Brouwerij Haacht is in veel opzichten een buitenbeentje. Ze is de kleinste van de grote pilsbrouwers in eigen land. De consolidatiegolf in de biersector liet ze aan zich voorbijgaan. En aan het roer staat de oudste en langst zittende CEO van een beursgenoteerde onderneming, die liever niet werd gefotografeerd: jonkheer Frédéric van der Kelen.
...

Brouwerij Haacht is in veel opzichten een buitenbeentje. Ze is de kleinste van de grote pilsbrouwers in eigen land. De consolidatiegolf in de biersector liet ze aan zich voorbijgaan. En aan het roer staat de oudste en langst zittende CEO van een beursgenoteerde onderneming, die liever niet werd gefotografeerd: jonkheer Frédéric van der Kelen. FRÉDÉRIC VAN DER KELEN. "Nooit. Haacht is Haacht. Haacht is niet AB InBev, Heineken of zelfs niet Duvel-Moortgat. Er is maar één brouwerij zoals de onze. "Mijn grootvader langs moederskant begon in 1898 te brouwen. Maar hij was niet de eigenaar. Er waren 750 aandelen, waarvan hij er één had. In 1906 ging het bedrijf naar de beurs. Daar kocht hij aandelen bij. Toen hij in 1928 stierf, had hij 15 procent in handen. Mijn vader kocht ook aandelen bij op de beurs. Maar hij had te weinig geld. Rond 1950 trok hij naar de Generale Bank voor een lening. Pas in 2000 hebben we die volledig afbetaald. Maar ondertussen hebben we wel 85 procent van de aandelen in handen." VAN DER KELEN. "Ik was 35 toen ik in 1968 gedelegeerd bestuurder werd, nadat mijn vader was overleden. Nog geen maand later, in januari 1969, kwam er al een overnamebod van één miljard frank (25 miljoen euro). Onze familie had toen een kwart van de aandelen. We hadden uitzicht op 250 miljoen frank, minus de schulden nog 210 miljoen frank. Mijn broer en ik zouden dus elk 105 miljoen Belgische frank opstrijken. Niet te vergelijken met wat de brouwerij vandaag waard is: onze beurswaarde bedraagt ruim 200 miljoen euro. Mijn broer wou verkopen. Maar ik zei: 'Nee Marc, laat ons vechten en doorgaan'." VAN DER KELEN. "De jongste tien jaar niet meer. Maar allemaal waren ze hier: AB InBev, Heineken, Kronenbourg, Oetker uit Duitsland. Ik heb altijd geweigerd. Wij bleven vechten. Er zijn nog mensen met idealen. We kozen voor de strijd in plaats van de verkoop. "Kijk naar de dommeriken van Bosteels. De brouwer van Karmeliet en Kwak verkoopt aan AB InBev. Zie ze daar pronken op de foto's, met een glas. 'Wij hebben verkocht voor 200 miljoen euro'. Shame on you! Verschrikkelijk! "Jan Toye verkocht Brouwerij Palm, de zaak van zijn nonkel Alfred Van Roy, aan de Nederlanders van Bavaria. Van Roy heeft die brouwerij groot gemaakt. Jan Toye investeert nu in de fietsen van Eddy Merckx. Waarom gebruikte hij zijn geld niet voor investeringen in de brouwerij? Bavaria is twintig jaar geleden ook bij mij geweest. Hoe durft hij zich te laten overnemen! Mocht ik mijn brouwerij verkopen - wat nooit zal gebeuren - dan vertrek ik onmiddellijk naar Honolulu." VAN DER KELEN. "Awel? Je zou me proficiat moeten wensen. Oké, ik ben de oudste. Ik beslis daarover niet. God zal daarover beslissen. Ik ben mentaal nog zo goed of zo slecht als 47 jaar geleden. Ik ben al mijn uren hier, op eten en slapen na. Ik heb nog maar één hobby, één bezigheid: de brouwerij. Ik ben een boom, ik maak deel uit van de brouwerij." VAN DER KELEN. "De vierde generatie staat mee aan het roer. Ik ben niet de baas die alleen beslist in zijn bureau. Mijn deur staat open, men komt bij mij binnen en buiten. Normaal gezien volgt mijn zoon Boudewijn (47) me op. Een topkerel, hij doet de relaties met de winkelketens en de marketing. Maar op zijn naamkaartje staat niet '...en opvolger van de baas'. Mijn andere zoon, Patrick (55), is de informaticadirecteur. Ook mijn neef werkt hier, François Monfils. Een zeer goede jurist. Hij is top in administratie en juridische zaken. Dat is dus ideaal, ze hebben alledrie hun specialiteit." VAN DER KELEN. "Vergelijk ons toch niet met AB InBev. We hebben zogezegd de grote consolidatiegolf gemist. De waarheid is dat we niet wilden meedoen. Anders