In het regeerakkoord van de regering-Di Rupo staat te lezen dat de aftrek voor risicokapitaal twee belangrijke wijzigingen ondergaat: ten eerste een plafonnering van het tarief en ten tweede de afschaffing van de overdraagbaarheid van de aftrek.
...

In het regeerakkoord van de regering-Di Rupo staat te lezen dat de aftrek voor risicokapitaal twee belangrijke wijzigingen ondergaat: ten eerste een plafonnering van het tarief en ten tweede de afschaffing van de overdraagbaarheid van de aftrek. Pro memorie: de aftrek voor risicokapitaal - ook notionele intrest genoemd - houdt in dat vennootschappen hun belastbare winst jaarlijks mogen verminderen met een bepaald percentage van hun gecorrigeerde eigen vermogen. Zonder ingrijpen van de wetgever was dat percentage voor het aanslagjaar 2013 gelijk geweest aan 4,191 procent. Maar ingevolge het regeerakkoord heeft de wetgever eind vorig jaar beslist dat het percentage nooit hoger kan zijn dan 3 procent. Die aftopping heeft tot gevolg dat het percentage voor het aanslagjaar 2013 zakt van 4,191 naar 3 procent. Wel blijft de regel bestaan dat kmo-vennootschappen recht hebben op een verhoging met een half procentpunt. Zij hebben voor het aanslagjaar 2013 dus recht op een percentage van 3,5 procent. De afschaffing van de overdraagbaarheid staat op haar beurt te lezen in een wetsontwerp dat weldra bij het parlement wordt ingediend. In de bestaande regeling wordt de aftrek die bij gebrek aan voldoende winst niet kan worden genoten, achtereenvolgens overgedragen worden op de winst van de zeven volgende belastbare tijdperken. De mogelijkheid om de aftrek over te dragen is dus niet onbeperkt. Na het verstrijken van het belastbaar tijdperk, heeft men slechts zeven kansen om de aftrek alsnog toe te passen. Wat dan nog niet afgetrokken is, gaat verloren. Maar de manier waarop de aftrek in de praktijk wordt toegepast, zorgt voor enige soepelheid. Stel dat voor het jaar (1 + 7) de fiscale winst 100 bedraagt; dat de aftrek voor risicokapitaal voor dat jaar ook 100 bedraagt, en dat er nog 80 overgedragen aftrek voorhanden is die dateert van jaar (1). Als de winst dan eerst verminderd wordt met de aftrek van datzelfde jaar (100), dan is er geen winst meer over om de overgedragen aftrek (80) in rekening te brengen, en gaat deze overgedragen aftrek verloren. In de praktijk is het evenwel toegestaan eerst de overgedragen aftrek (80) in rekening te brengen, en pas daarna de aftrek van het jaar zelf (100). Van die laatste aftrek kan in het voorbeeld slechts 20 effectief in rekening worden gebracht (de fiscale winst van 100 is al opgesoupeerd met 80 overgedragen aftrek); maar het saldo is dan weer overdraagbaar naar de volgende zeven jaar. Onder die overdraagbaarheid wordt nu een streep getrokken. Met ingang van het aanslagjaar 2013 kan de aftrek voor risicokapitaal niet meer overgedragen worden. Wat bij gebrek aan voldoende winst niet afgetrokken kan worden, gaat verloren. Voor de opgepotte overgedragen aftrekken van het verleden (de stock) wordt wel in een overgangsregeling voorzien. De stock kan - binnen de gestelde limiet van zeven jaar - nog voort afgetrokken en overgedragen worden. Het wetsontwerp voorziet in dit verband wel in twee bijzondere modaliteiten. Ten eerste zal de stock pas helemaal op het laatst op het toneel verschijnen, nadat alle andere aftrekposten, inclusief de aftrek voor risicokapitaal van het jaar zelf, in aftrek zijn gebracht. Dat is overigens niet nadelig. Stel dat de winst 100 bedraagt, de stock 80 en de notionele-intrestaftrek van het jaar zelf 70. Als men - zoals het wetsontwerp wil - eerst die 70 in rekening brengt, blijft er 30 over waarmee de stock verrekend kan worden; van de stock van 80 blijft dan 50 over die verder overgedragen kan worden. Als men eerst de stock van 80 zou verrekenen, zou er slechts 20 overblijven om de notionele-interestaftrek van het jaar zelf te dekken, en zou het saldo (70 - 20 = 50) in de nieuwe regeling reddeloos verloren gaan. Een tweede modaliteit is dan weer nadelig. Zij houdt in dat de stock per jaar, op een eerste schijf van 1 miljoen euro na, slechts ten belope van 60 procent in aftrek kan worden gebracht. Daarmee wordt de aftrek gespreid in de tijd. Zalf op de wonde is dat hetgeen onder invloed van deze 60 procentregeling niet binnen de zeven jaar in aftrek kan worden gebracht, ook nog nadien afgetrokken zal kunnen worden. De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog. www.fiscoloog.be De aftrek voor risicokapitaal is voortaan geplafonneerd op 3 procent.