Wie de ferry neemt van Hongkong naar Shenzhen en tegelijk naar een van de regio's die China tot het atelier van de wereld maakt, wordt begroet door een enorm aanplakbord met de boodschap 'Time is money, efficiency is life'.
...

Wie de ferry neemt van Hongkong naar Shenzhen en tegelijk naar een van de regio's die China tot het atelier van de wereld maakt, wordt begroet door een enorm aanplakbord met de boodschap 'Time is money, efficiency is life'. China is 's werelds grootste industriële macht. Zijn productie van televisies, smartphones, staalbuizen, enzovoort overtrof in 2010 die van de Verenigde Staten. China staat tegenwoordig voor een vijfde van de wereldwijde industriële output. Zijn fabrieken hebben zo veel en zo goedkoop geproduceerd dat ze de inflatie bij vele van de handelspartners afgeremd hebben. Maar aan dat tijdperk lijkt nu een einde te komen. De kosten stijgen pijlsnel, te beginnen in de industriële kustprovincies. De stijging van de grondprijzen, milieu- en veiligheidsreglementen en belastingen spelen allemaal een rol, maar de grootste factor is ontegensprekelijk arbeid. "Het is niet meer zo goedkoop als vroeger", klaagt Dale Weathington van Kolcraft, een Amerikaanse firma die in Zuid-China kinderwagens produceert. De loonkosten zijn in de voorbije vier jaar met 20 procent per jaar gestegen." De Chinese kustprovincies verliezen ook hun aanzuigkracht. Migranten uit het binnenland keren minder vaak terug na hun traditionele bezoek aan thuis rond de periode van het Chinese Nieuwjaar. Joerg Wuttke, een doorgewinterde industrieel bij de kamer van koophandel van de EU in China, voorspelt dat de productiekosten in China tegen 2020 kunnen verdubbelen en zelfs verdrievoudigen. De consultant AlixPartners maakte berekende dat als de Chinese munt en transportkosten jaarlijks met 5 procent zouden toenemen en de lonen met 30, dan zou het tegen 2015 evenveel kosten om dingen in Noord-Amerika te maken als om ze in China te produceren en naar de VS te vervoeren (zie grafiek). Als het goedkope China wegdeemstert, wie komt er dan in de plaats? Zullen fabrieken dan verhuizen naar armere landen met goedkopere arbeidskrachten? Dat wordt algemeen aangenomen, maar het is een verkeerde veronderstelling. De arbeidskosten liggen in andere landen vaak 30 procent lager, maar doorgaans doen andere problemen dat voordeel teniet, vooral dan het ontbreken van een betrouwbare aanvoerketen. Ondanks de snel stijgende kosten, blijft het Chinese kustgebied enkele sterke punten behouden. Een eerste groot voordeel is dat het dicht bij de boomende Chinese binnenlandse markt ligt. Geen ander land heeft zoveel nieuwe kapitaalkrachtige consumenten die om spullen smeken. Een tweede pluspunt is dat de Chinese productiviteit even snel stijgt als de lonen. De Chinese arbeiders worden meer betaald omdat ze meer produceren. Een derde argument in het voordeel van China is de enorme omvang van het land. De pool van arbeidskrachten is groot en flexibel genoeg om seizoensgebonden industrieën - die bijvoorbeeld kerstversiering of speelgoed produceren - van dienst te zijn, zegt Ivo Naumann van AlixPartners. In een reactie op een plotse opflakkering van de vraag slaagde een Chinese fabriek van iPhones erin 8000 arbeiders om middernacht aan de assemblagelijn te droppen, rapporteerde The New York Times. Zo'n krachttoer is nergens anders mogelijk. Vierde voordeel: de Chinese aanvoerketen is gesofisticeerd en soepel. Ook al bedragen de arbeidskosten om een bepaald product te maken ergens anders maar een kwart van die in China, dan nog maakt de onbetrouwbaarheid of de onbeschikbaarheid van vele onderdelen het oneconomisch om die producten elders dan in China te vervaardigen. Dwight Nordstrom van het industrieel adviesbureau Pacific Resources International denkt dat de Chinese aanvoerketen voor fabrikanten van elektronisch materiaal zo goed is dat er zeker tien tot twintig jaar nodig is om "die juggernaut tot stilstand te brengen". Het is een populaire stelling dat de fabrieken in het Chinese binnenland