Slechts 45 panelen zijn bekend van Pieter Bruegel de Oude, de grootste schilder uit de zestiende-eeuwse Nederlanden. Het Kunsthistorisches Museum in Wenen heeft er maar liefst twaalf in zijn vaste collectie. Geen enkele andere verzameling ter wereld doet beter. Voor een belangwekkende tentoonstelling over Bruegel, nu zijn 450ste sterfdag nadert, slaagde het erin 30 van de 45 schilderijen uit zijn oeuvre samen te brengen. Een tour de force van formaat, want de houten panelen waarop hij schilderde, zijn enorm kwetsbaar. Toch wist het Weense museum grote musea en privéverzamelaars te overtuigen de werken in bruikleen te geven. Zo kreeg het de pas gerestaureerde Dulle Griet los bij het Museum Mayer van den Bergh in Antwerpen. Maar ook het Prado in Madrid, de National Gallery in Londen en het Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam leenden topwerk uit.

Naast de dertig panelen zijn ook heel wat tekeningen en prenten te zien. Dankzij recent onderzoek naar Bruegels creatieve proces toont de expo ook hoe hij zijn werken maakte. Deze expo is een unieke belevenis.

Volgens het Weense museum onderschatten veel mensen de diversiteit van Bruegels werk, doordat steevast een paar iconische werken naar voren worden geschoven, zoals de allegorische voorstellingen en de scènes uit het boerenleven. Maar Bruegel schilderde ook Bijbelse en klassieke taferelen. Door de gravures naar zijn tekeningen raakte zijn werk verspreid over Europa. De ruimte die Bruegel laat voor de toeschouwer, maakt van hem een moderne kunstenaar. Al wil de ironie dat zijn werk tot in de vroege twintigste eeuw totaal vergeten was.

Bruegel, van 2 oktober tot 13 januari in Kunsthistorisches Museum Wien in Wenen