Of het nu gerespecteerde instellingen zoals het Internationaal Monetair Fonds en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling zijn of gerenommeerde analisten zoals Stephen Roach van JP Morgan en onze eigen Geert Noels van Petercam, uit alle monden klinkt dezelfde boodschap: de onevenwichten in de Amerikaanse economie vormen wellicht de belangrijkste bedreiging voor een voorspoedige ontwikkeling van de wereldconjunctuur. Het gaat vooral om de Amerikaanse twindeficits, de tekorten op de lopende rekening van de be...

Of het nu gerespecteerde instellingen zoals het Internationaal Monetair Fonds en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling zijn of gerenommeerde analisten zoals Stephen Roach van JP Morgan en onze eigen Geert Noels van Petercam, uit alle monden klinkt dezelfde boodschap: de onevenwichten in de Amerikaanse economie vormen wellicht de belangrijkste bedreiging voor een voorspoedige ontwikkeling van de wereldconjunctuur. Het gaat vooral om de Amerikaanse twindeficits, de tekorten op de lopende rekening van de betalingsbalans en op de overheidsbegroting. De overheidsbegroting ging de voorbije drie jaar inderdaad pijlsnel van "zeer goed" naar "behoorlijk slecht". Begin 2001 ging iedereen er nog van uit dat de Amerikaanse begroting voor het jaar 2004 een overschot van ruim 400 miljard dollar zou vertonen. Tegen begin maart 2003 lag de algemene verwachting voor 2004 op een tekort van 200 miljard dollar, een cijfer dat intussen ook alweer achterhaald is. Door die spectaculaire verslechtering van de Amerikaanse begrotingstoestand heeft de regering van president George Bush de voorbije twee jaar tonnen kritiek over zich heen gekregen. Een gereputeerd econoom als Paul Krugman heeft in zijn columns in TheNew York Times in vaak vlijmscherpe bewoordingen de vloer aangeveegd met het begrotingsbeleid van president Bush. Toch is die kritiek op Bush niet helemaal terecht, zo blijkt uit een analyse van Austan Goolsbee, professor Economie aan de Graduate School of Business van de University of Chicago. Goolsbee speurde naar de factoren waaraan de enorme budgettaire verslechtering tussen de projecties van januari 2001 en maart 2003 toegeschreven kan worden (zie grafiek: Begrotingsperikelen in de VS). Het belangrijkste individuele onderdeel van de verslechtering voor 2004 betreft de post 'technische fouten'. Goolsbee: "De uittredende regering van Bill Clinton maakte onwaarschijnlijke fouten bij het opstellen van de begrotingsprojecties die Bush erfde. Zo werden de inkomsten uit kapitaalmeerwaarden en uit de vennootschapsbelasting op een groteske manier overschat. Ik laat in het midden of die fouten al dan niet opzettelijk in de projecties gemaakt werden." Het gaat bovendien niet op om de huidige begrotingstekorten bijna uitsluitend toe te schrijven aan de forse belastingverlagingen die president Bush doorvoerde en aan de kosten van de oorlogen in Irak en Afghanistan. Austan Goolsbee: "De post 'uitgavenbeleid' bestaat voor de helft uit die oorlogskosten. De andere helft betreft de toename voor de uitgaven aan gezondheidszorg, sociale zekerheid en onderwijs. Tellen we de budgettaire kosten van de tax cuts op bij de oorlogsuitgaven, dan wegen ze samen net iets minder zwaar door in de verslechtering van de Amerikaanse budgettaire situatie dan de rechtzetting van de begrotingsprojecties van de regering-Clinton." Toch blijft ook Austan Goolsbee vrij kritisch tegenover het beleid van George Bush: "Dat Bush zich hoe dan ook als een big spender gedraagt, valt niet te ontkennen. Door onder meer de onderfinanciering van het trust fund voor de Amerikaanse sociale zekerheid is het reële tekort nu en in de eerstkomende jaren veel groter dan uit de officiële cijfers blijkt. Een budgettair moedig president zou daar werk van maken." Johan Van Overtveldt