uiteindelijk de productie-eenheden aan de kust zullen verdringen. De officiële cijfers over de directe buitenlandse investeringen ondersteunen die bewering: sommige provincies in het binnenland, zoals Chongqing, trekken nu al bijna evenveel buitenlands geld aan als Sjanghai. De reden waarom er dit jaar minder economische migranten terugkeren naar de fabrieken aan de kust is dat er een overvloed aan jobs dichter bij huis te vinden is. Lage lonen zijn niet de reden waarom fabrikanten naar het binnenland trekken. De lonen liggen er niet zoveel lager. De grote Chinese telecomfirma Huawei meldt dat de lonen voor ingenieurs met een masterdiploma zelfs geen 10 procent lager zijn in haar vestigingen in het binnenland dan in Shenzhen. Kolcraft overwoog om te verhuizen naar Hubei, maar kwam tot de bevinding dat de totale kosten daar uiteindelijk slechts 5 tot 10 procent lager zouden liggen dan aan de kust. Bovendien brengt een verhuizing naar het binnenland allerlei kosten mee. Nieuwe wetten maken het in plaatsen als Shenzhen bijvoorbeeld duurder om fabrieken te sluiten. Goederen uit het binnenland naar New York vervoeren is vaak duurder dan transport vanuit Sjanghai. Managers en ander hooggeschoold personeel eisen vaak een fikse loonsverhoging om te verhuizen. De firma's die in het binnenland van China investeren, doen dat voornamelijk om de consumenten te bedienen die daar wonen. Nu er zoveel steden in het binnenland een boom beleven, is dat een aanlokkelijke markt. Maar als het gaat over de aanmaak van iPads en smartphones voor de export, blijft het atelier van de wereld wel degelijk gevestigd in de Chinese kustprovincies. Mettertijd zullen andere plaatsen natuurlijk betere wegen aanleggen en havens en aanvoerketens uitbouwen. Uiteindelijk zullen ze de greep die de Chinese kustzone nu nog heeft op de basisindustrie aantasten. Als China wil gedijen, dan moeten zijn fabrikanten zich stroomopwaarts de waardeketen begeven. Enkele Chinese bedrijven zijn daar al mee begonnen. Een bezoek aan de enorme bedrijfscampus van Huawei in Shenzhen is in dat verband leerzaam. De firma werd opgericht door een voormalige militaire officier en kreeg in de loop der jaren hulp van vrienden in de regering, maar tegenwoordig lijkt het bedrijf veeleer op een westerse hightechfirma dan op een staatskolos. De managers zijn topklasse. Het leidinggevend personeel heeft jaren kunnen leren van de tientallen adviseurs die IBM en andere Amerikaanse consultants naar Shenzhen afvaardigden. Het is een uiterst professioneel en indrukwekkend innovatief bedrijf geworden. In 2008 vroeg het meer internationale octrooien aan dan om het even welke andere onderneming. Eerder dit jaar pakte het uit met de dunste en snelste smartphones ter wereld. Het is een teken dat tenminste de Chinese privésector intellectuele eigendomsrechten ernstig begint te nemen. Huawei is in bittere patentdisputen verwikkeld, niet alleen met multinationals maar ook met ZTE, een rivaal van de andere kant van de stad. China heeft nog niet voldoende Huawei's, maar het trekt wel een heleboel schrandere jongelui aan die er best een willen opbouwen. Elk jaar keert een nieuwe golf van zogenaamde 'zeeschildpadden' - Chinezen die in het buitenland gestudeerd of gewerkt hebben - terug naar huis. Velen zijn in contact gekomen met de beste ingenieurs van MIT en Stanford. Velen hebben uit de eerste hand gezien hoe Silicon Valley werkt. Veteranen van Silicon Valley hebben trouwens heel wat van China's meest innovatieve bedrijven opgericht, Baidu bijvoorbeeld. Het tempo van de veranderingen in China is zo opzienbarend geweest dat het nog moeilijk aan te houden valt. De aloude stereotypen van de sweatshops met hun lage lonen zijn intussen al even achterhaald als de maopakken. De volgende fase wordt beslist interessant: China moet innoveren of vertragen. THE ECONOMISTHet tempo van de veranderingen in China is zo opzienbarend geweest dat het nog moeilijk aan te houden valt. Arbeid is in sommige landen veel goedkoper, maar andere problemen doen dat voordeel teniet.