De 'Livestock' (vee) subindex van de toonaangevende grondstoffenindexen (Standard&Poors GSCI, CRB, Dow-Jones, UBS) was de enige die het jaar met een negatief rendement afsloot. 'Livestock' is eigenlijk een verzamelnaam voor drie verschillende termijncontracten die op de Chicago Mercantile Exchange noteren. Lean Hogs is vlees van slachtrijpe varkens waarvan de prijs wordt uitgedrukt in dollarcent per pond (of USc/lbs). Met Feeder Cattle en Live Cattle worden runderen bedoeld die respectievelijk niet en wel slachtrijp zijn. Het onderscheid wordt gemaakt aan de hand van onder meer de leeftijd en het gewicht. Een belangrijke kanttekening daarbij is dat het om vlees uit de Verenigde Staten gaat. Dat kan in bepaalde gevallen van belang zijn. Zo goed als alle trackers en afgeleide producten waarmee in vlees kan worden geïnvesteerd, hebben één of meerdere van die contracten als onderliggende waarde. Vlees wordt uiteraard ook buiten de Verenigde Staten verhandeld, maar daar gelden andere contractspecificaties op het vlak van onder meer gewicht en kwaliteit. Voor investeerders komt het er dus op neer dat alleen de Amerikaanse prijs van belang is.
...

De 'Livestock' (vee) subindex van de toonaangevende grondstoffenindexen (Standard&Poors GSCI, CRB, Dow-Jones, UBS) was de enige die het jaar met een negatief rendement afsloot. 'Livestock' is eigenlijk een verzamelnaam voor drie verschillende termijncontracten die op de Chicago Mercantile Exchange noteren. Lean Hogs is vlees van slachtrijpe varkens waarvan de prijs wordt uitgedrukt in dollarcent per pond (of USc/lbs). Met Feeder Cattle en Live Cattle worden runderen bedoeld die respectievelijk niet en wel slachtrijp zijn. Het onderscheid wordt gemaakt aan de hand van onder meer de leeftijd en het gewicht. Een belangrijke kanttekening daarbij is dat het om vlees uit de Verenigde Staten gaat. Dat kan in bepaalde gevallen van belang zijn. Zo goed als alle trackers en afgeleide producten waarmee in vlees kan worden geïnvesteerd, hebben één of meerdere van die contracten als onderliggende waarde. Vlees wordt uiteraard ook buiten de Verenigde Staten verhandeld, maar daar gelden andere contractspecificaties op het vlak van onder meer gewicht en kwaliteit. Voor investeerders komt het er dus op neer dat alleen de Amerikaanse prijs van belang is. In deze categorie is 'live cattle' of slacht-rijpe runderen het meest verhandelde contract. De prijs van een pond rundvlees schommelde vorig jaar tussen 80 en 92 dollarcent, maar op jaarbasis was er een kleine prijsdaling. Door de economische recessie is de consumptie van rundvlees zowel in de Verenigde Staten als in de rest van de wereld afgenomen. Het wordt nu vaker vervangen door het veel goedkopere varkensvlees en gevogelte. Tijdens de eerste tien maanden van 2009 daalde de Amerikaanse export van rundvlees met 6 %, tegenover een toename met 35 % in 2008. Een ander element is dat veehouders vorig jaar profiteerden van de uitzonderlijk lage prijs van veevoeder op basis van maïs. Dat verhoogde het aanbod van 'feeder cattle' (niet-slachtrijpe runderen), wat met vertraging doorsijpelde naar de prijs van 'live cattle'. De prijs van Amerikaans varkensvlees daalde vorige zomer naar het laagste niveau in bijna zeven jaar. In de tweede jaarhelft werd een groot deel van het verlies weer goedgemaakt, zodat het prijsverschil op jaarbasis beperkt bleef. De lagere vraag naar varkensvlees had te maken met uitzonderlijke elementen, namelijk het uitbreken van het H1N1-virus dat ook wel de Mexicaanse of varkensgriep werd genoemd. Na het uitbreken van de epidemie hebben heel wat landen hun grenzen hermetisch afgesloten voor vlees uit de Verenigde Staten. Dat was een zware klap voor de Amerikaanse varkensindustrie, want onder normale omstandigheden wordt bijna een kwart van de productie geëxporteerd. In 2008 