De komende weken zullen de sociale partners in de Groep van Tien er hoogstwaarschijnlijk in slagen een interprofessioneel akkoord (IPA) voor 2017-2018 af te sluiten. Even zag het ernaar uit dat de vakbonden en de werkgevers nog voor Kerstmis zouden landen, maar vooral ACV-voorzitter Marc Leemans wou nog wat tijd kopen. Kwestie van de indruk te wekken dat er toch hard genoeg is onderhandeld.
...

De komende weken zullen de sociale partners in de Groep van Tien er hoogstwaarschijnlijk in slagen een interprofessioneel akkoord (IPA) voor 2017-2018 af te sluiten. Even zag het ernaar uit dat de vakbonden en de werkgevers nog voor Kerstmis zouden landen, maar vooral ACV-voorzitter Marc Leemans wou nog wat tijd kopen. Kwestie van de indruk te wekken dat er toch hard genoeg is onderhandeld. Het is niet uitgesloten dat zelfs het socialistische ABVV haar handtekening onder het loonakkoord zet. Dat zou een eeuwigheid geleden zijn. De reden: het rapport van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) bevestigt dat er voor het eerst sinds lang marge is voor reële loonsverhogingen boven op de automatische loonindexering. De voorbije jaren was er sprake van een aanhoudende loonmatiging. Onder de regering-Di Rupo werden enkel indexverhogingen toegekend, geen reële loonstijgingen. De regering-Michel voerde een paar jaar geleden een indexsprong door en de sociale partners mochten de lonen in de periode 2015-2016 maar met een paar procentpunten doen stijgen. Het gevolg van de loonmatiging - en van een aantal andere socialelastenverlagingen - is dat de loonkostenhandicap die de Belgische bedrijven de voorbije twintig jaar hadden opgebouwd ten opzichte van de buurlanden, weggewerkt is. En dus is er volgens de CRB ruimte voor loonstijgingen, ook al omdat de OESO berekende dat de lonen in onze buurlanden (Duitsland, Nederland en Frankrijk) de komende twee jaar met 4,3 tot 4,6 procent stijgen. Voor België ligt voorlopig enkel een stijging van 2,9 procent via de automatische loonindexering vast. Er is dus in theorie marge voor 1,4 tot 1,7 procent reële loonstijgingen. Maar de regering-Michel heeft de wet op de loonnorm aangepast, waardoor de sociale partners een veiligheidsmarge van een half procent moeten inbouwen. Dat betekent dat een reële loonstijging mogelijk is van 0,9 tot 1,2 procent voor 2017-2018. Wellicht vinden vakbonden en werkgeversorganisaties elkaar ergens halverwege - rond de 1 procent reële loonstijging. Iedereen gelukkig? Dat valt te bezien. Het IMF voorspelt voor België de komende jaren loonstijgingen (onder meer doordat de inflatie in België systematisch hoger is dan in de buurlanden) waardoor de loonkostenhandicap weer kan stijgen. Maar vooral: er worden straks reële loonstijgingen toegekend, terwijl Belgische werknemers nog altijd 10 procent duurder zijn dan die in de buurlanden. De loonkostenhandicap sinds 1996 (de invoering van de wet op de loonnorm) is inderdaad weggewerkt, maar er wordt blijkbaar niet meer gesproken over de historische handicap van voor 1996 die bedrijven nog altijd meedragen. Die weegt op de concurrentiekracht van de ondernemingen. In plaats van opnieuw reële loonstijgingen toe te kennen moeten de loonkosten eigenlijk verder omlaag. Nog maar eens. Maar blijkbaar hebben de werkgevers er zich bij neergelegd dat het historische loonkostennadeel niet meer zal verdwijnen. Wanneer ze spreken over de concurrentiekracht van de ondernemingen en de aantrekkelijkheid van België als investeringsland, dan verschuift het debat naar de verlaging van de vennootschapsbelasting. Niet meer dan normaal, want in de Europese Unie is een race to the bottom bezig. Het ene na het andere land wil het tarief van de vennootschapsbelasting verlagen. Minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) pleit allang voor een verlaging van de Belgische vennootschapsbelasting. Maar CD&V koppelt dat aan de invoering van een meerwaardebelasting op aandelen. Wat maakt dat het dossier al maanden geblokkeerd zit in de Wetstraat. Optimisten zeggen dat er dit voorjaar een doorbraak moet worden bereikt, want anders komt de regering-Michel de facto in een periode van lopende zaken terecht voor de verkiezingen van 2018 en 2019. Echter, het CD&V-duo Wouter Beke en Kris Peeters heeft zijn sociaaleconomische discours dermate naar links opgeschoven, dat het laten vallen van de meerwaardetaks politieke zelfmoord betekent. Werkgevers voeren de druk op en waarschuwen: als de vennootschapsbelasting niet verlaagt, dan dreigen tal van multinationals hun Belgische zetel te verlaten. Ze hebben overschot van gelijk maar de vraag is of ze niet in de woestijn preken. Misschien moeten de werkgevers het geweer van schouder veranderen en volop inzetten op een versnelde afbouw van de historische loonkostenhandicap. Bijvoorbeeld door druk te zetten op de regering om de sociale werkgeversbijdragen nog te verlagen. Of desnoods door voor een tweede indexsprong te pleiten. ALAIN MOUTON, RedacteurBlijkbaar hebben de werkgevers er zich bij neergelegd dat het historische loonkostennadeel niet meer zal verdwijnen.