De Amerikaanse auteur en Pulitzerprijs-winnaar Jonathan Kaufman ¬ die jarenlang in China werkte, onder meer voor de Amerikaanse zakenkrant The Wall Street Journal ¬ schetst twee eeuwen Chinese economische geschiedenis aan de hand van het relaas van twee Joodse zakenfamilies, Sassoon en Kadoorie. Beide bouwden een zakelijk imperium uit, eerst in Bagdad en later via Bombay in India ook in Sjanghai en Hongkong. De Sassoons werden r...

De Amerikaanse auteur en Pulitzerprijs-winnaar Jonathan Kaufman ¬ die jarenlang in China werkte, onder meer voor de Amerikaanse zakenkrant The Wall Street Journal ¬ schetst twee eeuwen Chinese economische geschiedenis aan de hand van het relaas van twee Joodse zakenfamilies, Sassoon en Kadoorie. Beide bouwden een zakelijk imperium uit, eerst in Bagdad en later via Bombay in India ook in Sjanghai en Hongkong. De Sassoons werden rijk met de opiumhandel in de negentiende eeuw. Lawrence Kadoorie stond aan de wieg van de opmars van Hongkong, na de machtsovername door de communisten op het Chinese vasteland in 1949. Hij werd rijk door investeringen in nutsvoorzieningen (elektriciteit) en vastgoed, en was een van de eerste miljardairs van de stadstaat. Het zwaartepunt van het boek ligt in Sjanghai. Die stad, wellicht meest de meest westerse van China, beleefde in het interbellum een eerste glorieperiode van globalisering. De stad wedijverde met Londen, New York en Parijs. De mondaine feestjes die Victor Sassoon gaf in zijn luxueuze Cathay Hotel lokten de bekendste wereldsterren. Kaufman omschrijft Sassoon als "de playboy onder de miljardairs". Maar Kaufman schetst een ambivalent beeld van de bijdrage van de twee zakenfamilies. De Kadoories en de Sassoons waren ongetwijfeld motoren van de groei van Sjanghai. De stad lokte massaal internationale investeerders en beleefde een economische boom. Daarvan profiteerde ook Chinese zakenmensen. Tegelijk creëerde de enthousiast doorgevoerde globalisering een arme Chinese onderlaag - in de straten van Sjanghai werden bijna dagelijks van honger gestorven kinderen in karren gegooid en weggehaald. Dat creëerde mee de voedingsbodem voor de overwinning van de communisten, al heeft Kaufman geen enkele sympathie voor het schrikbewind onder Mao Zedong. De Sassoons verloren grotendeels hun fortuin na de machtsovername van de communisten. De Kadoories waren vooruitziender en investeerden in Hongkong, toen nog een Britse kolonie. Toen de Chinese leider Deng Xiaoping zijn land in 1978 opnieuw volop de richting van het kapitalisme instuurde, werd Lawrence Kadoorie al snel een van diens vertrouwelingen.