Eind november 1992 studeerde de toen 18-jarige Nell Stroud voor haar toelatingsgesprek in Oxford, waar ze Engelse literatuur wilde volgen. Haar leven verliep luxueus, rustig en voorspelbaar - alleen het gebruikelijke adolescentenspleen bezorgde het meisje wat braaf-rebelse hoofdbrekens. Toen stortte haar wereld in. Tijdens een paardentocht kwam haar moeder onder het dier terecht. Ze liep blijvende, zware hersenbeschadiging op. De dochter geraakt totaal in de war en slaat uiteindelijk op de vluch...

Eind november 1992 studeerde de toen 18-jarige Nell Stroud voor haar toelatingsgesprek in Oxford, waar ze Engelse literatuur wilde volgen. Haar leven verliep luxueus, rustig en voorspelbaar - alleen het gebruikelijke adolescentenspleen bezorgde het meisje wat braaf-rebelse hoofdbrekens. Toen stortte haar wereld in. Tijdens een paardentocht kwam haar moeder onder het dier terecht. Ze liep blijvende, zware hersenbeschadiging op. De dochter geraakt totaal in de war en slaat uiteindelijk op de vlucht: de veelbelovende literatuurstudente trekt als stalknechtje op met een circus van bedenkelijk allooi. In de besloten circuswereld wordt ze aanvankelijk alleen maar argwanend bejegend. Die behoedzaamheid zal overigens nooit verdwijnen. Voor circusartiesten blijft Nell immers een josser, een buitenstaander. Niet toevallig luidt de oorspronkelijke Engelse titel van haar boek Circusmeisje dan ook Josser - Days and Nights in the Circus. Deze dramatische tranche de vie heeft alles wat een naar romantiek smachtende lezer kan dromen: een door en door tragische inleiding, gevolgd door een extreme reactie, waardoor de protagonist in een tot de verbeelding sprekende wereld terechtkomt. Precies die wereld van rondreizende artiesten trekt de burger aan (de fantasie, de illusie, de vrijheid) én stoot hem af (het ongeordende, het onverzekerde, het alternatieve). Hunkering en angst voeren hun paradoxale burgerstrijd. De glamour lokt, maar Nell Stroud draagt aanvankelijk geen glitterpak, geen hoge hoed, geen netkousen. Als fervent paardenliefhebster kan ze wel terecht als stalslaafje. Al gauw ervaart ze dat dieren beter verzorgd worden dan circushulpjes. Dag en nacht labeurt ze voor een hongerloon, terwijl ze meehobbelt van hot naar her in een gammele, kille, lekke caravan. Uitgebuit - uitgeperst - laat ze het circus achter en klopt middenin een sneeuwbui aan bij haar tante in Newcastle - berooid, uitgeteld, wanhopig. Ze komt er op haar positieven, maar vreemd genoeg laat de droom van het circus haar niet los. Alleen weet ze nu dat ze het over een andere boeg moet gooien. Ze wil een act leren en trekt via-via naar een vrouw in Bath die mensen koorddansen en andere nummers aanleert. Ze geraakt weer aan de slag als spreekstalmeester (nu wel in glamourpak) en vooral met paardennummers. Momenteel werkt de midtwintigster verwoed aan de voorbereiding van een beslissende carrièrestap. Ze wil met een eigen circus uitpakken dat ook hogere artistieke allures waarmaakt, een Cirque du Soleil met ruimte voor paardenballet. Meulenhoff, 315 blz., 798 fr. ISBN 9029059079. LUC DE DECKER