Het heeft, geteld vanaf de eerste federaliseringsronde van 1970, precies 36 jaar geduurd, maar sinds een dag of tien heeft zowel het noorden als het zuiden van dit land zijn eigen businessplan. Het ene heet Vlaanderen in Actie, het andere het Marshallplan.
...

Het heeft, geteld vanaf de eerste federaliseringsronde van 1970, precies 36 jaar geduurd, maar sinds een dag of tien heeft zowel het noorden als het zuiden van dit land zijn eigen businessplan. Het ene heet Vlaanderen in Actie, het andere het Marshallplan. Wellicht is het symptomatisch voor dit land dat er - 176 jaar na de stichting - geen businessplan van de NV België (meer) op tafel ligt. Maar dat maakt een vergelijking van de twee werkstukken niet minder interessant. Ze hebben dezelfde doelstelling: de economie van hun regio verder opkrikken. Maar dan hebben we de grootste gelijkenissen zowat gehad. Zowel de ontstaansgeschiedenis als de inhoud verschillen grondig. In het noorden van het land werd er al maanden gefluisterd over een businessplan dat de ambitie had een nieuwe Dirv-actie te worden, naar de Derde Industriële Revolutie Vlaanderen waarmee Gaston Geens en Kris Rogiers begin jaren tachtig een nieuwe economische dynamiek tot stand wisten te brengen. Bij de bekendmaking, tien dagen geleden, werd Vlaanderen in Actie door Waals minister-president Elio Di Rupo op applaus onthaald. In Wallonië was het (toen nog PS-voorzitter) Di Rupo die op 11 juni vorig jaar, in een interview met de krant l'Echo, een beetje en stoemelings verklaarde dat zijn gewest een heus Marshallplan nodig had. Prompt kreeg hij de Vlaamse politici over zich heen, die stelden dat er geen sprake van kon zijn dat er nog extra Vlaams of federaal geld naar Wallonië zou vloeien. Het uiteindelijke werkstuk leidde boven de taalgrens vooral tot een reactie van: "Goed hoor, maar waarom zou dit plan wél werken?" Ook inhoudelijk kan je beide plannen nauwelijks met elkaar vergelijken. Toen het Marshallplan op 30 augustus werd gepresenteerd door toenmalig minister-president Jean-Claude Van Cauwenberghe (PS), besloeg het 33 bladzijden. Budget: 1,4 miljard euro over vier jaar, waarvan 872 miljoen voor het stimuleren van de economische activiteit, 92,5 miljoen voor de verlaging van de fiscale druk en 280 miljoen voor voorlopig vier en mogelijk vijf concurrentiepolen, die intussen 27 concrete projecten hebben aangeduid die overheidssteun krijgen (zie het interview met Luc Vansteenkiste en Patrice Thys, blz. 24). Vlaanderen in Actie is een turf van 150 bladzijden. Er zijn zes uitdagingen, waarvan er twee (meer internationalisering en duurzaamheid) verweven zitten in de vier andere: menselijk kapitaal, creativiteit en innovatie, logistiek en de slagkracht van de Vlaamse overheid. Daaronder vallen dertig projecten, die op hun beurt zijn onderverdeeld in thematische acties. Daarvan moeten er nog heel wat worden geconcretiseerd, maar de meeste waren al wel bekend. Een sociaaleconomisch forum met 150 captains of society moet de projecten opvolgen en eventueel nieuwe voorstellen formuleren. De budgettaire impact van het geheel moet nog precies worden becijferd. Het plan straalt degelijkheid uit, maar de vergelijking met een tussentijdse regeringsverklaring is niet echt vergezocht. Veel heeft natuurlijk te maken met de startpositie van beide regio's. Terwijl Leterme Vlaanderen op een aantal vlakken bij de topregio's in Europa mag rekenen, kon Di Rupo enkel vaststellen dat het Toekomstplan gefaald had, en dat noch de jaarlijkse transfers vanuit Vlaanderen (naar schatting 8 miljard euro), noch aanzienlijke Europese subsidies erin geslaagd zijn bepaalde regio's uit het slop te helpen. Twee conclusies. De wervende kracht van de Dirv-actie is meer aanwezig in het Waalse dan in het Vlaamse plan. Voor een deel door de kleinere, beter afgelijnde focus, voor een deel door het besef dat het, zoals Patrice Thys het uitdrukt, voor Wallonië echt wel de laatste kans is. En wellicht voor nog een ander deel door de manier waarop er werd gecommuniceerd. Ten tweede: een Vlaams en een Waals businessplan leveren samen nog geen Belgisch project op. Maar misschien leiden beide plannen wel tot een verhoogd niveau van zakelijk denken. Als daardoor wafelijzers en andere Brussel-Halle-Vilvoordes worden geëlimineerd, zou het resultaat van de Belgische synthese hoger kunnen zijn dan de 1+1 van Vlaanderen en Wallonië apart. Slaagt België er niet in die meerwaarde te creëren, dan moet die verhoogde zakelijkheid bijdragen aan een sereen debat over Warande- en andere manifesten, zonder dat de boodschapper wordt gediaboliseerd. Het zou een mooi cadeau zijn voor de 176ste 21 juli. luc.huysmans@trends.be