De toekomst ligt in het oosten, meent Laurent Ney. De Luxemburgse ingenieur, die al jaren in Brussel woont en werkt, krijgt geregeld opdrachten in het buitenland. "Dat gebeurt meestal toevallig. Maar voor India hebben we echt gekozen. Omdat India samen met China een van de trekkers van dat veelbelovende oosten is. En er is nog gigantisch veel te doen. China investeert volop in grote infrastructuurwerken, India nog niet. Maar als het land echt wil meespelen op wereldschaal, moet het dringend een aantal grote infrastructuurproblemen oplossen."
...

De toekomst ligt in het oosten, meent Laurent Ney. De Luxemburgse ingenieur, die al jaren in Brussel woont en werkt, krijgt geregeld opdrachten in het buitenland. "Dat gebeurt meestal toevallig. Maar voor India hebben we echt gekozen. Omdat India samen met China een van de trekkers van dat veelbelovende oosten is. En er is nog gigantisch veel te doen. China investeert volop in grote infrastructuurwerken, India nog niet. Maar als het land echt wil meespelen op wereldschaal, moet het dringend een aantal grote infrastructuurproblemen oplossen." Samen met architect Chris Poulissen en onder de naam NP-Bridging ontwerpt Ney een masterplan voor Thane, een soort suburb van Bombay. "Het gaat daar over basisvoorzieningen. Als we in Europa werken, is dat bijna luxe. In Thane is het een kwestie van overleven. Dat is ook een motief: onze competentie in een speelveld brengen waar er een grote behoefte aan is." In het Chinese Shenzen bouwt Ney twee bruggen. En deze maand opent hij een kantoor in Tokio. "In Japan richten we ons op heel andere zaken. Het is meer productontwikkeling, maar dan wel voor producten die iets met structuur te maken hebben zoals luifels, overspanningen, kleine bruggen en leuningen." In ons land is Laurent Ney vooral bekend als bruggenbouwer. Onder meer de tweede Scheldebrug in Temse en de voetgangersbrug in Knokke zijn van zijn hand. Maar het merendeel van Neys werk gebeurt in de anonimiteit. Het kruim van de Belgische architecten doet graag een beroep op het vernuft van de kleine Luxemburger. Ook een internationale topper als Daniël Liebeskind werkt voor het geplande congrescentrum van Bergen samen met het bureau van Ney. Nog een recente topopdracht in eigen gouw: het masterplan voor de herontwikkeling van het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel. "Als ik voor architecten werk, dan stel ik mij ten dienste van de architectuur. Dat is mijn rol. Maar ik geef toe dat ik een speeltuin nodig heb. Dat is het ontwerpen van bruggen. Daarin kan ik vrij werken." Na zijn studies burgerlijk ingenieur bleef Ney in Luik hangen. Hij kon aan de slag bij het gerenommeerde bureau van René Greisch. "Ja, ik heb veel van hem geleerd. En ik bedoel dan echt van de persoon Greisch, niet van het bureau Greisch. Ik geloof sterk in de relatie meester-leerling. Als je van de universiteit komt, kun je eigenlijk niets. Je hebt dan iemand nodig die je bij de hand neemt en je het beroep leert. Dat heeft Greisch gedaan. Hij heeft me ook een ontwerpstrategie- of -cultuur bijgebracht." Het is een van de stokpaardjes van Laurent Ney: ontwerpen is niet neutraal. "Veel mensen denken dat ingenieurs een exacte wetenschap bedrijven, dat er één waarheid is. En dat het dus geen verschil maakt met welke ingenieur je werkt. Dat klopt niet. Als ingenieur ontwerp je altijd in een context: cultureel, technisch, sociaal, economisch, ecologisch... Hoe je een probleem aanpakt of oplost, kan sterk verschillen van persoon tot persoon. De integrale aanpak zie je vooral bij grote, complexe projecten. Zo'n ontwerp wordt niet meer gedaan door één persoon: je werkt samen met een aantal specialisten. Het gevaar is dan dat iedere specialist het project vanuit zijn eigen, kleine competentie gaat bekijken en oplossen. Die oplossingen worden samen gepuzzeld tot één - heel vaak catastrofaal - resultaat. Onze integrale aanpak is anders: we proberen met al die specialisten tot één ontwerp te komen. En niet een ontwerp dat een optelsom is van subontwerpen, wel een integrale oplossing waarin de disciplines geïntegreerd zijn." Ney is een zeer kritisch jurylid van de architectuurwedstrijd Belgian Building Awards. Toch vindt hij dat het vrij goed gaat met de Belgische architectuur. "We hebben een aantal geweldige architecten die weten wat kwaliteit is. Alleen, van alles wat er hier gebouwd wordt is er slechts 10 procent architectuur. Het probleem zit dus bij die overige 90 procent. Voor elke bouwopdracht is er een bouwheer. Het gebrek aan cultuur bij de opdrachtgevers is het echte probleem." Hij ziet een belangrijk manco in de ingenieursopleiding. "Ze produceren prima technische specialisten, maar je hebt ook mensen nodig die cultuur en een visie hebben. Onze ingenieurs worden losgelaten op ons landschap en ze hebben er de bagage niet voor. As ik een voorbeeld moet geven: de spoorwegkoker langs de E19 richting Nederland. Een betonwand van kilometers lang, dat is verschrikkelijk. Het gevolg is dat ingenieurs vaak als betonboeren worden gezien. En elke keer als er iets gebouwd moet worden, krijg je erg negatieve reacties van de bevolking." Laurent Ney heeft het zelf mogen ervaren. Samen met Chris Poulissen maakte hij deel uit van het ontwerpteam van de Antwerpse Lange Wapper. "In Antwerpen schortte er ook wat aan de participatie. Spreek met de mensen, breng ze rond de tafel, vraag hun opinie en laat ze met al die informatie ook een keuze maken. Zo krijg je een project dat wordt gedragen door de bevolking. Wat heeft men bij het Oosterweel-dossier gedaan? Men heeft het project voorgesteld als te nemen of te laten. Dan krijg je natuurlijk tegenkanting. Ik vind het vooral spijtig dat het probleem niet is opgelost. Ik denk dat de Antwerpenaars die dagelijks in de file staan dat ook betreuren." Laurenz Verledens"Het gebrek aan cultuur bij de opdrachtgevers is het echte probleem"