Eind september keerde de vijftienjarige Tashi uit een plattelandsdorp met minder dan honderd inwoners in het zuidoosten van Tibet terug naar school, na een lockdown van zes weken. Zijn cijfers waren sterk achteruitgegaan nadat hij wekenlang had geprobeerd lessen te volgen op een smartphone met gebrekkig internet in het overvolle huis van zijn grootouders. "Na maanden loop ik nog altijd achter. Het is erg demotiverend."
...

Eind september keerde de vijftienjarige Tashi uit een plattelandsdorp met minder dan honderd inwoners in het zuidoosten van Tibet terug naar school, na een lockdown van zes weken. Zijn cijfers waren sterk achteruitgegaan nadat hij wekenlang had geprobeerd lessen te volgen op een smartphone met gebrekkig internet in het overvolle huis van zijn grootouders. "Na maanden loop ik nog altijd achter. Het is erg demotiverend." Tashi is een van de honderden miljoenen kinderen van China's covidgeneratie, van wie het leven getekend is door opsluiting onder het zero-covidbeleid in China. In december maakte de regering evenwel een verbazingwekkende bocht. De meedogenloze lockdowns, massale tests en quarantaines, en het elektronische traceren van contacten verdwenen snel, onder meer na de spontane protesten. Een andere, verzwegen aspect is de manier waarop het zero-covidbeleid de al grote sociale ongelijkheid in China heeft verscherpt, vooral tussen stedelingen en plattelandsbewoners, een van de belangrijkste politieke breuklijnen in de samenleving. "Het zero-covidbeleid heeft de armen meer getroffen dan de rijken", zegt Diana Fu van de denktank van het Brookings Institution. Voor de pandemie was de onderwijskloof tussen de rijken in de steden en de armen op het platteland aan het verkleinen, dankzij enorme overheidsinvesteringen in scholen in plattelandsgebieden en fiscale hervormingen om de lonen van leraren te betalen uit de kas van de centrale overheid in plaats van uit de overbelaste lokale rekeningen. Begin 2020, toen het coronavirus in de centrale Chinese stad Wuhan losbarstte, haastte Peking zich om de netwerkconnectiviteit uit te breiden naar plattelandsgebieden, om ervoor te zorgen dat scholen in het hele land online konden gaan. Ondanks die inspanningen is de basiskennis van de leerlingen achteruitgegaan. "Het internetaanbod was er veelal wel in landelijke gebieden, maar de kwaliteit van de verbinding was niet geweldig, en veel kinderen in landelijke gebieden hadden geen exclusieve toegang tot een mobiel of een laptop", zegt Terry Sircular, een econoom en expert in sociale ongelijkheid aan de Universiteit van Western Ontario. Researchers van het Instituut voor Economisch en Sociaal Onderzoek van de Jinan-universiteit in het zuidoosten van China concludeerden na de eerste lockdown in 2020 dat de leerkloof tussen studenten met ouders die een universitaire opleiding hebben genoten en studenten met ouders die enkel lager onderwijs hebben gekregen, sinds de pandemie groter is geworden. Die laatsten hadden door de reisbeperkingen vaak veel minder tot geen contact met hun ouders, die veelal in de steden werken, terwijl de kinderen bij hun grootouders blijven. Deskundigen zeggen dat dat de hindernissen voor arme kinderen tijdens de pandemie heeft vergroot en de kansen van studenten om een plaats te bemachtigen aan een van China's topuniversiteiten in gevaar brengt, een tegenslag met mogelijk levenslange gevolgen. In het geval van Tashi waren er thuis drie elektronische apparaten voor vier kinderen: een laptop en twee mobiele telefoons. Een van hen moest 's nachts de opname bekijken. Tashi moest ook de jongere kinderen bijles geven. "Ik kon mijn studie en de zorg voor mijn broers en zussen niet aan. Ik voel me zo zwak dat ik de pandemie als excuus gebruik. Maar na de lockdown heb ik het gevoel dat mijn studie en leven in het slop zijn geraakt", zegt hij. "Natuurlijk hoopte ik een fatsoenlijke baan te vinden door te studeren", voegt Tashi eraan toe, die van zijn moedertaal Tibetaans overschakelt op Mandarijns om dat te benadrukken: "Maar na de opsluiting voelde ik dat er geen hoop meer was voor mijn opleiding. Als ik klaar ben met de middelbare school, ga ik werken." De problemen van China's covidgeneratie zullen ook langetermijngevolgen hebben voor de Communistische Partij. China's succesvolle armoedebestrijding in de decennia na de dood van Mao Zedong (in veertig jaar zijn 800 miljoen mensen geholpen) heeft lang de legitimiteit van de partij en haar leiders versterkt. De schade aan de covidgeneratie zaait nu evenwel twijfel over de wijsheid van de partij en haar leider. Ondanks de gevaren zijn de frustratie onder jongere Chinezen en het verzet tegen het beleid van Xi de afgelopen maanden steeds duidelijker geworden. De protesten kwamen boven op maanden van vertraagde economische groei in 's werelds op één na grootste economie en acute financiële druk van lokale overheden die moesten betalen voor de draconische handhaving van het beleid. Diana Fu van Brookings zegt dat de erfenis van de protesten veel verder zal gaan dan de ommekeer in het zero-covidbeleid. Zij meent dat deze periode een keerpunt zal zijn voor een generatie die zich de democratische beweging van Tiananmen van 1989 niet herinnert of er geen weet van heeft. "Voor de protesten hadden de Chinese burgers zich grotendeels geconformeerd aan het zero-covidbeleid. De protesten lieten echter zien dat niet alle Chinezen doetjes zijn. Sommigen durven voor het eerst hun mening te uiten." De recente onlinediscussie in China ging steeds meer over het gebrek aan voorbereiding van de regering op de grote bocht in het zero-covidbeleid. Maar al wekenlang woeden er ook discussies met een scherpere politieke ondertoon. Yu Jie, een China-expert van de denktank Chatham House, merkt op dat het land sinds het chaotische bewind van Mao niet meer zo'n scherpe generatiekloof heeft gekend. Ze voegt eraan toe dat er ook een gevoel van uitputting heerst onder een groot deel van de Chinese middenklasse, waardoor de hoop op een economisch herstel op basis van de inhaalvraag van de consument vervliegt. "We gaan een zeer lange fase van stagnatie van de Chinese economie tegemoet. Voor mij is dat de grootste onzekerheid", aldus Yu, die eraan toevoegt dat de resulterende ongelijkheid "erg dickensiaans" lijkt. Fu zegt dat het zero-covidbeleid uiteindelijk een fundamentele pijler van de legitimiteit van de Communistische Partij op het spel heeft gezet: "Het sociale contract van de partij met 1,4 miljard mensen houdt in dat ze voorziet in behoeften als banen, huisvesting, voedsel en veiligheid in ruil voor de steun van het volk voor haar bewind en de aanvaarding van de beperkingen van politieke rechten", zegt zij. "In de mate dat die sociale basisrechten tijdens de pandemie zijn weggenomen, is dat een legitimiteitsprobleem voor Peking."