1 jaar geleden. De Amerikaanse economie laat de coronacrisis achter zich, terwijl het eurogebied het moeilijk heeft de verloren welvaart goed te maken. De Amerikaanse groeispurt is enerzijds te danken aan een vrij laks coronabeleid, dat een normale werking van de economie minder in de weg staat, en anderzijds aan een bijzonder expansief fiscaal en monetair beleid. In 2020 geven de Verenigde Staten de economie een budgettaire injectie van 9,8 procent van het bbp, terwijl dat in het eurogebied bij 6,6 procent blijft. Sommige economen vrezen dat de massale stimuli zullen leiden tot inflatie en een oververhitting van de Amerikaanse economie.
...

1 jaar geleden. De Amerikaanse economie laat de coronacrisis achter zich, terwijl het eurogebied het moeilijk heeft de verloren welvaart goed te maken. De Amerikaanse groeispurt is enerzijds te danken aan een vrij laks coronabeleid, dat een normale werking van de economie minder in de weg staat, en anderzijds aan een bijzonder expansief fiscaal en monetair beleid. In 2020 geven de Verenigde Staten de economie een budgettaire injectie van 9,8 procent van het bbp, terwijl dat in het eurogebied bij 6,6 procent blijft. Sommige economen vrezen dat de massale stimuli zullen leiden tot inflatie en een oververhitting van de Amerikaanse economie. Nu. Het krachtige Amerikaanse herstel resulteert in een onverwacht hoge en hardnekkige inflatie. De Amerikaanse centrale bank (Fed) houdt lang vol dat de inflatie tijdelijk is, maar aanslepende problemen in de aanvoerketens, dure energie en snel stijgende lonen jagen de kerninflatie op tot meer dan 6 procent. Een te fel opgezweepte vraag is gebotst op een haperend aanbod. De Fed moet het geldbeleid verkrappen om te voorkomen dat zich een loon-prijsspiraal op gang trekt en dat de hoge inflatie wortel schiet. De Amerikaanse economie (+3,7%) groeit dit jaar wel nog altijd sneller dan de Europese (+2,8%). 10 jaar geleden. De bedrijfswagen ligt onder vuur. Nieuwe fiscale regels moeten de aantrekkelijkheid verminderen. Vooral duurdere modellen, die meer CO2 uitstoten, worden zwaarder belast. Voor kleinere modellen worden de regels aantrekkelijker. De files maken de wagen ook al minder aangenaam. Brussel krijgt de titel van filehoofdstad. Zeven op de tien bedrijven zouden de hoofdstad willen verlaten, als het zo blijft. Door de files krijgen ze bovendien hun vacatures niet ingevuld. Bedrijven experimenteren met lokale antennes, telewerk en pendeldiensten vanaf centrale parkings naar het kantoor in de grote stad. Nu. De fiscale wijzigingen voor bedrijfswagens hebben een zwaar effect in het segment van de superpremiummerken, zoals Aston Martin en Ferrari. De elektrische wagens, onder meer van Audi, Porsche en Tesla, varen er wel bij. Door de pandemie raakt telewerk plots ingeburgerd. Veel werknemers werken nu minimaal twee dagen thuis. Die toename van het thuiswerk brengt D'Ieteren, de invoerder van de merken van Volkswagen Groep, tot een drastische herziening van de verkoop van nieuwe wagens in België. Die zou zakken van gemiddeld 550.000 naar 450.000 per jaar. De helft van die nieuwe wagens zijn bedrijfswagens. 20 jaar geleden. De eerste concessies voor de uitbating voor windparken op zee zijn toegekend aan C-Power en Seanergy. Offshore windenergie wordt een must om de klimaatdoelen te halen. Tegen 2010 moet 6 procent van de elektriciteit komen van hernieuwbare bronnen. De windparken botsen nog op tegenstand. De burgemeesters aan de kust protesteren en sommige experts vinden offshore windenergie nog te duur. De uitbaters van de windparken spreken dat tegen. Volgens hen is windenergie op windrijke plaatsen al rendabel zonder subsidies. Het is een veelbelovende markt voor de Belgische ondernemingen. Nu. In 2009 wordt het eerste windmolenpark in de Belgische Noordzee in gebruik genomen. Tegen 2020 is de eerste zone ontwikkeld, goed voor een capaciteit van 2,2 GW. De kosten zijn zo gedaald dat weinig tot geen subsidies meer nodig zijn om competitief te zijn. België bereidt de ontwikkeling van een tweede zone in de Noordzee voor, goed voor 3,5 GW. Samen met een uitbreiding van de eerste zone en de bouw van drijvende zonneparken, mikt België tegen 2030 op een vermogen van 8 GW op de Noordzee. De productie van hernieuwbare energie wint aan belang, omdat West-Europa zo snel mogelijk van het Russische aardgas af wil.