EEN CIJFERTRUC waarmee de brutolonen plots met 1,1 procent stijgen in 2019-2020 in plaats van met 0,8 procent maakt een professioneel akkoord mogelijk en bewaart de sociale vrede. De vakbonden zijn tevreden dat ze een hogere reële loonstijging hebben bekomen. De werkgevers kunnen zeggen dat de concurrentiekracht van de ondernemingen niet fundamenteel in gevaar komt. Bovendien kunnen wer...

EEN CIJFERTRUC waarmee de brutolonen plots met 1,1 procent stijgen in 2019-2020 in plaats van met 0,8 procent maakt een professioneel akkoord mogelijk en bewaart de sociale vrede. De vakbonden zijn tevreden dat ze een hogere reële loonstijging hebben bekomen. De werkgevers kunnen zeggen dat de concurrentiekracht van de ondernemingen niet fundamenteel in gevaar komt. Bovendien kunnen werkgeversorganisaties en vakbonden verkondigen dat "het interprofessioneel sociaal overleg nog werkt". Maar dat is niet meer dan zichzelf moed inpompen. Het sociaal overleg is ondanks de cijfertruc niet gered. Het is een van de laatste relicten van het oude België. Wie spreekt met bedrijfsleiders, hr-verantwoordelijken, arbeidsmarktspecialisten en economen hoort steevast één boodschap: dit rigide loonoverleg moet op de schop. De loononderhandelingen moeten flexibeler verlopen. En in de bedrijven zelf. Bovendien levert de Groep van Tien nog amper een bijdrage aan diepgaande sociaaleconomische hervormingen. Kijken we naar het SWT, het vroegere brugpensioen. Bij haar aantreden eind 2014 versnelde de regering-Michel de stijging van de minimumleeftijd voor brugpensioen bij herstructureringen. Maar plots stonden de vakbonden en de werkgevers zij aan zij om dat af te zwakken. En met het interprofessioneel akkoord herhalen ze die vertoning. De vakbonden en de lobby van de grote bedrijven - die gemakkelijker dan kmo's personeel via brugpensioen kunnen doen afvloeien - vinden elkaar nog maar eens. Waar de minimumleeftijd voor SWT volgens het zomerakkoord van 2018 dit jaar op 59 jaar moest uitkomen en in 2020 op 60 jaar, is dat in het sociaal akkoord afgezwakt tot 58 jaar in 2019, 59 jaar in 2020 en 60 jaar - misschien - tegen eind 2020. Als de sociale partners de uitdoving van het brugpensioen op die manier blijven uitstellen, dreigt het voor eeuwig te blijven bestaan.