Vier zalen en achthonderd plaatsen genesteld tussen een zwembad uit de jaren dertig dat nog ontworpen werd door Georges Dedoyard, een somber en vochtig busstation en een bank. In dat 3500 vierkante meter bijzonder complex, om niet te zeggen ondankbaar stedelijk weefsel staat het nieuwe Cinéma Sauvenière.
...

Vier zalen en achthonderd plaatsen genesteld tussen een zwembad uit de jaren dertig dat nog ontworpen werd door Georges Dedoyard, een somber en vochtig busstation en een bank. In dat 3500 vierkante meter bijzonder complex, om niet te zeggen ondankbaar stedelijk weefsel staat het nieuwe Cinéma Sauvenière. Het Brusselse kantoor Vers plus de bien-être (V+) ontwikkelde het nieuwe bioscoopcomplex in L-vorm met een opeenvolging van ruimten die vooraan uitgeven op de Place Xavier Neujean en achteraan op de scheidingsmuur met de belendende bank. Die opstelling liet toe om een lichtschacht en een binnenplaats te creëren. Die geeft aansluiting op een ingesloten winkelstraatje dat uitloopt op de andere zijde van het huizenblok. Omdat de benedenverdieping helemaal open werd gemaakt, ademt de inkomhal een ruimtelijkheid uit die niet alleen verrassend is, maar ook volkomen transparant, semi-openbaar, helder en ludiek. De bezoekers voelen zich allesbehalve ingesloten, zoals in de meeste bioscoopcomplexen wel het geval is. Hetzelfde geldt voor de cinemazalen zelf: wie er binnenstapt, wordt werkelijk opgeslokt in een zwarte doos. Het belet niet dat de infrastructuur alle mogelijke comfort en de nodige spitstechnologie biedt om volop te kunnen genieten van de jongste filmproducties. "De gevels illustreren de gekozen benadering en ze vormen dan ook de bouwkundige elementen die het geheel op een hoger architecturaal niveau tillen. Structureel gezien werd elke overbelasting op intelligente wijze vermeden om een relevante, luchtige draagstructuur te creëren die de architectonische meerwaarde van het complex alleen maar bevestigt. De toegangen zijn geen eenvoudige nooduitgangen meer, maar ware esthetische promenades", specificeert Jan Bruggemans, de voorzitter van de jury. Die is erg opgetogen over de nieuwe openbare leefruimte in het historische hart van de stad, een waagstuk dat aantoont dat het mogelijk is om tegen een betaalbare prijs hele stadspercelen terug te geven aan de mensen en de cultuur. "De ruimtes die naar de zalen leiden, de foyers en de trappen (die voor elke zaal op een andere manier ontworpen werden, maar wel integraal deel uitmaken van de massa en het volume van het gebouw), de constructie zelf en de gevels zijn allemaal domeinen waar V+ rustig de architectuur heeft laten spreken", treedt Hans Ibelings, hoofdredacteur van het magazine A10 Architectural, hem in een artikel bij. "De realisatie draagt werkelijk bij tot de herwaardering van een hele centraal gelegen stadswijk. Het is een geslaagd voorbeeld dat aantoont hoe er, soms verborgen, nog herwaardeerbare ruimten bestaan op een steenworp van de Place Saint-Lambert. Meer bepaald dankzij een generatie van onafhankelijke en vooruitziende architecten, steekt Luik echt de kop weer op", stelt de jury nog vast. Over zulke realisaties wordt overigens veel minder gesproken dan van de projecten van formaat die in de Vurige Stede geregeld de tongen in beweging brengen. Toch zijn ze een omweg en een bezoek meer dan waard. Het zijn trouwens plekken die geroepen zijn om niet alleen door de Luikenaars ingepalmd en in de armen gesloten te worden. Het slotwoord is voor Hans Ibelings: "Dat er voor het overige weinig te vertellen valt over het gebouw, zegt ongetwijfeld genoeg. V+ heeft hier architectuur geschapen die op zich toereikend is, zo sterk dat ze autonoom wordt, zo ingetogen dat ze zich niet opdringt. Het is een gebouw dat het niet moet hebben van een verhaal. Wie behoefte heeft aan verhalen, moet het zich maar behaaglijk maken in een van de bioscoopzetels." (T) Door Philippe Coulée/foto's Alain Janssens/V+