Economen krabben zich al enkele jaren achter de oren. Waarom blijft de wereldeconomie in topvorm, hoewel de groei fundamenteel scheef zit? Zo was de VS de jongste jaren dé motor van de groei, maar speelde die rol op basis van krediet dat goedkoop werd toegestopt door de groeilanden en de olie-exporterende landen. Waarom blijft dat mooie liedje wél lang duren?
...

Economen krabben zich al enkele jaren achter de oren. Waarom blijft de wereldeconomie in topvorm, hoewel de groei fundamenteel scheef zit? Zo was de VS de jongste jaren dé motor van de groei, maar speelde die rol op basis van krediet dat goedkoop werd toegestopt door de groeilanden en de olie-exporterende landen. Waarom blijft dat mooie liedje wél lang duren? Ricardo Caballero, professor Economie aan het MIT, komt met een originele verklaring. "Er is op wereldschaal een tekort aan aandelen, obligaties of andere beleggingstitels. Deze schaarste doet de puzzelstukken op hun plaats vallen," schrijft Caballero (*). Zo is het volgens hem niet toevallig dat het land met de diepste en meest liquide financiële markt, Amerika, ook het land is met het hoogste tekort op de handelsbalans. De VS geeft gewoon het geld uit dat met miljarden dollars tegelijk binnenstroomt uit de groeilanden. Ze willen een deel van de spaarcenten vooral in de VS beleggen, en ze moeten dat zelfs doen bij gebrek aan activa op de eigen markten. Daarom stapelt bijvoorbeeld de Chinese centrale bank de dollarreserves op. Eigenlijk belegt ze het spaargeld van de Chinese burgers in Amerikaanse overheidsobligaties, want de Chinezen mogen zelf nog altijd niet zomaar in het buitenland beleggen en hebben te weinig alternatieven op de Chinese markt. Het tekort aan wereldwijde activa blaast ook zeepbellen op de financiële markten. Meer nog, deze bubbels horen er gewoon bij en zijn een noodzakelijk kwaad in de wereldeconomie van vandaag, zegt Caballero. De zeepbellen brengen vraag en aanbod in evenwicht op de financiële markten door de waarde van de bestaande financiële activa te verhogen. Zeepbellen zijn een logische marktreactie om de beleggingshonger van de wereld te kunnen stillen. De forse prijsstijgingen op de grondstoffenmarkten en de vastgoedhausse in diverse landen zijn daarvan de jongste voorbeelden. Caballero verklaart op die manier ook de structurele daling van de langetermijnrente de jongste jaren. Een dalende rente verhoogt de waarde van bestaande activa - aandelen, obligaties, huizen - en is dus opnieuw een marktreactie om het tekort aan beleggingsmogelijkheden op te lossen. Uw huis stijgt dus in waarde omdat China er een deel van zijn spaargeld in wil beleggen. De centrale banken moeten daarom het hoofd koel houden als ze een beurs- of vastgoedzeepbel denken te ontwaren. Deze bellen doorprikken, zou averechts werken, waarschuwt Caballero. De prijsstijgingen van financiële activa zijn noodzakelijk om de globale vraag naar goederen en diensten op een voldoende hoog peil te houden. Want stijgen de prijzen niet, dan is er maar één andere manier om het tekort aan verhandelbare activa op te vullen: deflatie. Alleen dalende prijzen van goederen en diensten kunnen dan de koopkracht en dus de waarde van de bestaande activa verhogen. Maar deflatie is verstikkend voor de economie en moet absoluut vermeden worden. In 2001 loerde dat deflatiegevaar om de hoek na de globale beursinzinking. Heeft Caballero het bij het rechte eind, dan reageerde Alan Greenspan toen bijzonder alert door de beurzen te stutten met een agressieve renteverlaging. Het adviesbureau McKinsey maakte onlangs nog een schatting van de omvang van de globale financiële markt. McKinsey kwam voor 2005 uit op 140 biljoen dollar aan verhandelbare activa, of drie keer het bbp van de wereldeconomie (zie grafiek). Tegen 2010 zou de globale financiële markt zelfs 214 biljoen dollar wegen. Mogelijk is dat dus niet genoeg. Het tekort aan verhandelbare activa begon eigenlijk al begin jaren negentig, toen de Japanse beurs kelderde. Niet toevallig begon daarna het tekort op de lopende rekening van de VS toe te nemen. De schaarste aan activa werd nadien verder aangedikt door de zwakke economische groei in Europa, de crisissen in de groeilanden eind jaren negentig en de beursinzinking van begin deze eeuw. Intussen stijgt in de groeilanden de vraag naar financiële activa snel, maar zij produceren zelf nog te weinig van deze activa omdat hun financiële systeem nog onvoldoende ontwikkeld is. Ze beleggen heel wat van hun spaargeld daarom nog altijd in hoofdzaak in de VS. De ontwikkeling van de financiële markten in de groeilanden is dus de sleutel om de wereldeconomie evenwichtiger te maken. (*) On the Macroeconomics of Asset Shortages, Ricardo J. Caballero, MIT en NBER, 2006Daan Killemaes