"Hebreeuws is de muze van de beursnoteringen." Zo bralde Karl Marx, zelf een kleinburgerlijke joodse spruit uit Trier, tijdens één van zijn talloze tirades tegen alles wat ook maar enigszins naar het jodendom kon verwijzen.
...

"Hebreeuws is de muze van de beursnoteringen." Zo bralde Karl Marx, zelf een kleinburgerlijke joodse spruit uit Trier, tijdens één van zijn talloze tirades tegen alles wat ook maar enigszins naar het jodendom kon verwijzen. Marx vormt één van de niet-Britse prominenten die Ian Buruma in een geestig gepenseelde portrettenreeks van anglofielen plaatst. De titel van zijn wat brokkelige, maar met revelerende anekdotes aan elkaar gebreide boek, Anglomanie, wijst zelfs op een haast ongezond hoge graad van Britse voorliefde. Dat Marx er überhaupt parmantig mag opdraven, kan verbazing wekken. Van hem stamt immers de boutade dat Groot-Brittannië een prettige plek was, zolang je er maar niet hoefde te leven. Maar de Duitser woonde er wel van 1849 tot 1883. Picknicks van het gezin Marx op Hampstead Heath begonnen gewoonlijk met een lunch van ale en koud vlees, gevolgd door duetten met vriend, coauteur en mecenas Friedrich Engels, en eindigden met citaten uit Shakespeare. Al kort na zijn komst in Londen, geraakte Marx ervan overtuigd dat de wereldrevolutie zou losbarsten in Groot-Brittannië. Auteur-journalist Ian Buruma vergeet zichzelf niet in zijn anglofielengalerij. Hij werd geboren in Den Haag, heeft gestudeerd en gewerkt in Japan en Hongkong, en woont nu al een hele poos in Londen. Zijn joods-Duitse grootvader vluchtte voor de nazi's naar Engeland. Eerder al publiceerde hij genietbare bijsluiters bij het leven in Japan en Hongkong. Nu richt hij zich met een voor hem kenschetsend brouwsel van snedige historische flarden, autobiografische toetsen en maatschappelijke beschouwingen op het hart van Engeland. We leren hoe buitenstaanders aangetrokken én afgestoten worden door het land met zijn paradoxale pendel tussen democratisch liberalisme en conservatieve klassentegenstellingen. Buruma neemt je op sleeptouw en begeestert, al vraag je je nu en dan af of hij zijn these niet in een strakker structureel keurslijf had moeten persen.Tussen haakjes: het boek van Buruma is inhoudelijk keurig uitgegeven, tot en met een degelijk register toe, maar mijn exemplaar lag al na een eerste lezing uit elkaar. Dat zal niet gauw gebeuren met de gebonden editie van Geschiedenis van de Britse koningen, de eerste Nederlandse vertaling van een Engelse klassieker. Geoffrey van Monmouth, een kanunnik uit Oxford uit de twaalfde eeuw, tekende in het Latijn de geschiedenis op van de verdreven Britse koningen. Uiteraard leidt hij ons ook naar koning Arthur. Ian Buruma, Anglomanie. Atlas, 366 blz., 995 fr. Geoffrey van Monmouth, Geschiedenis van de Britse koningen. Athenaeum/Polak & Van Gennep, 255 blz., 1300 fr.Luc De Decker