De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.
...

De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog. Fiscaliteit heeft vaak veel weg van een kat- en muisspelletje. De fiscus is de kat en belastingplichtigen zijn de muizen. De muizen proberen de kat te verschalken door allerlei sluipwegen te nemen, door allerlei mazen in het net van de belastingwetgeving op te sporen en zo aan de belasting te ontsnappen. Maar zodra de kat dat doorheeft, dicht zij het gat, en het spel begint opnieuw. Iets gelijkaardigs is op dit ogenblik aan de gang op het gebied van de BTW op 'voordelen van alle aard'. Als een werkgever aan zijn werknemer bijvoorbeeld een bedrijfswagen ter beschikking stelt, waarmee de werknemer ook privé-verplaatsingen mag doen, dan geniet die laatste een voordeel van alle aard. Zo'n voordeel is normaal aan BTW onderworpen. Zeker als de werkgever de BTW die hij zelf bij de aankoop van de wagen heeft betaald, op zijn minst gedeeltelijk heeft kunnen recupereren. De mate waarin de BTW verschuldigd is, hangt af van de manier waarop het voordeel van alle aard wordt toegekend. Als de werknemer voor het voordeel geen prijs moet betalen (en hij het voordeel dus zogezegd gratis verkrijgt), dan wordt de BTW in principe berekend op basis van de uitgaven die de werkgever heeft moeten doen om het voordeel te kunnen verstrekken. Gelet op de moeilijkheden die dit met zich brengt, wordt in de praktijk in een aantal gevallen aanvaard, dat de basis waarop de BTW wordt berekend, op forfaitaire wijze wordt vastgesteld. Meestal verwijst men dan naar de forfaitaire ramingregels die op het gebied van de inkomstenbelastingen worden gehanteerd. Prijs. En wat als de werknemer het voordeel niet 'gratis' verkrijgt, maar hij er wel een prijs voor moet betalen? De maatstaf van heffing moet dan in principe worden vastgesteld, uitgaande van de werkelijk betaalde prijs. De fiscus wil evenwel voorkomen dat de berekeningsbasis in dit geval lager zou zijn dan in het geval dat de werknemer het voordeel 'gratis' verkrijgt. Vandaar dat de fiscus sinds jaar en dag als regel stelt dat de werkelijk betaalde prijs weliswaar het uitgangspunt is, maar als die prijs lager is dan de berekeningsgrondslag die van toepassing zou zijn als het voordeel 'gratis' wordt verkregen, moet het verschil aan de berekeningsgrondslag worden toegevoegd. Neem een voordeel van alle aard waarvan de waarde (als het gratis wordt verstrekt) geraamd wordt op 100. Stel dat de werknemer slechts 40 moet betalen. Het verschil (60) moet dan voor de toepassing van de BTW toch in aanmerking genomen worden. Zodat de BTW berekend wordt, niet uitgaande van 40 (de werkelijk betaalde prijs), maar wel van 100. Het Europese Hof van Justitie gooit roet in de keuken van de Belgische BTW-administratie. Het heeft begin 2005 beslist dat wanneer een werknemer een prijs moet betalen voor het verkrijgen van een bepaald voordeel, de grondslag voor de berekening van de BTW per definitie beperkt moet blijven tot de werkelijk betaalde prijs. In het voorbeeld is dat 40 (in plaats van 100). Symbolisch. De lezer heeft de vergelijking met het kat- en muisspel begrepen: de muizen hebben het maas in het net van de BTW-wetgeving meteen ontdekt. Als voor een voordeel van alle aard dat tot nog toe 'gratis' werd verstrekt, voortaan een prijs wordt gevraagd, dan moet de BTW-heffing beperkt worden tot die prijs. Ook als het om een zeer lage prijs gaat. Zelfs een symbolische prijs zou kunnen volstaan. Zo wil het Europese Hof van Justitie. Niet te verwonderen dus dat menig bedrijf inmiddels overwogen heeft zijn politiek inzake voordelen van alle aard te herzien en de 'gratis' voordelen te vervangen door voordelen waarvoor alleszins een prijs, hoe klein ook, moet worden betaald. Maar de kat laat zich niet zo gemakkelijk verschalken. De Europese BTW-wetgeving voorziet in de mogelijkheid om voor dergelijke gevallen een afwijking te vragen op de normale regels voor de berekening van de BTW. Zo heeft nu ook België officieel aan Europa toestemming gevraagd om de BTW inzake voordelen van alle aard (waarvoor een prijs wordt gevraagd) niet te berekenen uitgaande van de werkelijk betaalde prijs, maar wel van de 'normale waarde'. De kans dat Europa instemt met het Belgische verzoek, is naar verluidt bijzonder groot. In het kat- en muisspel tussen belastingplichtigen en fiscus, is de kans dus ook bijzonder groot dat de kat het pleit alsnog wint. Vanaf 1 augustus. In een bericht in het Belgisch Staatsblad heeft de regering inmiddels aangekondigd dat ze de nieuwe regeling - zodra ze het Europese fiat heeft - met terugwerkende kracht wil invoeren. De 'normale waarde' zal als uitgangspunt gelden voor alle voordelen van alle aard die vanaf 1 augustus 2005 worden toegekend. Ook belangrijk: de regering acht de koerswijziging niet enkel van toepassing voor voordelen die aan werknemers worden toegestaan. De nieuwe regeling zal gelden voor alle voordelen van alle aard die toegekend worden tussen partijen die familiale, economische of juridische banden hebben. De muizen zijn dus gewaarschuwd. Gelet op het bericht in het Belgisch Staatsblad, zullen ze niet kunnen zeggen dat ze het niet geweten hebben. Jan Van DyckDe Belgische fiscus roept de hulp in van Europese instanties.