle exit voor Imec, dat zo'n 13 miljoen euro uitbetaald kreeg. Voor de werknemers was het vervolg minder prettig. Cypress, met zijn 3500 werknemers, kocht het 45-koppige FillFactory met de bedoeling in consumentencamera's te gaan - FillFactory had klanten als Kodak en ARRI. Maar het bleek een slechte fit. FillFactory was autonoom, Cypress beursgenoteerd. FillFactory maakte nicheproducten in nauw overleg met zijn klanten. Cypress was een massaproducent die verkocht via distributeurs. Zelfs de technologie van FillFactory was niet heel geschikt voor wat Cypress wilde, namelijk een positie op de gigantische gsm-markt. In 2006 gooiden de Amerikanen de handdoek in de ring. SMaL Camera, een beeldsensorontwikkelaar die iets na FillFactory door Cypress was overgenomen, ging voor een prikje naar Sensata, dat het vorig jaar doorverkocht aan Melexis. FillFactory zelf raakte niet van het schap. De Mechelaars keerden terug naar hun oude activiteit: maatwerk voor industriële klanten. De turbulentie deed een aantal personeelsleden opstappen. De klanten van het oude FillFactory raakten gefrustreerd door de complexe structuur van Cypress, met een administratie in Californië, een productie in de Filipijnen en design & support in India. Uiteindelijk startte een groep FillFactory-alumni in november 2007 Cmosis, deze keer niet meer als een Imec-spin-off, maar op eigen houtje. De starter kreeg 1 miljoen van Imec-partner Capital-E. Oorspronkelijk wilde Cmosis met een aantal potentiële klanten een onderzoekspool opzetten om de kosten van nieuwe ontwikkelingen te delen. Dat concept werkte bij Imec, maar niet bij Cmosis. "We hadden een vijftal kandidaten. Die haakten één na één af. Ten slotte bleef alleen de Canadese cameraproducent Point Grey Research over", zegt Lou Hermans, een fervent bridger die na de overname van FillFactory was teruggekeerd naar Imec. De discussies over intellectuele rechten waren het hardst. "Als we octrooieerbare intellectuele eigendom ontwikkelen, dan is die van ons. Zouden we die intellectuele rechten afstaan, konden we na vier of vijf projecten sluiten. " Een delicaat standpunt voor een starter. Dus komen er soepele oplossingen. "Met een garantie van een minimumomzet, geven we klanten één of twee jaar voorsprong voor een bepaald toepassingsgebied. Uiteindelijk hebben wij er ook belang bij dat die klant zoveel mogelijk verkoopt. Point Gray heeft drie voordelen gehad door met ons in zee te gaan: inbreng in de specificatie, vroege inzage in het design en een korting op de prijs. Nu kloppen de fabrikanten die niet wilden meebetalen aan de ontwikkeling aan onze deur. Maar zij moeten nog beginnen aan hun camera." Cmosis slaagde erin om met nieuwe technologie te komen. Begin november kon Point Grey in Stuttgart een nieuwe camera tonen met twee beeldsensoren die in Berchem waren ontwikkeld. "Nooit hebben we zoveel belangstelling gehad", glundert De Mey, die in zijn vrije tijd naar de Franse Alpen trekt om er te zweefvliegen, zijn hobby sinds 1978. De Berchemnaren hebben ook al een nieuw ontwerp klaar, een chip van 72 megapixel. Cmosis probeert niet om de kleinste pixelgrootte te bereiken, zoals de spelers in de gsm-markt. "We hebben patenten aangevraagd op een iets ingewikkelder pixel", zegt Hermans. De chips met die pixels kunnen snel geometrisch betrouwbare beelden opnemen en uitlezen, zelfs van zeer snel bewegende voorwerpen, en hebben nauwelijks last van parasitaire lichtgevoeligheid (het insijpelen van licht op het moment dat de pixel volledig 'af' hoort te staan). "Onze elektronische sluiter is waarschijnlijk een van de beste ter wereld. " Deze maand gaan de chips in volumeproductie bij het Israëlische Tower Semiconductor, waar het voormalige FillFactory mee samenwerkte tot de overname. De starter beperkte het verlies in zijn eerste boekjaar tot een bescheiden 762.000 euro en rekent voor 2010 al op winst. Na de eerste milestones kwamen Capital-E en het personeel en management in mei nog eens met 1,11 miljoen euro over de brug. Veteraan Luc De Mey, die FillFactory van 1999 tot aan de verkoop leidde, kwam als CEO aan boord, Guy Meynants schoof door naar de post van vicepresident R&D. In augustus bracht het Vlaams Innovatiefonds (Vinnof) dan nog eens een miljoen kapitaal in, samen met twee ING-vehikels die voor 2 miljoen tekenden. ING was al de investeringsbankier die de FillFactory-verkoop organiseerde. Alles samen heeft Cmosis nu bijna 5,3 miljoen euro kapitaal, zonder de substantiële IWT-steun van begin 2009 te rekenen. Een gezonde kapitaalbasis is nodig in deze sector. Snelle stockrotatie is uit den boze. "De machinefabrikant krijgt een bestelling. Hij gaat naar zijn camerafabrikant. Die komt naar ons. Wij hebben voortdurend producten in verschillende fases van afwerking in voorraad. Zonder dat, kan je niet leveren", zegt Hermans. En niet leveren is not done. "Camera's worden ontworpen rond een specifieke sensor. Als wij niet leveren, kan de camerafabrikant niet verkopen. Het is een zaak van vertrouwen." Daartegenover staat dat de camerabouwer perfect de kosten van zijn sensorproducent kan inschatten. "Wij zijn een open boek. Maar een camerabouwer heeft er geen belang bij om ons uit te knijpen. Wat voor hem telt, is continuïteit", zegt Luc De Mey. De camerafabrikant heeft ook veel te verliezen. Als vuistregel kost een beeldopnemer ongeveer 10 procent van de cameraprijs. Geen beeldopnemer, geen cameraverkoop. Starters hebben het dus moeilijk. "Veel klanten zijn niet 100 procent tevreden over hun leverancier, maar ze willen niet de overstap maken en dan na twee of drie jaar met hangende pootjes terugkeren. Dat is ook een van de redenen dat we standaardproducten hebben ontwikkeld. We willen bewijzen dat we een eigen visie hebben, een eigen plan en dat we hier zijn om een echt productiebedrijf te worden en niet alleen een designhuis. " FillFactory werd indertijd verkocht omdat het geen investeerders vond. Met die ervaring denkt De Mey nu al aan schaalvergroting. Er werken twintig mensen bij Cmosis, eind 2010 moeten dat er dertig zijn. Maar hij ziet vooral brood in een consolidatie van de Vlaamse ontwikkelaars van beeldopnemers Cypress, Cmosis, Xenics en Caeleste. "Zonde dat er niet meer samenwerking is. Maar misschien komen er kansen. Veel van de functies die zij intern hebben, overlappen met de onze: engineering, ontwikkeling, clean rooms, testsystemen. Het zou best leuk zijn om die dingen te combineren in Vlaanderen. ING is bereid om dat te financieren", zegt De Mey. Investeringsmanager Tom Bousmans van ING corporate investments wil dat met nuances bevestigen. "Daar is inderdaad over gesproken. Als zich dat voordoet, zullen we dat met veel plezier bekijken. Cmosis was voor ons een heel kleine transactie. We hebben nog heel wat kapitaal achter de hand." Bruno Leijnse/Foto Thomas De Boever"Onze elektronische sluiter is waarschijnlijk een van de beste ter wereld" (Lou Hermans, Cmosis)