steeg de uitvoer nog met 49 %, maar tussen januari en oktober 2009 (de meest recente cijfers) daalde de export met 14 % op jaarbasis. Er zijn een aantal redenen om aan te nemen dat de globale vleesconsumptie in de toekomst verder zal stijgen. Zo rekende de Verenigde Naties voor dat de wereldbevolking in het komende decennium met ongeveer 1 miljard personen zal toenemen. Het gros van die stijging zal plaatsvinden in de groeilanden, waar de toename van de voedselconsumptie het grootst is. Dat laatste hangt dan weer samen met de stijging van de levensstandaard. Als gevolg van de economische groei in landen als Brazilië, India en China gaat de welvaart er snel vooruit. Bij een groot deel van de bevolking worden de extra inkomsten in de eerste plaats aangewend om meer en beter voedsel te kopen. In de praktijk uit zich dat in een dieet dat rijker wordt aan proteïnen, wat onder meer betekent dat er meer vlees op tafel komt. Cijfers van de Food and Agriculture Organisation (FAO) van de Verenigde Naties tonen aan dat de gemiddelde vleesconsumptie in de Verenigde Staten 120 kilogram per persoon bedraagt. Voor China is dat nu nog minder dan 50 kilogram. Nog volgens de FAO zullen de groeilanden in 2030 samen 260 miljoen ton vlees consumeren. Dat is een stijging met de helft tegenover het huidige niveau. De trends aan de vraagzijde wijzen dus ontegensprekelijk op een hogere consumptie, maar ook de aanbodzijde draagt bij aan onze verwachting voor hogere prijzen. Door elementen als klimaatverandering, plattelandsvlucht en verstedelijking is het vrijwel onmogelijk om de hoeveelheid beschikbare landbouwoppervlakte fors uit te breiden. De voorbije decennia is de tendens eerder stabiel tot dalend. Ook wat productiviteit betreft, lijken de grenzen bereikt, zeker omdat veel landen zich blijven verzetten tegen genetisch gemodificeerde gewassen (of organismen, ggo's). Daarnaast is er ook concurrentie tussen de gewassen onderling. De meeste boeren telen de gewassen die voor hen het meest rendabel zijn, wat tijdelijk tot tekorten en overschotten kan leiden. China is een goed voorbeeld van een land waar vraag en aanbod helemaal niet op elkaar afgestemd zijn. Zo herbergt het ongeveer een vijfde van de totale wereldbevolking, terwijl het over slechts 7 % van de globale vruchtbare landbouwoppervlakte beschikt. Wat runderen betreft, menen we dat het hogere aanbod maar een tijdelijk fenomeen is, want de granenprijzen zijn intussen opnieuw gestegen. Sinds 2007 neemt het aantal runderen die gekweekt worden, gestaag af. We verwachten niet dat enkele kwartalen met een hoger aanbod een voorbode zijn van een trendbreuk. De voorraden afgewerkt product gemeten volgens de hoeveelheid bevroren rundvlees liggen trouwens op het laagste niveau sinds 2003. Samen met een economische heropleving moet ook de vraag naar rundvlees opnieuw toenemen. Dat hangt ook samen met een verhoging van de gemiddelde levensstandaard in de emerging markets, waar de impact van de economische crisis bij de bevolking toch iets kleiner is dan in de industrielanden. Amerikaans varkensvlees wordt opnieuw door de meeste landen aanvaard. In augustus opende zowel Rusland als Zuid-Korea al de grenzen. China, de op een na grootste importeur van varkensvlees, hield lang het been stijf, maar ging uiteindelijk toch overstag. Het Amerikaanse ministerie van Landbouw verwacht dat de productie dit jaar met zo'n 2 % zal afnemen. De lage prijzen van vorig jaar waren voor de meeste veehouders het signaal om minder varkens te kweken. Net als bij rundvlees daalt daardoor ook de voorraad bevroren varkensvlees. De eerste weken van 2010 zit de varkensprijs overigens in een opwaartse trend. (C) Door Koen LauwersVolgens de FAO zullen de groeilanden in 2030 samen 260 miljoen ton vlees consumeren. Dat is een stijging met de helft tegenover het huidige niveau.