Een selectie van vertaald werk op de Antwerpse Boekenbeurs beginnen we met een stevige verrassing: in De machtsfabriek (Bruna, 951 blz., 34,95 euro) vertelt voormalig Newsweek-journalist Robert Littell de geschiedenis van de Amerikaanse inlichtingendienst CIA, van de jaren vijftig tot de implosie van de Sovjet-Unie. In het patroon van de geschiedenis van de Koude Oorlog en tussen talloze historische figuren heen weeft hij verzonnen personages. Zo ontvo...

Een selectie van vertaald werk op de Antwerpse Boekenbeurs beginnen we met een stevige verrassing: in De machtsfabriek (Bruna, 951 blz., 34,95 euro) vertelt voormalig Newsweek-journalist Robert Littell de geschiedenis van de Amerikaanse inlichtingendienst CIA, van de jaren vijftig tot de implosie van de Sovjet-Unie. In het patroon van de geschiedenis van de Koude Oorlog en tussen talloze historische figuren heen weeft hij verzonnen personages. Zo ontvouwt zich een spionageroman die de werkelijkheid nooit ver loslaat én ons een kritische blikt gunt in de interne keuken van de CIA. Geen grootse literatuur, wel onderhoudend, bijwijlen fascinerend. Negen jaar na zijn eclatante debuut De zelfmoord van de meisjes pakt Jeffrey Eugenides uit met Middlesex (Contact, 632 blz., 24,90 euro), dat twee verhalen aaneenknoopt: de odyssee van een Griekse familie in de VS en de lotgevallen van een nakomeling, een hermafrodiet. Eugenides houdt van bizarre episoden, heeft oog voor de historische achtergrond, schrijft briljant, maar slaagt er deze keer niet in zijn karakters, ideeën en verhaal tot één overtuigend geheel te componeren. De 27ste stad (Prometheus, 480 blz., 19,95 euro) van Jonathan Franzen wordt opnieuw uitgebracht na het weergaloze succes van De correcties. De familieperikelen van een projectontwikkelaar lopen er parallel met corruptie in een stad in het Amerikaanse Midden-Westen. In de tekening van de familieleden vinden we al een voorbode van de genialiteit die de auteur in De correcties ten beste gaf, maar zijn debuut gaat nog te veel gebukt onder clichés en onwaarschijnlijke wendingen. De Italiaanse cultureel antropologe Silvia Di Natale (die in het Duitse Heidelberg doceert) debuteert met Koeraaj (Meulenhoff, 491 blz., 22, 50 euro). Ze volgt een Oezbeeks meisje dat na de Tweede Wereldoorlog terechtkomt bij een Keuls gezin. Haar moeizame aanpassing in Duitsland en haar herinneringen aan haar nomadenleven op de Mongoolse steppen worden gevoelig en beeldrijk verteld, zonder melig te worden. Ongetwijfeld vindt de tragedie De dochter van de Engelsman (Globe, 335 blz., 25 euro) vele lezers in Vlaanderen. De verscheurdheid van een dorp tijdens én lang na de Eerste Wereldoorlog is hoogst herkenbaar. In 1914 verzeilden vier Britse soldaten achter de vijandelijke linies in het Franse dorp Villeret. Enkele dorpsbewoners bezorgden hun een schuilplaats. Een Brit werd er verliefd, het meisje raakte zwanger, maar in het voorjaar van 1916 verraadde iemand de Britten, die voor een Duits vuurpeloton stierven. De Britse journalist Ben Macintyre reconstrueert het drama en zoekt de verrader. Luc De Decker [{ssquf}]