In paginagrote advertenties maakt Synergie Bouw zich sterk 20.000 nieuwe arbeidsplaatsen te scheppen. Eén jaar na de emotionele oproep van vier topindustriëlen - Antoon Dieusaert(BASF), Thomas Leysen (Umicore), Philippe Vlerick (Uco Textiles) en Luc Willame (AsahiGlass) - stellen 34 bedrijfsleiders nu vier krachtlijnen voor om economisch te groeien.
...

In paginagrote advertenties maakt Synergie Bouw zich sterk 20.000 nieuwe arbeidsplaatsen te scheppen. Eén jaar na de emotionele oproep van vier topindustriëlen - Antoon Dieusaert(BASF), Thomas Leysen (Umicore), Philippe Vlerick (Uco Textiles) en Luc Willame (AsahiGlass) - stellen 34 bedrijfsleiders nu vier krachtlijnen voor om economisch te groeien. In tegenstelling tot hun illustere voorgangers vragen de aannemers, producenten en leveranciers van bouwmaterialen speciale tegemoetkomingen en/of voordelen van de regering: extra opdrachten en een algemeen verlaagd BTW-tarief voor de sector. Maar die verkapte subsidies verstoren de vrije concurrentie op de markt en zijn op termijn contraproductief voor de economie. Ervaringen uit het verleden hebben al voldoende aangetoond dat financiële interventies van de overheid de bedrijfssectoren niet revitaliseren, maar eerder tam en mak maken. In die zin is de oproep van de vier captains of industry zinvoller: een kader om toekomstgerichte, vernieuwende en duurzame activiteiten te kunnen blijven ontwikkelen met gemotiveerde medewerkers. Toegegeven: de publieke investeringen in huisvesting, wegen, rioleringen of openbare ruimten bedraagt amper 1,7 % van het bruto binnenlands product (BBP) of 0,9 % lager dan het Europese gemiddelde. Zonder een goed onderhouden infrastructuur kan een land niet overleven, zeker geen ministaat als België: het hart van Europa. Daarom is het de plicht van de overheid om haar patrimonium op peil te houden. Na de megabudgetten voor de hogesnelheidslijn moet de regering dringend aandacht besteden aan het water- en wegennetwerk. Maar dat betekent niet dat bedrijven passief op bestellingen moet wachten. Succesvolle voorbeelden, zoals Mechelen Campus, bewijzen dat proactieve ondernemers wel degelijk publieke en particuliere noden aan elkaar kunnen koppelen. Daarnaast eisen de bedrijfsleiders uit de bouw geloofwaardige maatregelen tegen zwartwerk, dat de kwaliteit van de geleverde prestaties schaadt. Maar dan moeten ze ook de hand in eigen boezem durven steken. Iedereen weet dat prijsafspraken in de sector welig tieren, maar niemand neemt het initiatief die etterbuil te doorprikken. In Nederland opent het Openbaar Ministerie een tweede onderzoek naar fraude in de bouw. Bijna alle groepen zouden hebben geknoeid met offertes voor kantoren, scholen en ziekenhuizen. Dezelfde praktijken vinden vast en zeker ook in België plaats. Toch blijft de interne controle naar malversaties in het eigen bedrijf dode letter, ondanks alle mooie beloftes van deugdelijk bestuur. Ook neemt de sector zelf geen initiatief om een vrijwillige overeenkomst ( convenant) met staatssecretaris Hervé Jamar, bevoegd voor de strijd tegen de fiscale fraude, af te sluiten. Nochtans staat die doelstelling in het regeerakkoord en zou ze tegen april 2004 gerealiseerd moeten zijn. Ten slotte treden de werkgevers nog veel te veel in gespreide slagorde op. Vandaag is het de eerste maal in de geschiedenis dat aannemers, producenten en leveranciers van bouwmaterialen met één gemeenschappelijk platform naar buiten komen. Gewoonlijk verdedigen zij - vaak nog verdeeld in regionale afdelingen - elk hun eigen belangen. Daarnaast bestaat nog een felle naijver tussen kleine en grote ondernemingen, respectievelijk verenigd in Nacebo en de Vlaamse Confederatie Bouw ( VCB). Het wordt hoog tijd dat de bedrijven hun onderlinge stammentwisten voorgoed laten vallen. Eric Pompen