630 miljoen Chinezen ontsnapten sinds het begin van de jaren tachtig aan de extreme armoede. Vandaag is nauwelijks 10 procent van de bevolking in het land arm, in 1980 was dat nog 82 procent. Victor Nee, verbonden aan Cornell, en Sonja Opper van de Zweedse Universiteit van Lund, speuren in Capitalism from Below. Markets and Institutional Change in China naar de oorzaken van de grootste armoededaling in de geschiedenis.
...

630 miljoen Chinezen ontsnapten sinds het begin van de jaren tachtig aan de extreme armoede. Vandaag is nauwelijks 10 procent van de bevolking in het land arm, in 1980 was dat nog 82 procent. Victor Nee, verbonden aan Cornell, en Sonja Opper van de Zweedse Universiteit van Lund, speuren in Capitalism from Below. Markets and Institutional Change in China naar de oorzaken van de grootste armoededaling in de geschiedenis. Die armoededaling houdt direct verband met de economische ontwikkeling van China. Voor hun boek onderzochten de auteurs 700 productiebedrijven in de regio van de Yangzidelta. Het gebied, met als belangrijkste stad Nanking, is al eeuwen het rijkste deel van China. Hun onderzoek leert dat het kapitalisme in China van onderuit groeide, vaak tegen de regels en wetten van de overheid in. Eind jaren zeventig was China een logge economie die centraal gestuurd werd. De resultaten van deze gedirigeerde economie waren pover en in 1978 werd beslist politieke hervormingen door te voeren. "Die hadden alleen tot doel de mislukkingen van de centrale planning aan te pakken. Aan het concept zelf van deze centrale planning zou fundamenteel niets worden gewijzigd", benadrukken de auteurs. De geschiedenis in China zou anders uitdraaien. Entrepreneurs zagen kansen om in weerwil van deze versoepelde maar nog steeds strenge regels een privé-initiatief te starten. Ze botsten hierbij op 'barriers to entry'. Deze hinderpalen waren aanwezig om de bestaande staatsbedrijven te beschermen. Deze belemmeringen verplichtten de ondernemers hun eigen netwerk van leveranciers en verdelers op te bouwen. De ondernemers leerden door trial-and-error, het was volgens Nee en Opper het kapitalisme in zijn puurste vorm, vaak indirect gericht tegen de overheid. Ondernemingen die succesvol waren, vormden clusters en deden een beroep op elkaar. "Pas nadat dat experiment een succes was geworden, werd het door de politieke elite gelegitimeerd", benadrukken de auteurs. Het was nooit de bedoeling van de politieke elite om China te veranderen in een kapitalistisch paradijs maar alleen om de plangeleide economie wat bij te sturen. Maar het kapitalisme borrelde er dus op van onderuit, vaak tegen de heersende regels in. Privéondernemingen slaagden erin staatsgeleide ondernemingen weg te duwen. Het resultaat van deze merkwaardige beweging is dat vandaag slechts een vijfde van het bbp in China van staatsbedrijven komt, begin de jaren tachtig was dit nog vier keer zoveel. Een andere manier om dit grootste succesverhaal in de geschiedenis van het kapitalisme te bekijken, is het bbp per hoofd te bestuderen. Begin jaren tachtig bedroeg het nauwelijks 150 dollar. Ondanks de enorme toename van de bevolking, waardoor het bbp over een groter aantal mensen verdeeld wordt, was dat bbp per capita in 2010 naar 4603 dollar gestegen. Dat is een zelden geziene toename. Het boek bevat een impliciete les voor Europa, Vlaanderen en België. Hier klagen ondernemers vaak over een te betuttelende overheid. Meestal terecht. Maar het Chinese mirakel bewijst dat succes mogelijk is, ondanks deze overheidsinterventies. Victor Nee en Sonja Opper, Capitalism from Below. Markets and Institutional Change in China, Harvard University Press, 2012, 456 blz., 40,50 euro THIERRY DEBELS