Mensen zijn bang van vernieuwing en technologie. Dat was ooit anders: zonder de politieke durf van de jaren zestig was de Antwerpse chemiecluster ondenkbaar. Maar die bundel metaal en neonlichtjes staat er nu en biedt werk aan tienduizenden Vlamingen. Dank u wel, roekeloze politici van toen. En toch beseft BASF-topman Antoon Dieusaert dat de tijden veranderen (zie Interview, blz. 32). Vandaag liggen de kaarten helemaal anders en zitten er bewindslui met weinig industriële visie op ministerstoeltjes. Maar ook intern neemt de druk in het reactorvat toe. Bij buren Degussa en ...

Mensen zijn bang van vernieuwing en technologie. Dat was ooit anders: zonder de politieke durf van de jaren zestig was de Antwerpse chemiecluster ondenkbaar. Maar die bundel metaal en neonlichtjes staat er nu en biedt werk aan tienduizenden Vlamingen. Dank u wel, roekeloze politici van toen. En toch beseft BASF-topman Antoon Dieusaert dat de tijden veranderen (zie Interview, blz. 32). Vandaag liggen de kaarten helemaal anders en zitten er bewindslui met weinig industriële visie op ministerstoeltjes. Maar ook intern neemt de druk in het reactorvat toe. Bij buren Degussa en Bayer voelen ze dat nog duidelijker. Het nieuwe Bayer-boegbeeld René De Cleyn zette daarom vorige week in een gesprek met de Gazet van Antwerpen de deur voor zijn vakbondsmensen verder open dan ooit. Samenhorigheid is het enige antwoord dat de eilandbewoners uit de Antwerpse chemodokken nog kunnen bedenken. Het imago van de industrie zit tegen. Zwaar tegen. Wat schaars is, wil iedereen. Groene weiden met koetjes zijn schaars in onze contreien. De ultieme droom is vandaag een leven zonder afval en zonder vuile handen, hyperclean en op dieet omdat verouderen en vervuilen niet meer van deze verstedelijkte wereld is. Industrie past niet in dat soort postmoderne waanbeelden. Alleen: zonder chemie geen cosmetica, zonder cosmetica geen facelifts. En zonder facelifts zouden lifestyle en mode een pak minder interessant zijn voor het grote publiek. Maar probeer dat als politicus maar eens te verkopen. Wat niet het juiste imago heeft, vindt bij onze politici geen gehoor meer. Patrick Janssens ( SP.A) - de toekomstige burgemeester van de havenstad - draagt een t-shirt en een colbertje. Weg van het traditioneel stijve imago met das en jas. Los, jong en sympathiek is het devies. Maar vooral ook vlotjes en intellectueel correct. Antwerpen, en bij extensie Vlaanderen, probeert heel hard trendy te zijn. Artistiek trendy, maar zonder risico. De halfzachte burgerlijkheid haalt het van de ware pioniersgeest. Vandaag profileert Antwerpen zich niet meer als stad die met chemie en havenactiviteiten in de kijker loopt. Het zet liever de schijnwerpers op zijn modejongens, zijn theaterhuizen en musicalpodia. Antwerpen is winkelstad, eetstad enzovoort, maar niet meteen de thuishaven voor die vervuilende schepen, stinkende chemie en bloeddiamanten. Dat de industrie in die haven nog steeds zorgt voor het brood van 30.000 mensen en een jaarlijkse toegevoegde waarde van 4,35 miljoen euro doet niets ter zake. De helden van deze tijd zijn entertainer, acteur, modekoning of muzikale filmregisseur. Als antwoord op globalisering en automatisering was de switch van een producteconomie naar een dienstenstelsel ideaal. Recente studies tonen echter aan dat financiëledienstenscentra en belcentra steeds vaker verhuizen naar het oosten. De dienstenindustrie is dus ook conjunctuurgevoelig. Met andere woorden: als Kyoto ondoordacht wordt ingevoerd, als er voor de hoge belasting op shiftvergoeding geen oplossing komt, als de chemiebonzen steeds minder gehoor vinden bij het beleid omdat ze het verkeerde imago hebben, dan zou die berg staal en neon op de Antwerpse rechteroever wel eens voortijdig kunnen gaan roesten. Tenzij ze een keertje langsgaan bij Dries Van Noten, misschien. Roeland Byl