was onze brouwerij al lang verdwenen en liepen er op ons bedrijventerrein weer koeien, zoals in 1898. Alsjeblieft! AB InBev is niet meer Belgisch. De Belgische aandeelhouders hebben een minderheid. Hoeveel procent van de aandelen heeft Philippe de Spoelberch, mijn goede vriend die hier twee kilometer verderop woont? Misschien één procent? Wel, onze familie heeft 85 procent van de aandelen." VAN DER KELEN. "Waarom zouden we moeten groeien? We hebben een goed productieapparaat en een moderne brouwerij. We werden steviger, we hebben veel liquide middelen, zijn schuldenvrij, en dat in een zeer competitieve markt. In 2014 won ons abdijbier Tongerlo Blond de prijs van het beste bier van de wereld. En dat terwijl de twee grootste brouwers van de wereld in eigen land in onze rug zitten. Denkt u dat die positie gemakkelijk is?" VAN DER KELEN. "Dat doen we, maar op ons gemak. We zullen geen brouwerij kopen in de Verenigde Staten. Maar we hebben wel geld geleend aan onze invoerder in Tokio, zodat hij daar enkele horecapanden kan kopen. Maar wij gaan zelf geen eigendommen kopen in Tokio. In China hebben we klanten. We kregen onlangs enkele Chinezen van het conglomeraat Cosco over de vloer. Ze wilden al onze bieren proeven. Aan het einde van het bezoek waren er twee zo dronken dat we hen buiten hebben moeten dragen. Cosco wil onze bieren eventueel invoeren. Maar China is onze hoofdbekommernis niet. Dat is België, Nederland en Frankrijk. In Frankrijk hebben we een verkoopkantoor in Lille, en we openen er eentje in Bordeaux. Daar gaat het dus goed, vooral met onze speciale bieren. Tongerlo Blond verkoopt heel goed in Frankrijk, Keizer Karel ook." VAN DER KELEN. "Maar nee, het is nooit hopeloos. Het is nooit te laat in het leven om iets te doen. Laat AB InBev maar groeien, de wereld rond. Wil het Coca-Cola of PepsiCo kopen? Hoe groter het wordt, hoe beter voor ons. Wij zijn zeer klein. Carlos Brito, CEO van AB InBev, weet niet eens dat wij bestaan." VAN DER KELEN. "Het is een heel kleine overname, een brouwerij met een jaarproductie van 3000 hectoliter. Vijf jaar geleden kreeg ik bezoek van Glunz, een grote bierinvoerder in de Verenigde Staten. Maar Glunz importeert alle bieren van de wereld. Ik vond dat niet zo interessant. "Canada vind ik wel interessant. In twee jaar gingen we er acht keer op bezoek. We wilden vooral onze eigen bieren, en dan zeker Tongerlo, ginds verkopen in het winkelsegment. Niet in de horeca. We hebben er nu een verkoopkantoor. En we vernieuwen en vergroten de gekochte brouwerij." VAN DER KELEN. "Dat zeggen we niet. Massaal volumes verkopen is onze hoofdbekommernis niet. Wij willen vooral een familiebedrijf blijven. We geven werk aan 300 gezinnen in onze streek. Menselijk, met een goede mentaliteit en correct met de klanten. We zijn de enige nationale brouwer die gratis een tapcursus van drie dagen geeft. Daar komen elk jaar 400 tot 500 mensen op af. We reinigen bovendien gratis de bierleidingen in horecazaken. Daarnaast hebben we dertien mensen, binnenhuisarchitecten en designers, voor een gratis inrichting van de cafés." VAN DER KELEN. "Het is een vechtpartij tussen AB InBev, Alken-Maes (Heineken) en wij. Wie klanten wil krijgen, moet almaar hogere kortingen geven. En de mentaliteit is veranderd. Vroeger dronken consumenten een glas bier aan de toog, met een sigaret in de hand. Dat is gedaan. Maar goed ook, te veel drinken is niet goed. Wij zijn voorstander van drinken met mate. "Het is beter zo. De mentaliteit is veranderd. Alcoholcontroles, gezondheid, ... Al die elementen hebben een overdreven bierconsumptie getemperd. We leven nu eenmaal in 2016. Wij hebben uiteraard plannen, tot circa 2025. Maar die strategie maken we niet bekend." Wolfgang Riepl"Kijk naar de dommeriken van Bosteels, die verkopen aan AB Inbev. Zie ze daar pronken op de foto's, met een glas. Shame on you! Verschrikkelijk!" "Waarom zouden we moeten groeien? We werden steviger, we hebben veel liquide middelen, zijn schuldenvrij, en dat in een zeer competitieve markt"