LUC SOETE
...

LUC SOETEDe discussie over Europa zoals die tegenwoordig de Belgische politiek bezighoudt, spitst zich toe op het begrotingsrapport van de Belgische overheid. Volgende maand moet de ontslagnemende regering de Europese Commissie een rapport overhandigen over de manier waarop ons land denkt zijn begrotingstekort op lange termijn in evenwicht te krijgen en zijn schuldverplichtingen hoopt na te komen. Gezien de vergrijzing, de huidige en toekomstige lage tewerkstellingsgraad, met de op til zijnde pensionering van babyboomers, is dat geen sinecure. Politiek is het bovendien een moeilijke pas de deux wegens het demissionaire statuut van de zittende regering. Het zou zo maar eens moeten gebeuren dat Europa de voorstellen van tafel veegt en bijkomende eisen stelt. De aandacht die nu in de Wetstraat uitgaat naar Europa, is dan ook begrijpelijk. Dat geldt trouwens zowel voor de zittende demissionaire politici als voor de onderhandelende en wachtende lichting. Maar er is ook een andere kant aan Europa. En daar hebben de Belgen het nauwelijks over, terwijl die kant de discussies aan de overkant van de Wetstraat ter hoogte van het Schumanplein domineert. Het gaat om de voorstellen over de Europese langetermijnbegroting, de zogenaamde financiële perspectievennota van de Europese Commissie. Landen als Nederland en het Verenigd Koninkrijk leggen de eis op tafel dat ook hier bezuinigd moet worden. En ook al houdt het argument economisch weinig steek, politiek snijdt het wel hout. Zwaar nationaal bezuinigen terwijl de Europese Commissie meer uitgeeft, kan moeilijk aan de eigen bevolking worden verkocht. Voor België, en Brussel in het bijzonder, ligt dat anders: hogere uitgaven van de Europese Commissie kunnen zelfs de eigen nationale bezuinigingen enigszins compenseren. De relatief beperkte negatieve impact van de financiële crisis op de Belgische economie, ondanks de dramatische verliezen bij de Belgische banken, zou zelfs in grote mate toegeschreven kunnen worden aan het locatie-effect van de Europese Commissie in Brussel. Met zijn 30.000 goed betaalde Europese ambtenaren speelt Europa een hoofdrol in de Brusselse economie. In die zin is de politieke afwezigheid van een actieve, Belgische overheid in de huidige Europese begrotingsdiscussies wel een punt van zorg. Heel wat Vlaamse Brusselaars verwijten daarom Vlaamse politici dat zij te weinig oog hebben voor Brusselse belangen. Dat argument lijkt in velerlei opzichten gegrond. Gezien vanuit het buitenland, lijkt het bijvoorbeeld voor deze Vlaamse Brusselaar dat de gemeenschappelijke bevoegdheid van een Vlaamse en Franstalige gemeenschap over Brussel er mede verantwoordelijk voor is geweest dat Brussel tegenwoordig geen tweetalige stad meer is. Destijds heb ik met mijn Franstalige Brusselse collega, André Sapir, geargumenteerd dat de oplossing voor een Belgische staatshervorming gezocht moest worden in het erkennen, naast het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, van een aparte tweetalige Brusselse Gemeenschap die zich naast de Franstalige en Vlaamse Gemeenschap garant zou stellen voor tweetalig onderwijs, tweetalige cultuur en media om zo de specifieke rol van Brussel als hoofdstad van België en Europa ook te verankeren en op lange termijn te verzekeren. De focus op een eentalige Vlaamse of Franstalige cultuur zoals beleden door de twee taalgemeenschappen in de eigen gewesten, ligt ongetwijfeld aan de basis van de verdere culturele en intellectuele ontvoogding van zowel Vlaanderen als Wallonië. De splitsing van de Katholieke Universiteit Leuven in de jaren zestig was een logisch onderdeel van de voortgezette Vlaamse ontvoogding, juist zoals het exclusieve gebruik van Nederlands in het Vlaamse gewest. Maar in het Brusselse gewest is eentalig onderwijs beheerd en gefinancierd door een Vlaamse of Franstalige gemeenschap dat juist niet. Taal is de achilleshiel van Europa, van België en van Brussel. Na het vastleggen van de taalgrens werd België in twee eentalige gewesten en een tweetalig Brussels Hoofdstedelijk Gewest ingedeeld. De sterke uitbreiding in de jaren tachtig en negentig van de bevoegdheden van de Vlaamse en Franstalige Gemeenschap heeft bijgedragen aan de verdere sociale en culturele ontvoogding van de eentalige gewesten Vlaanderen en Wallonië. Zij hebben echter Brussel zowel taalkundig als cultureel verarmd. De auteur is professor economie aan de Universiteit Maastricht.Taal is de achillespees van Europa, van België en van Brussel.