Startende bedrijven hebben meestal geen stabiele inkomstenstroom. Daardoor kan een starter voor zijn werkingsmiddelen niet rekenen op bancaire kredietverlening en moet hij een beroep doen op risicokapitaal. Maar daar rijst al een eerste probleem. Uit een studie van Febelfin (zie kader) blijkt dat in België minder risicokapitaal wordt opgehaald bij lokale financiers dan in de rest van Europa. Het gaat om gemiddeld 330 miljoen euro per jaar, of 0,09 procent van het bbp. In Europa is dat 0,29 procent (zie grafiek). "Er is geld genoeg in België", zegt Marc Moonens, die de Febelfin-studie coördineerde. "Maar er vloeit relatief weinig naar risicofinanciering. Ruim een derde van het geïnvesteerde risicokapitaal in ons land komt uit het buitenland."
...

Startende bedrijven hebben meestal geen stabiele inkomstenstroom. Daardoor kan een starter voor zijn werkingsmiddelen niet rekenen op bancaire kredietverlening en moet hij een beroep doen op risicokapitaal. Maar daar rijst al een eerste probleem. Uit een studie van Febelfin (zie kader) blijkt dat in België minder risicokapitaal wordt opgehaald bij lokale financiers dan in de rest van Europa. Het gaat om gemiddeld 330 miljoen euro per jaar, of 0,09 procent van het bbp. In Europa is dat 0,29 procent (zie grafiek). "Er is geld genoeg in België", zegt Marc Moonens, die de Febelfin-studie coördineerde. "Maar er vloeit relatief weinig naar risicofinanciering. Ruim een derde van het geïnvesteerde risicokapitaal in ons land komt uit het buitenland." Grosso modo zijn er drie fases van risicofinanciering: de zaai-, de start- en de groeifase van een onderneming. In de zaai- en de startfase wordt per onderneming ongeveer evenveel geïnvesteerd in België als in Nederland, Frankrijk en Duitsland. Maar voor de groeifase blijken in België minder middelen te zijn. "Een van de grote problemen is de versnippering van het Belgische aanbod van risicokapitaal, waardoor in grote kapitaalrondes buitenlandse investeerders een belangrijke rol spelen", zegt Moonens. "In durfkapitaal behoort België tot de middenmoot in Europa, maar onze afhankelijkheid van buitenlands risicokapitaal wijst op een gebrek aan schaalgrootte bij de binnenlandse partijen." De versnippering manifesteert zich zowel aan de private als de publieke kant van het spectrum. Zo zijn er verschillende netwerken van businessangels in Vlaanderen en Wallonië, diverse venture-capital- en private-equityfondsen, alsook een rist publieke initiatieven (PMV, Gimv, SRIW, SRIB, Sowalfin,...). Hoewel er een belangrijke concentratie in biotechnologie is, zijn de durfkapitaalinvesteringen bovendien verspreid over een veelheid aan sectoren (naast biotech ook cleantech, medtech, ICT, agrovoeding,...). "Een ondernemer met een goed businessplan en een eigen inbreng slaagt er meestal in kleinere bedragen aan te trekken", zegt Moonens, "maar vanaf een miljoen euro wordt dat moeilijker. Het merendeel van de Belgische fondsen heeft een beperkte omvang. Daardoor leveren investeringen boven een miljoen euro hen snel een concentratierisico op." Het gebrek aan schaal van de Belgische fondsen is de voorbije jaren nog versterkt door het wegvallen van de bancaire private equity. Zo stapte KBC uit durfkapitaal, BNP Paribas Fortis slankte zijn portefeuille af. "De afbouw van bancaire private equity is vooral een gevolg van de ongunstige Bazel III-regelgeving. Die geeft aan risicokapitaal een risicogewicht tot maximaal 1,250 procent", verklaart Thomas Van Rompuy, directeur communicatie van Febelfin. "Ter vergelijking: het risicogewicht van hypothecaire kredieten schommelt rond 0,20 procent. Hoe groter het risicogewicht, hoe meer kapitaal de banken moeten aanhouden als buffer en hoe onaantrekkelijker de activiteit voor hen wordt. Bovendien is er een maatschappelijke druk op banken om risicovolle activiteiten zo veel mogelijk te beperken." "We missen grotere lokale fondsen, die de drie financieringsrondes kunnen volgen", zegt Moonens. "Daardoor komen groeibedrijven vaak bij buitenlandse groepen terecht en worden ze niet in ons land verankerd. Als het minder goed gaat, blijkt dat soms een nadeel. Een sterke lokale investeerder kan nuttig zijn om een bedrijf in moeilijke periodes bij te staan." Bij de publieke initiatieven is de versnippering te wijten aan de regionale focus, waardoor elk fonds zijn beperkende voorwaarden en specifieke criteria hanteert. Moonens: "Dat is niet efficiënt. Voor een ondernemer op zoek naar financiering zorgt die complexiteit voor tijdverlies en hogere kosten. Experts zeggen dat de overheid beter met een uniek loket voor risicofinanciering zou werken, waarbij gezocht wordt naar het financieringsinstrument dat het meest geschikt is voor de ondernemer in kwestie." Maar als er nu al een gebrek aan groeifinanciering is, wat moet dat straks niet worden? Er lopen heel wat initiatieven om starters te steunen en begeleiden. "Stel dat uit al die starters enkele succesvolle projecten komen die het potentieel hebben door te groeien. Waar moet dan het kapitaal vandaan komen om die in hun volgende fase te financieren?" vraagt Moonens zich af. Er dreigt dus een nog groter tekort aan groeifinanciering dan er al is. Febelfin pleit dan ook voor grotere fondsen, die een onderneming bij grotere kapitaalrondes en in meerdere investeringsfases kunnen begeleiden. Naast de hogere financieringscapaciteit hebben grotere fondsen ook meer mogelijkheden om ervaren professionals aan te trekken, waardoor ze meer specifieke kennis en expertise kunnen bieden. België zou volgens Febelfin gebaat zijn bij een fondsenconsolidatie en/of meer cofinanciering zoals privaat-publieke samenwerking. "Fondsen moeten aangemoedigd worden hun middelen samen te brengen. De overheid kan daar een faciliterende rol in spelen door de omgevingsfactoren gunstiger te maken voor venture capital", denkt Moonens. "In Frankrijk kunnen investeerders bijvoorbeeld grote bedragen voor risicokapitaalinvesteringen fiscaal aftrekken. In de VS worden privémiddelen versterkt door de overheid die er evenveel kapitaal naast legt." "Daarnaast zou het zinvol zijn te focussen op enkele sectoren waarin België al een belangrijke positie bekleedt", besluit Van Rompuy. "We moeten trachten het succes van biotech over te doen in enkele andere, strategisch gekozen sectoren. Door de inspanningen te concentreren kunnen we voor bedrijven een ecosysteem creëren, dat op termijn kan uitgroeien tot een expertisecentrum." Patrick Claerhout en Jozef Vangelder"Onze afhankelijkheid van buitenlands risicokapitaal wijst op een gebrek aan schaalgrootte bij de binnenlandse partijen"- Marc Moonens, Febelfin "We moeten trachten het succes van biotech over te doen in enkele andere, strategisch gekozen sectoren" Thomas Van Rompuy, Febelfin