Na het zwelgen in hebzucht en de ongebreidelde macht van de vrije markt in de jaren tachtig en vooral negentig, bevindt de Verenigde Staten zich op een scharnier naar meer aandacht voor het collectieve belang. Zulke bewegingen hebben er wel meer plaatsgevonden in de recente geschiedenis. De jongste lange golf van algemene belangstelling voor de openbare zaak dateert van de jaren zestig. In Europa lijkt het niet anders. Nog nahijgend van de jacht op de (weggeglipte) vetpotten van de aandelenbeurs, kunnen de Europeanen zich m...

Na het zwelgen in hebzucht en de ongebreidelde macht van de vrije markt in de jaren tachtig en vooral negentig, bevindt de Verenigde Staten zich op een scharnier naar meer aandacht voor het collectieve belang. Zulke bewegingen hebben er wel meer plaatsgevonden in de recente geschiedenis. De jongste lange golf van algemene belangstelling voor de openbare zaak dateert van de jaren zestig. In Europa lijkt het niet anders. Nog nahijgend van de jacht op de (weggeglipte) vetpotten van de aandelenbeurs, kunnen de Europeanen zich moeilijk blijven verschuilen achter hun sociale schild, waarmee ze zich zo graag superieur voelen ten opzichte van het al gauw karikaturaal geschetste Amerikaanse egoïsme.Door de drievoudige schok van de aanslagen van 11 september 2001 in de VS, het doorprikken van de dotcomzeepbel op de beurs en de schandalen in een rist toonaangevende bedrijven (genre Enron), slaat de pendel nu opnieuw in de richting van de collectieve zijde. Dat gelooft alvast JeffreyGarten, decaan van de Yale School of Management en columnist in het zakenblad BusinessWeek. In The Politics of Fortune neemt hij echter niet alleen de pols van de publieke opinie, hij gebruikt zijn historische en actuele politieke onderzoek om de topmanagers te wijzen op hun onvermijdelijke nieuwe prioriteiten. Uiteraard zullen ze nog altijd rentabiliteit moeten nastreven, maar de vigeur daarvan ligt helemaal anders. Ze moeten dat niet alleen ethisch verantwoord doen, maar ze moeten meteen ook hun maatschappelijke rol (opnieuw) opnemen. Een personeelsbeleid mag niet langer neerkomen op het houden van een duiventil, waar het komen en gaan gedicteerd wordt door de kwartaalcijfers of de jojo van de aandelenkoers. Bovendien moet er ook over de muren van de onderneming gekeken worden. Milieu en regionale ontwikkeling mogen niet op de agenda van de CEO's ontbreken. Garten gaat zelfs nog een opvallend stuk verder: de grote bedrijven kunnen niet anders dan nauwer te gaan samenwerken met de politici en de niet-gouvernementele organisaties. Ook de armoede op andere continenten (bijvoorbeeld de armoede die moslimfundamentalisme in de kaart speelt) kunnen ze niet meer negeren. Desnoods doen ze dat maar uit welbegrepen eigenbelang. De ondernemers moeten nu inzien dat ze maar beter hun schouders kunnen zetten onder een soort Marshallplan om de huidige verwarring en dreiging in de wereld te bekampen. De CEO als sociale pleitbezorger in plaats van bijziende boekhouder? Luc De Decker [{ssquf}]Jeffrey Garten, The Politics of Fortune. Harvard Business School Press, 213 blz., 34,95 euro. Verkrijgbaar bij Acco Leuven. 016 29 11 00, fax: 016 20 73 89.