De veelzeggende mond van Guy Verhofstadt en een lege tekstballon in de vorm van een nachtvliegtuig. Treffender kon huistekenaar Karl de malaise in de federale regering niet vatten (zie blz. 237). Een premier zonder beleidsverklaring is als een keizer zonder kleren. Prestige zonder inhoud. Gespierde verklaringen en hoogdravende beleidsambities, dat wel, maar weinig of geen impact op de scharniermomenten van deze tijd.
...

De veelzeggende mond van Guy Verhofstadt en een lege tekstballon in de vorm van een nachtvliegtuig. Treffender kon huistekenaar Karl de malaise in de federale regering niet vatten (zie blz. 237). Een premier zonder beleidsverklaring is als een keizer zonder kleren. Prestige zonder inhoud. Gespierde verklaringen en hoogdravende beleidsambities, dat wel, maar weinig of geen impact op de scharniermomenten van deze tijd. Welke zijn dat? In een groot deel van onze maatschappij is de motivatie om welvaart te creëren aan het verdwijnen, zegt Herman Daems, voorzitter van de Gimv, in de rubriek Zakenkabinet. En hij stelt zich de vraag: "Ligt hier het echte gevaar van de vergrijzing?" (blz. 235). Achter de bijwijlen absurde marathongesprekken en Wetstraat-perikelen over DHL en Zaventem, gaat inderdaad een fundamentelere problematiek schuil. In de logica van onze rijke, zelfgenoegzame samenleving gaan we er namelijk van uit dat we de luxe hebben om te kiezen in beide dossiers: we kunnen opteren voor een beetje meer of een beetje minder werk, rekening gehouden met persoonlijk comfort, welzijn en welbehagen. En in beide gevallen zal - zo denken we - de groei van de economie onze welvaart wel bestendigen. Maar hebben we die keuze wel? In diezelfde zin denken we dat meer Vlaamse economische zelfstandigheid het financieringsprobleem van de sociale zekerheid zal oplossen. "Hier met ons geld en laat ons ermee doen wat we willen," zo luidt de slogan. Dat leidt veeleer tot een averechts effect aan de andere kant van de taalgrens en een extreme koudwatervrees op federaal niveau om diepgaande hervormingen door te voeren. "We moeten af van die infantiele discussie tussen de voor- en tegenstanders van de splitsing van de sociale zekerheid," bepleit Bea Cantillon. "In het denkkader van 'we splitsen en daarmee basta' verliezen we uit het oog dat er ook nog een algemeen belang is" (blz. 38). En meteen koppelt ze daaraan de noodzaak van een daadkrachtig federaal beleid. Met andere woorden, een regering die niet in het defensief gaat wanneer een verdere federalisering ter sprake komt. En die over de instrumenten beschikt om de ploeg van Yves Leterme ( CD&V) te belonen als hij in de ziekteverzekering bespaart, of collega Jean-Claude Van Cauwenberghe ( PS) op de vingers te tikken als hij laks omspringt met de controle en begeleiding van werklozen. Zo niet is die regering gedoemd te verworden tot een federale bloempot. Precies in dat bedje is Verhofstadt II ernstig ziek (bij het ter perse gaan leverde die ploeg nog steeds een gevecht op leven en dood omtrent het DHL-dossier). Een politieke realiteit die maakt dat een federale beleidsploeg gegijzeld wordt door 'oppositiepartijen' zoals CDH en Ecolo (die in de Brusselse gewestregering zetelen en daar hun veto uitspreken), zuigt elke daadkracht en autoriteit uit het centrale niveau. Ook in andere kneldossiers, zoals Brussel-Halle-Vilvoorde en de begroting voor 2005, ligt gelijkaardige communautaire splijtstof als een tijdbom onder het regeringsoverleg. Om het in de surrealistische visie van Magritte te zeggen: ceci n'est pas un gouvernement. We spraken tot nu toe wel van 'de regering-Verhofstadt', maar het is al lang geen regering meer. En het is zeer de vraag of de manier waarop het DHL-probleem is aangepakt, ons zal doen inzien dat onze welvaart niet vanzelfsprekend meer is en dat economische groei de enige hefboom vormt die ons nog rest om onze welvaart te bestendigen. Piet DepuydtWe spraken tot nu toe wel van 'de regering-Verhofstadt', maar de ploeg van Guy Verhofstadt is al lang geen regering meer.