Geforceerde steunaankopen, een verbod op de verkoop van aandelen voor grote beleggers, alarmprocedures: China krijgt de beursval maar niet gestopt. Komt het vertrouwen van de beleggers ooit nog terug?

WILLIAM DE VIJLDER. "De zenuwachtigheid heeft te maken met de Chinese groeivertraging, maar niet alleen daarmee. Iedereen wist dat China niet kon blijven groeien in het tempo van de voorbije jaren. De bezorgdheid heeft vooral te maken met deze vragen die onbeantwoord blijven: hoever kan de groeivertraging gaan, en hoe zal het beleid daarop reageren?
...

WILLIAM DE VIJLDER. "De zenuwachtigheid heeft te maken met de Chinese groeivertraging, maar niet alleen daarmee. Iedereen wist dat China niet kon blijven groeien in het tempo van de voorbije jaren. De bezorgdheid heeft vooral te maken met deze vragen die onbeantwoord blijven: hoever kan de groeivertraging gaan, en hoe zal het beleid daarop reageren? "De Chinese autoriteiten willen heel veel dingen tegelijk doen, maar sommige aankondigingen zaaien meer twijfel dan dat ze problemen oplossen. Zo wil China de intresttarieven liberaliseren, maar dat heeft veeleer een opwaarts dan een neerwaarts effect op de rente. Bij het uiteenspatten van de beurszeepbel vorig jaar is de overheid tussenbeide gekomen, wat beleggers alleen maar uitnodigde om nog meer aandelen te verkopen. En dan had je vorige zomer de verrassende beslissing om de yuan te devalueren. Wat is daar nu eigenlijk de bedoeling van? En hoever wil China gaan?" DE VIJLDER. "Er is op z'n minst onduidelijkheid over de bedoelingen van het beleid. Voeg je aan die onduidelijkheid ook de verzwakkende economie toe, dan stijgt de zenuwachtigheid op de beurzen alleen maar. We mogen ons geen rad voor de ogen draaien: er ís een groeivertraging in China. Maar het plaatje is gemengd. De Chinese uitvoer heeft het moeilijk, terwijl andere indicatoren in de goede richting gaan, zoals de vastgoedverkopen en de kleinhandelsomzet. Maar het is allemaal nog te weinig om het vertrouwen van de markten te doen terugkeren." DE VIJLDER. "Dat zou ik toch maar nuanceren. Om te beginnen zal China er jaren over doen om zijn economie te heroriënteren. Het land wil van een investeringsgedreven groei overgaan naar een groei die wordt gedreven door de gezinsconsumptie. Punt twee: de conjunctuur is al vele kwartalen aan het zakken. Wanneer komt die verzwakking tot stilstand? Dat wordt de belangrijkste vraag voor 2016. Blijven de data wijzen op een achteruitgang, dan zullen de twijfels aanzwellen. Wat betekent die aanhoudende verzwakking voor de banencreatie en de lonen in China? Weten de beleidsmakers nog wel wat ze moeten doen? "Het gebrek aan vertrouwen in de reële economie zal het wantrouwen op de beurzen en de wisselmarkten nog meer voeden, en omgekeerd. In feite is die wisselwerking tussen het reële en het financiële plaatje al sinds vorige zomer aan de gang. Daarnaast zijn er de afgeleide effecten op de rest van de wereld. Landen die grondstoffen uitvoeren naar China delen in de klappen. En wereldwijd daalt het vertrouwen. Wanneer niemand meer weet hoe het verder moet met China, steekt risicoaversie de kop op." JOZEF VANGELDER