Vaak wordt vergeten dat de verstrenging van het brugpensioen twee onderde- len telt. Ten eerste wordt de minimumleeftijd de komende jaren gestaag opgetrokken. Bij bedrijven in herstructurering kan brugpensioen vanaf volgend jaar in principe pas vanaf 55 jaar in plaats van 50 jaar nu. Voor bedrijven in moeilijkheden kan brugpensioen nog vanaf 52 jaar, maar die leeftijd wordt geleidelijk opgetrokken tot 55 jaar in 2018.
...

Vaak wordt vergeten dat de verstrenging van het brugpensioen twee onderde- len telt. Ten eerste wordt de minimumleeftijd de komende jaren gestaag opgetrokken. Bij bedrijven in herstructurering kan brugpensioen vanaf volgend jaar in principe pas vanaf 55 jaar in plaats van 50 jaar nu. Voor bedrijven in moeilijkheden kan brugpensioen nog vanaf 52 jaar, maar die leeftijd wordt geleidelijk opgetrokken tot 55 jaar in 2018. Ten tweede is er sinds 1 april een reeks maatregelen van kracht die te maken heeft met de sociale bijdragen die de werkgevers moeten betalen op het brugpensioen. Het brugpensioen is eigenlijk een werkloosheidsuitkering met een toeslag van de werkgever. Dat wordt trouwens ook de nieuwe benaming van het stelsel. Op die toeslag moet de werkgever sociale bijdragen betalen. Die schommelden tot nog toe tussen 10 en 50 procent. Nu kunnen ze variëren van 11 tot 55 procent. Maar het gaat hier enkel over de nu lopende brugpensioenen. De sociale lasten op wie nu in het systeem stapt zijn merkelijk hoger. Het is een middel voor de regering om het brugpensioen minder aantrekkelijk te maken. De sociale lasten op de brugpensioenen die ingegaan zijn vanaf 28 november 2011 kunnen oplopen tot 100 procent, tenminste voor bruggepensioneerden jonger dan 52 jaar. De sociale bijdragen op de aanvullende vergoeding stijgen voor die categorie van 55 naar 100 procent. Voor de leeftijdsgroep 52-55 jaar nemen de sociale bijdragen toe van 44 naar 95 procent. Ook voor de andere leeftijdsgroepen is er een stijging (zie tabel Sociale werkgeversbijdragen op brugpensioen). "De impact op de sociale onderhandelingen kan moeilijk overschat worden", waarschuwt Kris De Schutter, specialist arbeidsrecht bij Loyens & Loeff. "Als een werkgever kan kiezen tussen brugpensioen en ontslag, dan zal hij eerder geneigd zijn het tweede te kiezen. De RSZ op opzegvergoedingen bij ontslag bedraagt 35 procent. Maar de onderhandelingen over een herstructurering gebeuren natuurlijk nog altijd in overleg met de vakbonden. Zij zullen blijven benadrukken dat brugpensioen juridisch mogelijk is en dat het een sociaal aanvaardbare manier van collectief ontslag is. De werkgevers komen hier in een moeilijke situatie terecht." Paradoxaal genoeg brengt de verhoging van de brugpensioenkosten werkgevers en vakbonden dichter bij elkaar. In de Nationale Arbeidsraad (NAR) hebben ze over de verhoogde sociale bijdragen een gezamenlijk standpunt ingenomen. In een advies van 4 april pleiten ze ervoor de verhoging van de sociale bijdragen voor het lopende brugpensioen te beperken tot 6 procent (in plaats van de voorziene 10 procent). Voor de 55-plussers zijn vakbonden en werkgevers voor een verhoging, maar die mag maximaal 50 procent bedragen voor bruggepensioneerden ouder dan 55. Uiteraard betekent dat minder inkomsten voor de sociale zekerheid. Het zou om 4 miljoen euro gaan. Maar de sociale partners hopen die verliezen onder andere te compenseren door een verhoging van de bedrijfsvoorheffing van 18,75 procent tot 20 procent op de uitkeringen voor tijdelijke werkloosheid. ALAIN MOUTON"Als een werkgever kan kiezen tussen brugpensioen en ontslag, dan zal hij eerder geneigd zijn het tweede te kiezen" Kris De Schutter (Loyens & Loeff)